Afgelopen vrijdag kwamen we te weten wat de pronkstukken van Nederland zijn. Een maand zat de ware Nederlander aan de buis gekluisterd. Onder leiding van Jort Kelder kon ieder die dat wilde, meestemmen over de keuze van de meest aansprekende zaken die Nederland heeft voortgebracht. Er waren drie rubrieken: erfgoed, ontwerpen en kunst. In elk daarvan waren er tien kandidaten. Na twee stemrondes bleef er één item over in elke categorie. Daaruit kon men weer kiezen voor het pronkstuk aller pronkstukken. Het Plakkaat van Verlatinghe uit 1581 bleek het meest waardevolle erfgoed, de microscoop van Anthonie van Leeuwenhoek, zo’n eeuw later, als meest gekozen ontwerp, en historisch daar tussenin De Nachtwacht van Rembrandt als kunstpronkstuk. Van deze drie bijzondere voorwerpen werd het Plakkaat van Verlatinghe de winnaar, de kijker van Van Leeuwenhoek waarmee voor het eerst microben en sperma werd gezien, tweede en de Nachtwacht derde.
Wat aan deze uitslag opvalt, is hun herkomst uit de Gouden Eeuw van de Zeven Provinciën. Het Plakkaat stelde als eerste in de geschiedenis, dat als een koning zich ernstig misdroeg, volk en heerser afscheid van elkaar konden nemen. President Obama wilde bij zijn bezoek het onooglijke plakkaat zien, omdat stukken daaruit twee eeuwen later in de Amerikaanse Declaration of Independence zijn overgenomen. Natuurlijk zou ooit elders een ander een microscoop hebben ‘uitgevonden’. Maar het gebeurde in Holland omdat daar de vrijheid en welvaart het mogelijk maakte. Zonder die voorwaarden zou ook de hoge vlucht van de schilderkunst niet mogelijk zijn geweest. Bij de tien kandidaten uit de categorie kunst waren zes schilderijen uit de Gouden Eeuw. Eén conclusie is duidelijk: mensen van nu kiezen hun pronkstukken bij voorkeur uit een ver, maar succesvol verleden. De pronkstukken van nu konden de kiezers in de eindronde niet bekoren: niet Van Gogh, het Dagboek van Anne Frank, Nijntje of de oer-Nederlandse klomp.
Wonderlijk is dat in de Gouden Eeuw Nederland niet bestond. De identiteit betrof Amsterdam, Den Haag en de rest van de Zeven Provinciën. De vraag rijst: in hoeverre hebben de huidige Nederlanders de erflaters van de Hollanders aanvaard? Ik zou wel eens willen weten hoe de uitkomst zou zijn als zo’n ‘onderzoek’ zou worden uitgevoerd in de verschillende landsdelen. Ik heb geen idee. Voor het vaststellen van de Nederlandse identiteit zou het een aardige bijdrage kunnen vormen.
Hans Philipsen
(disclaimer: ik ben een Hollander uit Den Haag)