Tijdens de jaarlijkse stemweek, waarin studenten vertegenwoordigers voor de universiteits- en faculteitsraden kiezen, moeten kandidaten zich aan een door de universiteit opgestelde gedragscode houden. Zo mogen ze niet online grote aantallen ongevraagde berichten versturen naar medestudenten, campagnevoeren in onderwijsruimtes of studenten nog beïnvloeden terwijl ze hun stem uitbrengen op hun telefoon of laptop.
Die regels zijn echter te beknopt en vaag opgesteld, waardoor de integriteit van de verkiezingen op het spel staat, zo hield Stepan Kunevich, vicevoorzitter van KAN, de vergaderende universiteitsraad vorige week voor tijdens het sprekerskwartier. Volgens hem maken sommige partijen jaarlijks misbruik hiervan door zich in het grijze gebied te begeven, wat anderen voor een dilemma stelt: hetzelfde doen of stemmen verliezen.
Desgevraagd ligt Kunevich toe aan Observant dat het volgens hem vooral DOPE is die de grenzen opzoekt – en daar soms overheen gaat. Zo zou tijdens de afgelopen verkiezingen een kandidaat voor de raad van de faculteit psychologie en neurowetenschap (FPN) op het moment dat de stembussen openden via WhatsApp honderden studiegenoten een individueel bericht gestuurd hebben. Ook zouden DOPE-leden kiezers opdringerig benaderen in universiteitsgebouwen. “Ik heb van veel studenten gehoord dat ze dat vervelend vonden.”
DOPE-voorzitter Jop Smeets herkent zich niet in dat beeld, laat hij telefonisch weten. “Ik denk wel dat we over het algemeen wat meer extraverte, directe kandidaten hebben, die actief op studenten afstappen. Dat hoort ook bij verkiezingen, vind ik. Het is zeker niet de bedoeling dat dit opdringerig overkomt, maar we horen ook van veel mensen dat ze ons enthousiasme juist waarderen.” Bij de FPN-kandidaat ging het inderdaad mis, erkent hij, “maar nadat we de klacht over haar berichten naar studiegenoten binnenkregen, hebben we haar meteen gevraagd om deze weer te verwijderen. Met tientallen kandidaten kan er iemand eens een fout maken, als bestuur is het onmogelijk om iedereen te controleren.” Ja, de regels kunnen vast duidelijker, meent Smeets, “maar je kunt niet alles dichttimmeren, er moet ook ruimte blijven om campagne te voeren.”
Dat laatste zegt ook Niels Harteman, secretaris van het centraal stembureau. “Er is altijd een grijs gebied. We bespreken de gedragscode ieder jaar met de partijen, maar toch komen elke verkiezingen weer klachten binnen over het gedrag van kandidaten. Het is nu eenmaal een emotionele periode, partijen reageren op elkaars acties. Handhaving blijft een aandachtspunt, maar is ook lastig. We kunnen niet constant als politieagenten door gebouwen lopen. Als we een klacht ontvangen, gaan we meteen in gesprek met de partij of kandidaat in kwestie.”
Er kwamen dit jaar niet meer klachten binnen dan anders, zegt Harteman. “We gaan die binnenkort onderzoeken en bepalen of een sanctie op zijn plaats is.” Dat laatste kan in de vorm van het korten op het ‘verkiezingsbudget’ van 1000 euro dat elke partij ontvangt, al moet het volgens Harteman gaan om een “zeer grove schending” wil men dat hele bedrag kwijtraken.
Kunevich vindt die straf te licht, omdat partijen ook met andere inkomsten kunnen rondkomen. Hij roept de U-raad op om na te denken over strengere regels en sancties. Als die daarin meegaat, vindt Harteman het “prima om te praten over aanpassingen. Maar ik hoop vooral op het gezonde verstand van partijen. Misdragingen gaan misschien ook ten koste van stemmers, terwijl de opkomst sowieso al laag is.”