Urenlang koekjes inpakken en gordijnband oprollen
Op sommige dagen hijst onderzoeker Dorit Biermann zich in een veiligheidspak voordat ze aan het werk gaat, inclusief helm en lompe werkschoenen. Op die dagen schrijft ze geen wetenschappelijk artikel maar doet ze veldwerk. En wel op twee plaatsen: een productiebedrijf en een sociale werkvoorziening. In haar veiligheidskleding volgt Biermann (samen met Lotte Thissen) de monteurs en andere arbeiders de fabriek in, naar de machines.
In beide organisaties draait het om de gezondheidsbevordering (in brede zin). De onderzoekers proberen boven water te krijgen wat medewerkers onder gezondheid verstaan en wat ze daaraan belangrijk vinden.
Het productiebedrijf had al workshops op poten gezet (over stoppen met roken, piekeren, slecht slapen) en fitness aangeboden op het werk, maar de opkomst was laag. In de gesprekken en meeloopsessies probeert Biermann het vertrouwen te winnen en hun wereld te leren kennen. Zo ontdekte ze dat veel werknemers gezondheid ruimer opvatten, dat ze goede sociale verhoudingen daar ook onder verstaan.
En daar schortte het juist aan, zegt Biermann. “Verschillende afdelingen vormden eilanden en werkten langs elkaar heen. Ook voelden werknemers zich niet altijd voldoende betrokken bij vernieuwingen. Daardoor ontbrak het aan wederzijds begrip en verslechterde de sfeer, wat funest is voor de gezondheid. Binnenkort gaan afdelingen medewerkers uitwisselen, zodat ze beter weten wat daar speelt en meer begrip opbrengen.”
Op de sociale werkvoorziening, waar het ziekteverzuim hoog was, lopen Biermann en Thissen mee op de inpak-afdeling. Aan een grote tafel hebben ze urenlang koekjes ingepakt, gordijnband opgerold en brieven gevouwen. Ook hier wilden de onderzoekers achterhalen hoe gezondheid wordt ervaren. En ja, ook hier blijken de verhoudingen met collega’s een hoofdrol te spelen.
Observaties in het klaslokaal
Wat is de impact van de huidige, toegenomen mobiliteit op de levens van Ghanese jongeren in Hamburg? Dat onderzoekt Laura Ogden, promovenda bij cultuur- en maatschappijwetenschappen. Haar studie maakt deel uit van het bredere project MO-TRAYL, waarin de relatie tussen migratie en de kansen van jongeren onder de loep wordt gelegd.
Ogden is net terug van een verblijf van achttien maanden in Hamburg. Ze heeft bestudeerd hoe vaak en waarom de jongeren – sommigen zijn migrant, anderen zijn geboren in Duitsland - met regelmaat hun biezen pakken. “Dat doen ze om familie in Ghana te bezoeken, om op vakantie te gaan, of op stage, noem maar op. Tegelijk wilde ik weten hoe die mobiliteit hun leven beïnvloedt, en met name het onderwijs.”
Zoals het een goede etnograaf betaamt, nam ze geen genoegen met rapportcijfers of een enquête, maar is ze in de klas gaan zitten. Ze heeft geobserveerd hoe de jongeren zich gedragen, hoe ze presteren, hoe ze zich verhouden tot hun leraar, tot hun klasgenoten. “Etnografie is juist geschikt bij jongeren, omdat die niet alles goed kunnen verwoorden, en soms om de dag iets anders vinden.”
Wat ze ook zag in de klas: de jongeren zijn buitengewoon toegewijd en volhardend. Waar die houding vandaan komt, ontdekte Ogden toen ze samen met Ghanezen naar huis reisde en een paar weken in hun ouderlijk huis bivakkeerde. “Ik bezocht met een student haar oude middelbare school, en zag hoe trots ze was, hoe zelfverzekerd. Hoe belangrijk school is voor Ghanezen. Dat soort informatie krijg je niet via statistiek.”
Als clown in het verpleeghuis
Clowns vrolijken niet alleen ernstig zieke kinderen in ziekenhuizen op, maar proberen ook contact te maken met ouderen die dat verbaal niet meer kunnen. Filosoof Ruud Hendriks onderzocht de clownerie in de dementiezorg.
Niet door rapporten en evaluaties te bestuderen, maar door zelf te ervaren wat het inhoudt. Hendriks volgde een paar jaar geleden de clowns-opleiding van de stichting miMakkus in Eindhoven. “Echt een intensieve studie van 22 lesdagen. Je leert om af te stemmen op de ander zonder taal en betekenissen, maar via je zintuigen. Ik noem dit auto-etnografie, omdat je lichaam in feite als meetinstrument dient. Je voelt aan den lijve het ongemak, het geluk, de weerstand.”
Hendriks liep stage in verpleeghuis Klevarie in Maastricht. “De bewoners hadden zich verzameld in de woonkamer. Eén vrouw, met dementie, praatte hard en gestaag voor zich uit. “Wit eerst wit, dan grijs, ja ja… wit…” Wat nogal ontmoedigt om dichterbij te komen. Toch gedaan, je moet kwetsbaar durven zijn, en ineens zag ze me, zoende me zelfs. Een moment van verstilling volgde. Ik werd stil, de vrouw ook en iedereen in de kamer keek op.”
Een bijzonder waardevol moment, zegt Hendriks. “Dit zijn mensen die smachten naar aanrakingen, naar aandacht, naar mooie ervaringen. Die ontberen ze vaak omdat daar in de zorg geen ruimte voor is en omdat ze door hun aandoening daarin beperkt zijn. De clownerie blijkt geschikt om toegang te krijgen tot mensen, voor wie taal en denken een raadsel is geworden.”