Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

Waarom een gele kaart geen groene mocht worden

Waarom een gele kaart geen groene mocht worden Waarom een gele kaart geen groene mocht worden Waarom een gele kaart geen groene mocht worden Waarom een gele kaart geen groene mocht worden

Photographer:Fotograaf: Stills YouTube, archief

Vertrouwen in master en onderzoeksgroep was weg. “Maar de rector had een beetje coulanter kunnen zijn”

MAASTRICHT. Ja, er komen weinig studenten op deze master af, de laatste jaren. En ja, de visitatiecommissie had inderdaad, naast heel veel lof, ook kritiek. Maar had de rector niet kunnen wachten met het besluit om de master te sluiten en het organiserende instituut op te heffen? Hadden ze niet nog een kans moeten krijgen? De decaan denkt van niet: “Ze hebben niet goed opgelet.” Een hoofddocent: “De Berg verspreidt roddels over ons.” 

Het gaat om de Master of Evidence Based Innovation in Teaching (MEBIT), bedoeld voor mensen uit het onderwijsveld, leraren van basis- tot hoger beroepsonderwijs. Om hen te wapenen tegen over elkaar heen buitelende onderwijsfilosofieën die allemaal het walhalla beloven; om hen in staat te stellen het kaf van het koren te scheiden en zich te concentreren op dat wat ècht werkt in de onderwijspraktijk. En om op die manier het onderwijs echt te verbeteren. Daar was behoefte aan, want het idee voor een dergelijke opleiding kwam juist uit het onderwijsveld. Niet voor niets gaf het ministerie van Onderwijs een miljoenensubsidie aan het organiserende instituut.

Het is een tweejarige  master die al sinds 2011 draait, tot grote tevredenheid van de  afgestudeerden. Dat zeiden ze vorig jaar tegen de visitatiecommissie die langskwam in verband met verlenging van de accreditatie, de officiële erkenning, voor de volgende zes jaar. De alumni die men sprak “zijn allen zeer enthousiast over de opleiding”, zo valt in het eindrapport te lezen. Die tevredenheid bleek afgelopen jaar ook uit een enquête waarin een aantal jaargangen van de afgestudeerden (er zijn er nu 150) naar hun ervaringen is gevraagd: meer dan 90 procent zou opnieuw voor deze master kiezen. En misschien belangrijker nog: ook schoolleiders bevestigen de kwaliteit ervan. Zij zien betere docenten terugkeren dan ze naar Maastricht hebben gestuurd.

Wat zei de visitatiecommissie nog meer? Die bevestigde vlak voor de zomer dat het hier inderdaad om een prima opleiding gaat maar dat er met de toetsing het een en ander mis was, onder meer vanwege een nieuwe opzet van de facultaire examencommissies. Geen wereldschokkend falen, en naar verwachting - ook van de commissie zelf - eenvoudig te herstellen. Maar eerst kreeg de opleiding wel een ‘gele kaart’, want een onvoldoende op een van de vier criteria betekent volgens de regels een onvoldoende voor het geheel. Sommige verbeteringen waren sowieso al in gang gezet; die vonden hun plaats in het herstelplan dat meteen door de docentengroep werd geschreven. En dat vervolgens door het college van bestuur samen met een aanvraag voor heraccreditatie op de post zou worden gedaan. Zo gaan die dingen gewoonlijk. Maar nu dus niet.

Verwevenheid

MEBIT wordt verzorgd door het Top Institute for Evidence Based Education Research (TIER-UM), een klein instituut van nu elf fte dat is ondergebracht in de Faculty of Humanities and Sciences, FHS. Maar wat heet klein? TIER is in 2008 opgezet als netwerk met Groningen en de Universiteit van Amsterdam. Groningen is er in 2015, toen de overheidssubsidie ophield, uitgestapt en zelfstandig verder gegaan. Die subsidie kreeg men als erkend (maatschappelijk) topinstituut. Met de UvA wordt nog steeds samengewerkt in een paar grote onderzoeksprojecten. En men werkt met gastonderzoekers en -docenten. Het onderzoek van TIER kreeg bij de laatste internationale NWO-visitatie in 2015 een dikke plus, “goed tot uitstekend”. De master is belangrijk voor het instituut: uitgangspunt is een sterke verwevenheid van onderzoek en onderwijs, ze versterken elkaar, onderzoekers en docenten zijn dezelfde personen. En verder is er nog de financiële component, MEBIT zorgt voor steady inkomsten. Zorgde, beter gezegd, want in 2015 kwam de klad erin. Toen zakte het aantal studenten, voor die tijd gemiddeld boven de dertig, naar onder de vijftien, het break-even aantal. Om er niet meer bovenuit te komen. Als voornaamste reden daarvoor wordt de introductie door het hbo van een eigen master ‘Leren en innoveren’ gezien, die dichterbij, goedkoper en gemakkelijker is en in het onderwijsveld voorlopig niet minder krediet oplevert dan de academische master.

