In de Oude Minderbroederskerk in Maastricht bevindt zich de collectie van de in Maastricht wonende Britse kunstenaar Rod Summers. Zijn zogenoemde Mail Art-archief omvat duizenden poststukken die hij vanaf de jaren zeventig vanuit de hele wereld ontving. In de vitrines van de expositie zijn uiteenlopende werken te zien, variërend van kleine envelopkunstwerkjes tot onverwachte objecten zoals zaden of confetti.
Mail Art ervaren
Voor het vak ‘publieksbetrokkenheid’ kregen vijftien masterstudenten de opdracht om rond dit archief een volledige presentatie te ontwikkelen. Ze stelden niet alleen de expositie samen, maar organiseerden ook een educatief programma en verzorgden de marketing en promotie. Ze ontmoetten Rod Summers en kregen de kans zijn Mail Art-schatten door hun handen te laten gaan. “Dat maakte veel indruk, juist omdat we zo gewend zijn aan digitale communicatie. Het voelde directer, echter,” vertelt studente Beatrice Contini.
Bezoekers kunnen kijken én luisteren; Summers’ muziek klinkt via een ouderwetse walkman. Daarnaast mag je zelf aan de slag met stempels, stoffen en collagemateriaal. “Het gaat niet om perfectie,” legt studente Alessia Moro uit. “Iedereen kan Mail Art maken.” Na afloop verdwijnt het werk in een brievenbus met het adres van Summers erop of een ander die je wilt verrassen.
Aandacht en verbinding
“De tentoonstelling draait niet alleen om Mail Art als kunstvorm, maar vooral om verbinding. Een kaart of brief stuur je met aandacht,” zegt Contini. Tracé-publieksmedewerker Sterre Boessen beaamt dit: “Voor fysieke post heeft iemand moeite gedaan. Dat geeft een andere waarde dan een snel berichtje. Het maakt het persoonlijker en betekenisvoller.”
Ook vond ze het “heel verfrissend om studenten met hun eigen blik te laten cureren.” Moro: “Het was meer dan een theoretische opdracht. Je leert samenwerken en omgaan met deadlines.”
Karlijn van Oosterhout