Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

“Deze stoel is niet voor jou, jij zit dáár”

“Deze stoel is niet voor jou, jij zit dáár”

Photographer:Fotograaf: Thinkstock

Promotieonderzoek naar taalpraktijken in een Limburgs verzorgingstehuis

Taal bepaalt of je erbij mag horen of niet. In een Maastrichts verzorgingstehuis waar cultureel antropoloog en promovendus Jolien Clijsen dagenlang vertoeft voor haar onderzoek is dat overduidelijk. “Het eigen dialect is vaak nog het enige waar bewoners invloed op hebben, waardoor ze zich een beetje thuis voelen.” Tegelijkertijd is het ook dit dialect – vaak Maastrichts – dat anderstaligen buitensluit.

Ga er maar aan staan: als niet-Limburgse onderzoek doen in een Maastrichts verzorgingstehuis. Het eerste dat Jolien Clijsen, geboren in Amsterdam en opgegroeid in Wageningen, hoorde toen ze de Lenculenhof binnenstapte? ‘Je bent niet van hier’. Om een week later te horen: “Hoe is het weer in Nederland?” En: “Hoeveel uren heeft de reis geduurd?" Clijsen: "Alsof Limburg ver buiten Nederland ligt.” Toch merkt ze dat bij sommige bewoners het vertrouwen is gegroeid nu ze er al een aantal maanden rondloopt. “Geografisch is er minder afstand. Ik kom voor hun gevoel niet meer uit Noord-Holland, maar uit Brabant. Ik ben bijna een van hen, hoewel dat laatste natuurlijk onmogelijk is. Toen ik aan een vrouw vroeg of zij mij het Maastrichts dialect wilde leren, antwoordde ze: ‘Nee, dat doe ik niet. Dat is belachelijk.’ Zo van: waarom zou je dat willen.”
Jolien Clijsen doet vanuit de faculteit cultuur- en maatschappijwetenschappen en het Meertens Instituut “antropologisch veldwerk” voor haar promotieonderzoek naar taalpraktijken in verzorgingstehuizen – ze hoopt het in 2018 af te ronden. Wat ze weten wil: voelen mensen zich thuis (of niet) door middel van taal? “In- en uitsluitingsprocessen spelen hierbij natuurlijk een grote rol.”