Vanaf dat jaar vertoont de begroting van TIER dan ook tekorten van gemiddeld anderhalve ton. Iets waar de faculteit en het college van bestuur zich recent druk over zijn gaan maken.

 Onrustige bestuurders

Vorig jaar kwam het allemaal samen. “Een dalende instroom; als dat een trend is moet je keuzes maken”, zegt decaan Bernadette Jansma. Voeg daar nog een gele kaart van een visitatiecommissie bij, en bestuurders worden onrustig. Dat gold voor de decaan, het gold eveneens voor de rector, Rianne Letschert. Want die gaat, met het college van bestuur, over een heraccreditatie.

Gesprekken in het voorjaar van 2017 van decaan Jansma met TIER-directeur Wim Groot over de studenteninstroom en de financiën hadden Jansma weinig vertrouwen gegeven dat er structureel verbetering mogelijk was. Ze heeft “welwillend meegedacht”, zegt Jansma, maar die opkomende concurrentie vanuit het hbo? “TIER heeft niet goed opgelet.” Jansma zag te weinig levensvatbare ideeën om het tij te keren en “niet genoeg leidinggevend enthousiasme”. Diezelfde opvattingen vatten ook post, zo valt te vermoeden, bij rector Letschert. Die dat niet wil bevestigen omdat ze met Groot heeft afgesproken geen commentaar te geven op de kwestie.

Letschert en Groot hebben vervolgens, zo veel is wel duidelijk, in het najaar tumultueuze gesprekken gevoerd. Niet verwonderlijk: het voornemen van de rector om het herstelplan niet op te sturen en dus geen verzoek tot heraccreditatie in te dienen, betekende het einde van de opleiding en, gezien de onderlinge verwevenheid, van het instituut. Toch wilde de rector hun nog een laatste kans geven: een tweekoppige externe commissie van deskundigen zou zich over de zaak buigen. Groot stemde in met de samenstelling. Daar heeft hij achteraf wellicht spijt van, want de uitkomst viel tegen. De commissie zei weliswaar niet: stop er maar mee, maar ze had wel “twijfels bij de levensvatbaarheid van TIER en MEBIT in de huidige opzet”. TIER-UM is klein en volgens de commissie “geïsoleerd” binnen de universiteit, de studenteninstroom is “onzeker”.

Die twijfels waren voor de rector genoeg. Wat haar betrof ging de stekker eruit.

Onheilstijding

De staf schrok zich een ongeluk toen Letschert eind oktober de onheilstijding kwam brengen. Want de overtuiging was: die gele kaart-kwestie is gemakkelijk te repareren, en met die instroom zou het wel weer goed komen, zegt prof. Kristof de Witte, tevens hoofddocent in Leuven. Met de juiste promotie en beter gebruik van sociale media, zegt ook hoofddocent en MEBIT-programmaleider Joris Ghysels, moet het mogelijk zijn 15 tot 20 studenten per jaar te trekken. Ghysels: “Ik geef toe dat ik er ook wel aan getwijfeld heb, de laatste jaren. Maar Wim Groot zegt altijd dat er van die ruim honderd studenten die jaarlijks naar het hbo gaan toch tien te interesseren moeten zijn voor een echt academisch programma. Samen met de studenten die sowieso willen komen, moet dat genoeg zijn. De faculteit heeft speciaal iemand aangetrokken voor werving en communicatie, er ligt een plan daarvoor. Ik had de laatste tijd juist weer hoop.”

Datzelfde zegt Henriëtte Maassen van den Brink. Geen ‘kleine jongen’ in de onderwijswereld, ze is nu al weer drie jaar voorzitter van de Onderwijsraad, een gerenommeerd orgaan dat regering en parlement adviseert over onderwijsbeleid en -wetgeving. Maassen van den Brink weet alles van TIER en MEBIT. Sterker, ze heeft het mede opgericht en combineerde jarenlang twee halve leerstoelen als onderwijseconoom aan de UvA en de UM. Van TIER was ze mededirecteur. De combinatie van haar werk in Den Haag, Amsterdam en Maastricht noopte haar in de zomer van 2016 haar leerstoel en directeurschap aan de UM op te geven. Niet haar bemoeienis echter, want nog altijd draait ze grote onderzoeksprojecten samen met Maastrichtse onderzoekers, onder wie Wim Groot.  

