Academische vrijheid gaat niet alleen over academische waarden, zoals de vrijheid van denken, spreken en publiceren. Academische vrijheid wordt ook bepaald door de manier waarop de wetenschap is georganiseerd en hoe we hier als universiteit vorm aan geven.
Eerst een open deur: de overheid financiert een fors deel van het wetenschappelijk onderzoek. De NWO’s van deze wereld verdelen dit en bepalen zo voor een groot deel de onderzoeksagenda. De onderzoeksdoelen, de beoogde wetenschappelijke en maatschappelijke impact worden vaak vooraf gegeven. En daarna concurreren we met elkaar eigenlijk alleen nog over de beste manier om dit onderzoek te doen. Uitzondering is de open aanvraag, zoals een Veni. Maar in de praktijk gaan die vooral naar wetenschappers met een heel sterk academisch cv. Een cv dat vaak is opgebouwd uit eerdere subsidies die minder open waren.
Ondertussen voelen onderzoekers aan de universiteit zich vooral vrij. Er zijn maar weinig beroepen waarin je zoveel flexibiliteit en ruimte hebt. Je bepaalt voor een groot deel je eigen agenda, je bent baas over je eigen loopbaan; maar dan moet je wel meedoen met dit systeem. Want: geen subsidie, geen carrière. Hoeveel vrijheid heb je eigenlijk echt als wetenschapper?
Academische vrijheid vraagt daarom ook om academische autonomie. Het vraagt ruimte om, zonder directe invloed van externe partijen, zelfstandig beslissingen te nemen over onderzoek en onderwijs. We zijn zelf verantwoordelijk om deze autonomie te organiseren door de carrières van onderzoekers minder afhankelijk te maken van subsidies. Erkennen & Waarderen is een perfecte manier om dit te doen. Door de bijdrage van wetenschappers niet alleen maar te meten aan de hand van het aantal publicaties of de hoogte van subsidies, maar breder te waarderen.
Erkennen & Waarderen gaat wat mij betreft verder dan alleen het optimaal benutten van talent, erkenning en waardering, meer diversiteit en inclusievere loopbanen. Als we Erkennen & Waarderen daadwerkelijk en collectief uitvoeren, dragen we direct bij aan academische vrijheid. Maar dan moeten we er echt alles aan doen om niet terug te vallen in oud gedrag, waarin publicaties, subsidies en onderwijsuren tot twee punten achter de komma bepalend blijven voor een academische loopbaan.
Tiuri van Rossum, onderzoeker naar lerende organisaties bij de School of Business and Economics