Krapuul
“Taal is een deel van iemands persoonlijkheid. Dezelfde taal schept een band, verbindt, geeft vertrouwen. Mensen maken op basis van taal een onderscheid tussen ‘wij’ en ‘zij’; vaak zijn daar allerlei assumpties aan verbonden, over het soort mensen, hun normen en waarden, en of ze wel of niet hoog zijn opgeleid. Toen ik als kind van Amsterdam naar Wageningen verhuisde, vonden ze mij op de nieuwe school maar raar praten, negatief bedoeld. Dat Amsterdamse accent kon ik maar beter afleren. Maar zo is het ook met Limburgers. Zij worden boven de rivieren gezien als ‘dommeriken’. Taal sluit in en uit. En wat we in de ‘grote wereld’ zien, gebeurt ook in het klein.” Clijsen refereert aan haar onderzoek in de Lenculenhof. “Zeker voor ouderen is taal iets waaraan ze hun identiteit ontlenen. Wonen ze in een verzorgingstehuis dan hebben ze veel persoonlijke spullen moeten achterlaten. Vooruit, ze krijgen er hun eigen kamer, maar verzorgenden lopen er in en uit, er wordt voor hen bepaald wanneer ze eten en wanneer ze gewassen worden. Het enige waar de bewoners nog controle over hebben, dat nog van henzelf is, is hun taal.”
De audiorecorder van Clijsen staat altijd aan. Als ze informele gesprekken voert met bewoners, als ze meehelpt in de verzorging - “als middelbare scholier had ik een bijbaantje in een tehuis” – , bedden opmaakt, koffie rondbrengt of aanschuift bij activiteiten in de gemeenschappelijke ruimte. “Ik probeer van alles iets mee te pikken.” Spreekt Clijsen de bewoners een-op-een, dan passen ze zich meestal aan in het Nederlands, “met hier en daar wat dialect, zeker als er emoties zijn”. Maar tijdens groepsactiviteiten of in korte gesprekken met de verzorgenden, wordt er dialect gesproken. Voor alle duidelijkheid: Maastrichts dialect. “Zeker 90 procent spreekt Maastrichts.” Een enkeling komt niet uit de provincie – “ze zijn verhuisd om dichter bij hun kinderen in Limburg te wonen”. Ook verblijven er één Spaanse en één Duitse mevrouw. “Voor hen is het heel lastig. Zelfs met het personeel wordt er vaak non-verbaal gecommuniceerd.”
Bottom line: wie het Maastrichts dialect spreekt, heeft de meeste kans om erbij te horen. “Als ik zeg dat ik iets niet begrijp, is het antwoord: “Dan is het ook niet voor jou bedoeld.” Of er wordt cynisch gezegd: “Je verstaat het niet hè? En vervolgens komt er ook geen Nederlandse vertaling.” Ja, dat is best hard. “In de gemeenschappelijke ruimte is de tafelschikking min of meer gebaseerd op de verschillende dialecten – hoewel het natuurlijk ook wel meetelt uit welke wijk iemand komt en hoe iemand zich kleedt (mantelpakje, opgedirkt, of in ‘lounge kledij’). Wie een Sittards dialect heeft, hoeft niet te proberen om een stoel te bemachtigen aan de ‘Maastrichtse’ tafel. ‘Je mag hier niet zitten, jouw plaats is daar’, klinkt het dan.”
Niet alleen het soort dialect sluit in en uit, ook de woordkeuze speelt een rol. “Een bewoner zei een keer: ‘Me heet nette luij en krapuul.’ Ik wist niet wat krapuul was, maar ze omschreef het als ‘het laagste van het laagste’. Waarop ik vroeg: ‘Hoe ziet u dat verschil dan?’ Bleek het afhankelijk van de taalkeuze, of ze mensen aanspraken als mijnheer of mevrouw, of sjat of joong.”

Betuttelend
Toch zijn het niet alleen de bewoners zelf die op basis van hun dialect anderen uit- en insluiten. Ook de activiteiten dragen hun steentje bij, zegt Clijsen. “Tijdens het kienen, een cabaretvoorstelling of een lezing over de stad wordt er Maastrichts gesproken. Ik zat tijdens carnaval aan een tafel bij een niet-Limburgse dame. Ze kon niet mee lachen, ze snapte de grappen niet. Dus wat je ziet is dat deze mensen op een gegeven moment afhaken, op hun kamer blijven en nog meer in een isolement raken. Tel daarbij op dat de verzorgenden geen tijd hebben voor een praatje en dat de familie weinig op bezoek komt.”
Schrijnende verhalen: Clijsen werd het soms te veel. “Vaak zeiden ze ‘dat het allemaal niet meer hoeft’, ‘dat ze hopen dat ze morgen niet meer wakker worden’. Als je dat zoveel uren achter elkaar hoort, word je wel een beetje depressief. De positieve en gezellige verhalen wegen niet meer op tegen de negatieve. Ik heb gelukkig een vertrouwenspersoon kunnen regelen binnen de Universiteit Maastricht bij wie ik mijn hart kan luchten.”
Veel ouderen zijn lichamelijk niet meer in staat om zelfstandig te wonen, maar zijn mentaal oké, zegt Clijsen. En toch strijkt het personeel alle bewoners over één kam, als een groep met dezelfde kwalen. “Alsof ze het tegen een kind hebben: betuttelend, hard pratend, langzaam, in jip-en-janneke taal, soms denigrerend. Ik sprak een man die – toen de verzorgende de deur uit was – tegen mij zei: ‘Ze denken dat ik gek ben’. Ik pleit voor meer aandacht voor het individu: ze zijn niet allemaal doof, dus er hoeft niet altijd hard gesproken te worden. Ze hebben ieder een eigen levensloop, hun eigen huidige beperkingen maar ook dingen die ze wél nog kunnen.” Het beeld dat we hebben van ouderen wordt volgens Clijsen heel erg bepaald door de cultuur en het publiek discours. In de ene cultuur richt men zich meer op de wijsheid van ouderen, is er veel respect, maar in een andere cultuur worden ouderen geassocieerd met iets negatiefs, als ‘lastpakken die geld kosten’.
“Denk je dat deze mensen zelf graag in een verzorgingstehuis zijn? Nee hoor, ze weten dat het wordt gezien als het laatste ‘station’. Ze moeten elke dag dealen met het pijnlijke feit dat ze ‘oud en hulpbehoevend’ zijn en dat ‘jong zijn’ de norm is.”