De oud-directeur vindt dat het de groep inderdaad is aan te rekenen dat ze de laatste jaren zo weinig studenten trekken en nu op de reserves moeten interen. “Je moet het hele land door om reclame te maken”, zegt ze telefonisch. Maar, schreef ze eind oktober in een gepeperde brief aan de rector, de opleiding wordt nu gesloten juist op het moment dat “de markt voor vraaggestuurd (modulair) onderwijs weer aantrekt”. En, vult ze mondeling aan, “ook de discussie bij het ministerie gaat in die richting”.

Dat soort onderwijs is precies waar TIER goed in is. Bovendien trekt ook de economie als geheel aan, iets wat schoolleidingen in staat stelt budget vrij te maken om hun docenten naar de UM te sturen. “De academische master is gericht op onderzoek in de klas, dat is iets wat de hbo-master niet biedt. Het is vraaggestuurd en maatwerk, dat is echt de toekomst.”

Waarom, vraagt ze zich af, kon de rector niet wat coulanter zijn? “Met een instituut dat jarenlang anderhalf miljoen omzet draaide en dat nog steeds geen echte tekorten heeft omdat er voldoende reserves zijn.”

Ideologische discussie

Er is een onderliggend probleem, en dat is dat het soort onderzoek en onderwijs dat TIER verzorgt, niet strikt onderwijskundig is. Het instituut focust op een niche in deze wereld, op interdisciplinair onderzoek door onderwijseconomen, -sociologen, -psychologen en ja, ook onderwijskundigen maar die hebben niet de overhand. En de aanpak om het onderwijs evidence based te benaderen, is niet heel populair is in onderwijskundige kringen in Nederland, vertelt Kristof de Witte.

“Het is een ideologische discussie tussen onderwijskundigen en onderwijseconomen”, vindt Maassen van den Brink, “wij kijken ook meer of onderwijsvernieuwingen kosteneffectief zijn”. Laten de twee leden van de externe commissie van Letschert nu net emeriti onderwijskundigen zijn.

In de brief die Maassen van den Brink aan Letschert stuurde bekritiseert ze het rapport van de commissie punt voor punt. En ze wijst op een belangrijke inconsistentie: de commissie prijst TIER in haar rapportage uitgebreid voor de kwaliteit van onderzoek en onderwijs van de afgelopen jaren. Tegelijkertijd beweert men dat het instituut “te klein is om zonder structurele samenwerkingsverbanden goed multidisciplinair onderwijs en onderzoek uit te voeren (…)”. Maar het instituut was al die jaren al klein. “Een dubbele boodschap”, concludeert Maassen van den Brink.

De commissie hekelt ook TIERs geïsoleerde positie binnen de universiteit. Een eiland. Voor de staf is dat een Cruijffiaanse kwestie: elk voordeel heb z’n nadeel. Want dat ze baas in eigen huis zijn vinden ze een pre, maar, zegt De Witte, “op een moment als dit sta je direct alleen.”

Misschien heeft de eilandmentaliteit er ook toe bijgedragen dat de eigen verdediging pas laat is georganiseerd. Pas toen de externe commissie werd ingesteld produceerde de groep een vlammend document waarin ook haar toekomstvisie was vervat. Te laat? De commissie heeft er blijkens haar rapport weinig mee gedaan. De Witte constateert dat dat ook tijdens een gesprek met de commissie het geval was: ze gingen er nauwelijks op in, zegt hij.

Moddergooien

Tijdens een van haar ontmoetingen met de staf vroeg rector Letschert de medewerkers “waarom jullie niet van je fouten leren”. Want nu lag er een gele kaart vanwege de toetsing bij MEBIT, een paar jaar terug zou hetzelfde aan de hand zijn geweest bij een educatieve minor die onder auspiciën van TIER (maar ook door gezondheidswetenschappen en economie) werd verzorgd. De docenten hoorden het in Keulen donderen: hier hadden ze nog nooit van gehoord. Dat de minor stopte had in hun ogen toch met gebrek aan belangstelling van de andere faculteiten te maken?

