In april begon de Maastricht Young Academy een leesclub waarin het boek Pedagogies of Collapse: A Hopeful Education for the End of the World as We Know It van Ginie Servant-Miklos wordt besproken. De eerste bijeenkomst, waaraan medewerkers uit de hele universiteit deelnamen, was alarmerend. Het boek beschrijft hoe de wereld momenteel op verschillende vlakken in elkaar aan het storten is, denk aan het klimaat of het sociaaleconomische stelsel. Servant-Miklos stelt dat het Antropoceen (het tijdperk waarin de mens dominant is op aarde), het gebruik van fossiele brandstoffen, het kapitalisme, en neoliberaal beleid allemaal hebben bijgedragen aan het doemscenario waar we collectief op afstevenen.
Nog verschrikkelijker is haar aantijging dat ons onderwijssysteem deel uitmaakt van het probleem. Aangezien we proberen afgestudeerden af te leveren voor de bestaande arbeidsmarkt, zijn docenten volgens Servant-Miklos medeplichtig aan de teloorgang van de wereld zoals we die kennen. Ook stelt ze dat we onze studenten een slechte dienst bewijzen: in het beste geval bereiden we hen voor op een toekomst die niet zal bestaan (nu het tijdperk van overvloed binnenkort ten einde loopt). In het ergste geval zetten we hen ertoe aan om deze ondergang te helpen versnellen. We leren onze studenten om het systeem te dienen dat deze benarde situatie heeft veroorzaakt, dat maakt ons medeplichtig.
Lange lijst beloften
Tijdens de boekenclub spraken we over de uitdagingen die komen kijken bij het stimuleren van verandering, met name binnen de Universiteit Maastricht. De universitaire missieverklaring bevat bijvoorbeeld een lange lijst met beloften, maar maken we die ook waar? Stellen we studenten echt in staat om “actieve, mondiaal georiënteerde burgers en kritische denkers te worden”? Is het probleemgestuurd onderwijs (pgo) nog steeds relevant? Hechten we werkelijk waarde aan diversiteit? Zijn we voortdurend bezig om ons onderwijs en onderzoek te “verbeteren en innoveren”?
Velen van ons hadden gemengde gevoelens over onze prestaties, maar geen enkele leidinggevende hoort graag dat pgo eigenlijk niet zo innovatief is. We worden aangemoedigd om inspirerende docenten te zijn, maar veel collega’s ervaren hun onderwijslast als uitbuiting. Dat belemmert ons om een betekenisvolle band met studenten op te bouwen, waardoor de kwaliteit van ons onderwijs achteruitgaat. En wat betekent ‘bijdragen aan de samenleving’ eigenlijk als de samenleving die we hebben gecreëerd een rampzalige impact heeft op ons ecosysteem?
Zorgen over represailles
Het worstelen met deze vragen riep een gevoel van machteloosheid op. Degenen die het systeem een duwtje in de goede richting proberen te geven, krijgen vaak te maken met bureaucratie en managers die de voorkeur geven aan een meer ‘gematigd’ pad. Sommige jongere collega's maakten zich zelfs zorgen over mogelijke represailles voor het uiten van hun bezorgdheid, zoals het mislopen van een promotie. De aanwezige managers spraken over het belang van voldoen aan de eisen van de accreditatie-instanties en het openhouden van de deuren van onze universiteit. Sommigen gaven eerlijk toe dat het doorbreken van de status quo een ongewenste hoeveelheid werk met zich mee zou brengen. Dus zelfs als we beseffen dat we studenten misschien niet bieden wat ze nodig hebben (of zullen hebben), gaan we gewoon door.
We moeten het huidige kader en de manier waarop we onze studenten opleiden grondig herzien. We mogen niet toegeven aan de verleiding van zalige onwetendheid of onverschilligheid. We zijn het aan de studenten verplicht om een openhartige dialoog met hen te voeren over de wereld waarin zij zullen leven en over de manier waarop we hen daar (niet) op voorbereiden. Pas dan kunnen we samen gaan uitzoeken wat er moet veranderen en hoe.
Conformisten creëren
Ik heb de indruk dat deze dialoog momenteel niet echt plaatsvindt. Onderwijsinstellingen (niet alleen de UM) spreken weliswaar ambitieus over het opleiden van studenten om maatschappelijke verandering te bevorderen, maar in de praktijk doet iedereen vrijwel hetzelfde. Dit doet me denken aan de woorden van Audre Lorde: we kunnen het huis van de meester niet afbreken met diens gereedschap. We beoordelen studenten aan de hand van stereotiepe beoordelingsschema’s en leerdoelen die los lijken te staan van de werkelijkheid. We geven hen onvoldoende persoonlijke feedback en nemen niet de tijd om hen als mens te leren kennen en te ontwikkelen. We vertrouwen op onderwijssoftware die iedereen gebruikt en noemen dat innovatie. Kortom, we maken onze missie niet waar. In plaats daarvan creëren we conformisten die het bestaande systeem zullen blijven dienen.
De grote Frank Zappa zei ooit dat vooruitgang onmogelijk is zonder af te wijken van de norm. We hebben meer afwijkingen nodig. We hebben meer vallen en opstaan nodig, en we moeten echt ophouden met het overschatten van wat accreditatie-instanties ons opdragen. In plaats daarvan moeten we gaan nadenken over wat we echt zouden moeten doen. Wat we nu nodig hebben, is een beetje moed en wat burgerlijke ongehoorzaamheid, om zinvolle veranderingen teweeg te brengen in een onderwijssysteem dat verder vol gebreken zit.
Mark Kawakami is universitair docent aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid. De Maastricht Young Academy-leesclub houdt nog twee bijeenkomsten over het boek van Ginie Servant-Miklos (19 mei en 8 juni). Bij de laatste zal de auteur zelf gastspreker zijn.