Collegereeks Limburgs in beweging

Studium Generale organiseert vanaf woensdag 5 oktober de collegereeks ‘Limburgs in beweging’ met colleges van onder meer Leonie Cornips, hoogleraar taalkunde aan de UM en het Meertens Instituut (zij is promotor van Jolien Clijsen), over nieuwe Limburgers, expat-Limburgers en in-en uitsluiting door al dan niet dialectgebruik, en de vertoning van de film Vraem Luuj. 

Categories:Categorieën:
Tags:

CommentsReacties

2016-10-11: Antoinette
Gingen er maar meer mensen een onderzoek doen, niet om het onderzoek zelf, maar om het contact leggen, zoals de schrijfster van het artikel dat deed. Ze kan ook nog eens heel goed alles verwoorden. Ze ziet veel. Ze hoort goed. Ze toont echte belangstelling. Geen wonder dat die mensen zich uiteindelijk toch wilden openen. Er is dus nog een andere taal, een wezenlijke communicatie dus, en die is net zo belangrijk als het juiste dialect gebruiken, de juiste woorden uit het zo eigen dialect. Die taal is universeel. Vroeger zouden ze dat de taal van het hart noemen maar dat is tegenwoordig ouderwets, of men vindt het overdreven. Het is echter wel nog steeds waar en het werkt nog steeds enorm.

Oudere mensen zijn eenzaam, en zeker wanneer zij moeten leven met leeftijdgenoten van overal vandaan. Een eigen ruimte die het achtste part is van wat zij ooit zelf bezaten, of huurden. Verzorgsters die met een snelle klop al binnen staan voordat je ja hebt geroepen. Privacy is er niet meer. Heel veel is er al weg uit hun leven. Het is precies zoals hierboven beschreven. Ik heb in die situatie geleefd, jarenlang, om voor mijn moeder daar te zijn, gewoon er te zijn, omdat ik de enige was die dichtbij woonde. Ik was er vrijwel dagelijks. Voor simpele dingen. Je hoeft niet altijd te praten. Dat kan zelfs zeer belastend zijn. Stilte is ook goed. Aanwezigheid.

Er zijn talloze manieren te vinden om die verzorgsters, die het veel te druk hebben, vanwege inperkingen door de overheid, een helpende hand te reiken. Vrijwilligerswerk is mooi werk, mantelzorg is fantastisch. Een oud geworden mens, gebonden aan een rollator of rolstoel, slecht ziend, slecht horend, vindt het geweldig wanneer er iemand regelmatig komt, hen meeneemt, het dorp in, samen. Even. Buitenlucht opsnuiven. Een ander decor om je heen zien. Leven, kinderen horen. Een boek voorlezen terwijl de bejaarde ligt te rusten. Ik kan nog honderden dingen opnoemen. Het is heerlijk voor ze. Het loont. Niet betaald mer geld, maar met dankbaarheid.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)

CAPTCHA Afbeelding
Enter the code shown above: