Het leven van een student in Maastricht

25-01-2016

Wat doe je tijdens een onderwijsgroep? En hoe is het uitgaansleven in Maastricht? Twee studenten gaan Sophie Martens, 5vwo’er en stagiair bij Observant, helpen een voorstelling te maken van het studentenleven hier. Amira is eerstejaars International and European Law, en Ege een tweedejaars Economics and Business Economics.

Bij de ingang van de rechtenfaculteit. Het is vijf graden onder nul en ik heb het heel koud. Ik sta er pas een paar minuten wanneer er een meisje naar buiten komt, Amira. Ze neemt me mee naar binnen en biedt me een kopje thee aan. Ik wil mijn portemonnee pakken om af te rekenen, maar Amira trakteert me liever. “This one’s on me,” zegt ze.

Amira leidt me rond in het faculteitsgebouw voordat de les begint. Het gebouw ziet er klassiek uit, statig, met gewelven en grote hardstenen trappen. Een doolhof is het, net als het centrum van Maastricht zelf. Amira vertelt me dat ze nog regelmatig verdwaalt in het gebouw, en dat na een half jaar. De studie international & european law bevalt haar goed. Ze moet veel aan zelfstudie doen. In de onderwijsgroep worden de tasks besproken die de studenten hebben voorbereid. De omgekeerde wereld voor mij. Ik ben op de middelbare school gewend om eerst de stof aan te horen en daarna het huiswerk te maken. Aan de andere kant zou ik het ook niet erg vinden om wat minder te hoeven aanhoren en wat meer zelf te moeten doen. Amira ziet hier ook de voordelen van, maar ze vertelt me wel dat er ook studenten op afhaken. Ze heeft het ook een stuk rustiger dan toen ze nog naar high school ging.

High school, geen gewone middelbare school. Amira is half Jordaanse en half Zwitsers, en ging naar een internationale school met als voertaal Engels. Haar eerste taal is Duits, en in Jordanië heeft ze ook Arabisch geleerd. Na haar studie hier in Nederland wil ze niet meer terug naar haar oude huis in de hoofdstad van Jordanië. Liever gaat ze naar Zwitserland, waar haar wortels liggen. Daar hoopt ze een baan te vinden bij een internationaal bedrijf of een niet-commerciële organisatie met een mondiaal perspectief.

Oud en wijs genoeg

De les begint. Nadat de tutor de deuren gesloten heeft, druppelen er toch nog een paar studenten binnen. Hij reageert er niet op. Hij zal er niet wakker van liggen of hij nu voor vijftien of zestien man de geschiedenis van de codificatie moet uitleggen. Je tentamen moet je toch zelf halen, dat is jouw eigen verantwoordelijkheid. Op de middelbare school zouden ze je naar huiswerkklas sturen of iets in die richting. Ze zouden een oogje in het zeil houden, maar dat moet je hier zelf doen. Er is een klein groepje studenten aanwezig, maar toch zit het lokaal vol. Een man of twintig tel ik. We zitten in een kring om de tutor heen, bijna iedereen heeft een laptop voor zich. Voor zover ik kan zien heeft iedereen zijn huiswerk gedaan. Niet dat prof. dr. Van Rhee het kwam controleren. Allemaal oud en wijs genoeg. De meesten hebben ook nog een beker koffie of een flesje water voor zich staan. Af en toe hoor ik een toontje of een trilsignaal van iemand die zijn telefoon niet op stil heeft gezet. De tutor stelt vragen, maar in het begin durft niemand iets te zeggen. Later wordt de sfeer iets losser, en af en toe ontstaan er discussies. Er ontstaat een tweedeling in de groep: mensen die praten en mensen die stil blijven. Degenen die stil blijven zie ik aantekeningen maken of voor zich uit staren. The lights are on but nobody’s home. Van de inhoud van de les krijg ik niet zo veel mee, omdat het academisch Engels is en er veel juridisch jargon gebruikt wordt.

Amira’s klasgenoten komen overal vandaan. Er liggen dikke boeken op tafel over Europese rechtsgeschiedenis. Toch kun je met deze studie geen advocaat worden, dan moet je namelijk Nederlands recht studeren. Het grootste deel van de drop-outs bestaat uit mensen die dachten dat je met de studie internationaal recht een Nederlandse advocaat zou kunnen worden. Nederlanders zijn in de minderheid. “Er zitten hier studenten die wel zes talen spreken en drie verschillende nationaliteiten hebben.”

Rood, geel en groen

De les duurt van elf tot één met een pauze van tien minuten. Daarna maken Amira en ik nog een stadswandeling van ongeveer twee uur. Het is minder koud dan vanmorgen en de zon is gaan schijnen. Amira laat me verschillende universiteitsgebouwen zien. We beginnen bij de universiteitsbibliotheek. Die zit zo goed als vol, zo net voor de tentamens. Het valt me op dat alle gebouwen er van buiten oud uitzien, maar toch van binnen vrij modern zijn. “Alles in Maastricht is een kerk,” vertelt Amira lachend. We lopen verder naar het stadspark, waar de eenden verdwaasd op het bevroren water lopen. Ik vraag haar of ze de vlag herkent die wappert aan de gevel van een van de huizen aan het park. Rood, geel, groene strepen. “Carnaval,” zegt ze. Ze vertelt me dat ze niet begrijpt wat het doel is, en waarom iedereen al begonnen is met feesten terwijl het pas over een paar weken is. Ik leg haar uit dat carnaval officieel begint op de elfde van de elfde. En waarom? Dat kan ik haar niet vertellen, omdat ik het zelf ook niet precies weet.

We lopen verder. In de winkelstraten van het centrum van Maastricht leg ik Amira uit hoe het dialect op de straatbordjes klinkt. Althans een nabootsing daarvan, want het zuidelijke dialect is ook niet echt mijn cup of tea. Ze wijst me een schimmige club die “de Alla” heet, en waar je altijd in de problemen komt wanneer je erheen gaat. Zelf was ze er ook een keer geweest en toen had ze haar ID-kaart verloren. Het uitgaansleven in Maastricht vindt Amira een beetje teleurstellend, er zijn maar een paar leuke tenten. Wel spreekt ze over de kroeg naast het faculteitsgebouw, waar ze wel eens met haar klasgenoten en tutors een biertje heeft gedronken. De informele sfeer tussen tutor en leerling vindt ze een van de prettigste dingen hier.

Geen Amsterdam

Een dag later ontmoet ik Ege. Een jongen van de School of Business and Economics. Hij is van origine Turks en woont hier nu al een tijdje. Intenties om na zijn studie terug te gaan, heeft hij niet. Hij vertelt me dat hij eigenlijk in Amsterdam wilde studeren, maar dat was uiteindelijk te duur.

Naast zijn studie is hij lid van SCOPE, de studievereniging voor economiestudenten. Samen met drie meiden is hij bezig om een studiereis naar Rusland te organiseren. Ze zijn van plan om Moskou en Sint Petersburg te bezoeken. Ik hoor namen van grote instellingen langskomen, zoals de NAVO, Unilever en de nationale bank.

Ege vertelt me dat SCOPE ook feestjes organiseert en op dinsdagavond gratis bier uitdeelt aan leden in een café in de buurt van de faculteit. Wat hij vindt van het uitgaansleven? “Maastricht is geen Amsterdam,“ zegt hij, “je moet de plekjes kennen en dan heb je iedere avond wel wat te doen.”

De rivaliteit tussen de rechtenfaculteit en de SBE wordt me steeds duidelijker. Gisteren sprak Amira er ook al over dat de studenten elkaar niet kunnen uitstaan. Niet individueel, maar in het algemeen. Het wij-zijdenken overheerst. Wij hebben de mooiste faculteit en zij kleden zich te overdreven. Ege daarentegen vertelt me (natuurlijk) precies het omgekeerde: dat die rechtenstudenten maar slonzen zijn en dat zij het mooiste gebouw hebben. Zelf vind ik de gebouwen eigenlijk allebei wel mooi, op hun eigen manier. Je hoeft in beide gebouwen in ieder geval geen moeite te doen om te verdwalen. Qua indeling zijn ze hetzelfde, met dezelfde lokalen en opstelling die ik gisteren ook al zag.

Stereotypes

Ook Ege neemt me mee voor een wandeling. We gaan naar zo’n beetje alle universiteitsgebouwen in het centrum. “Er zijn wel zeven verschillende studieruimtes verspreidt over al deze gebouwen, maar de meesten kennen alleen de bibliotheek.” Toch zit, net als gisteren, bijna alles vol. We bezoeken ook het pand waar het University College zit. Ik kom er nogmaals achter dat veel faculteiten hier verbonden zijn met een bepaalde stereotypering. Ege vertelt me dat University College Maastricht bekend staat om zijn hippies, en Amira trok de conclusie dat er alleen maar Duitsers op SBE zitten. Nou ja, behalve Ege dan…

 Ik denk wel dat je kunt stellen dat Maastricht enorm internationaal is, op basis van wat ik gezien heb. In die twee dagdelen die ik op de universiteit heb doorgebracht, heb ik amper Nederlands gehoord. Wat ik ook gezien heb, is dat studenten een heel ander leven leiden dan ik. De hele nacht doorhalen, of gewoon een compleet gebrek aan structuur. Het onderwijs is anders, zeker hier in Maastricht. Voor veel studenten lijkt het bijzaak. Ik ben benieuwd hoe het mij zal afgaan wanneer ik over een paar jaar ga studeren, waar dat ook mag zijn.

 

Sophie Martens

Het leven van een student in Maastricht
student life
Auteur: Redactie
pixabay.com
Categoriëen: nieuws_boven
Tags: sophie

Voeg reactie toe

Klik hier voor onze privacyregels

Vanaf januari 2022 plaatst Observant alleen nog reacties van mensen wier naam bekend is bij de redactie.