Waarom beweerde Letschert dan nu dat het op de toetsing sneuvelde? Dat is inderdaad zeer de vraag. Documenten uit die periode, eind 2014, laten iets heel anders zien. Namelijk dat de visitatiecommissie vooral (“het meest zorgelijk”) viel over de onenigheid bij de deelnemende faculteiten over de studiepunten die werden toegekend. En over een niet functionerend UM-breed minorenbeleid. Bij de SBE moest de minor zelfs in de vrije tijd worden gevolgd. Voor ‘toetsing’ gold slechts een “kanttekening”, men vond dat “een transparante beoordelingsprocedure van het praktijkdeel” ontbrak. Zoals ook op andere aspecten kritiek werd geuit. Het waren bijkomende puntjes.

Maar bij programmaleider Joris Ghysels schoot de opmerking van Letschert sowieso in het verkeerde keelgat: “Wat ze zei, getuigt van een oppervlakkige benadering. Toetsing is volop in ontwikkeling, ook UM-breed, en bovendien kijken alle visitatiecommissies er weer anders naar. Ik vond het moddergooien. En dat gebeurt vaker vanaf de Berg. Zo zei de rector dat ze in de wandelgangen had gehoord dat het Limburgse voortgezet onderwijs niet meer met TIER zou willen werken. Daar klopt niets van, we werken goed samen. De Berg verspreidt dus roddels.”

Openlijk ruzie

Wat in ieder geval wèl waar is: de relatie van Wim Groot met zijn decaan, Jansma, en directeur Fred Offerein, is slecht. “Daar is het fout gelopen”, zegt Kristof de Witte. “Ze konden van begin af aan niet door één deur, daar ligt de oorsprong”, zegt Henriëtte Maassen van den Brink. “Er waren bijeenkomsten waar Wim en Bernadette openlijk ruzie maakten, heel gênant”, zegt Joris Ghysels.

Groot heeft in de opkomende spanningen echter niet altijd even handig geopereerd, geeft Maassen van den Brink toe. Dat hij een keer tijdens zo’n meeting pontificaal uitriep: “Als MEBIT stopt, stop ik met TIER”, daarmee leek het doodvonnis bijna wel getekend. Ghysels: “Wim verdedigde dat later als strategische zet.” Maar het kwam als een boemerang terug, de opmerking belandde bij de rector en werd sindsdien tegen hem gebruikt.

Is Groot misschien een zeer goed wetenschapper (Maassen van den Brink: “Zijn H-index is door velen binnen en buiten de UM niet te evenaren”) maar een mindere manager? Dat beeld lijkt op de Berg te bestaan, en ook binnen zijn instituut klinken her en der wat kritische noten, maar iemand als Kristof de Witte, van het begin af aan betrokken bij TIER, bestrijdt het: “Hij is zeker een goede manager. We begeleiden ook samen promovendi, dat doet hij correct, joviaal, to the point.” En uit een UM-enquete naar de tevredenheid van medewerkers bleek dat TIER binnen de eigen faculteit het hoogst scoorde op ‘managementsupport’.

Onduidelijkheid

Wat nu? De accreditatie van de master loopt per 3 juli aanstaande af. Nieuwe studenten worden niet meer aangenomen. De docentengroep valt uiteen, de contracten van tijdelijke medewerkers worden niet verlengd, een deel van de anderen vertrekt waarschijnlijk naar de SBE, maar dat proces sleept. Besluiten worden daar niet genomen omdat het ze maar niet lukt een nieuwe decaan te vinden. Groot zelf zou naar Governance, binnen UNU-Merit gaan. Wat gebeurt er met de dagelijkse begeleiding van de promovendi? Het is onduidelijkheid troef. Programmaleider Joris Ghysels, een Belg die in Antwerpen woont, heeft gekozen voor een baan in Brussel. Hoofddocent Carla Haelermans, die eveneens elders een mooie functie kreeg aangeboden, besloot te blijven; zij wordt nu programmaleider bij MEBIT. Maar het zal niet eenvoudig zijn, vreest Kristof de Witte, om met nieuw in te huren docenten het programma inhoudelijk op hetzelfde peil te houden.  

En de studenten? Die moeten nog anderhalf jaar voort. Ze zijn bezorgd over de waarde van hun diploma. Volgens de UM is dat straks gewoon geldig. “De omstandigheid dat de accreditatie van de opleiding afloopt heeft overigens geen enkele negatieve invloed op de rechtsgeldigheid van de behaalde titel”, kregen ze te horen in antwoord op een brandbrief naar verschillende instanties binnen de UM, waaronder de universiteitsraad. Maar hun protest tegen het stopzetten van de master vond ook daar geen gehoor.

 

 

Categories:Categorieën:
Tags:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)