Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

“Dat ik het op die manier zeg, is klunzig, onhandig”

“Dat ik het op die manier zeg, is klunzig, onhandig”

Televisieprogramma Rambam zet UM-wetenschappers te kijk

Lees hier het laatste nieuws over deze zaak: BNNVARA trekt boetekleed aan; UM-hoogleraren treft geen blaam 

Een wetenschapper die zijn ziel verkoopt aan de industrie. Zo werd Rob Markus, bijzonder hoogleraar aan de Universiteit Maastricht – zonder succes onherkenbaar gemaakt – geportretteerd in een uitzending van Rambam op donderdag 24 januari. Onderzoek naar een energiedrankje ‘begeleiden’ met een positieve uitkomst, daar viel met hem best over te praten. Is dat echt waar? “Natuurlijk niet”, zegt Markus, “de context wordt volledig weggelaten”.

3 december 2018. Er staan twee jonge mensen op de stoep van de Universiteitssingel 40: Sahil Amar Aïssa en Yora Rienstra, maar Rob Markus, bijzonder hoogleraar neuropsychologie, herkent het duo niet als Rambampresentatoren. Ze doen zich voor als medewerkers van het communicatiebureau Priority Publishing. Eerder heeft ene Renée Goossens van dit bedrijf een e-mail gestuurd aan Markus met de vraag of ze hem mogen benaderen voor advies omtrent het opzetten van een ‘kenniscentrum’ voor onderzoek naar een energiedrankje van een Chinese partner. “Dat wilden ze in een positief daglicht stellen in Nederland”, zegt Markus. “Het is een rare vraag, maar deze krijg ik wel vaker – scholieren vragen mij bijvoorbeeld om advies voor hun profielwerkstuk – en zoals altijd reageer ik toch. Maar ik sprak ook al mijn twijfel uit. Ik had weinig tijd en vroeg me af wat ik er eigenlijk mee moest.” Hij reageerde pas na vier dagen. Na wat heen en weer gemail, werd er een datum geprikt.

Het gesprek met het duo van ‘Priority Publishing’, op zijn kamer in de psychologiefaculteit, duurde zeker anderhalf uur, herinnert Markus zich. Het ging er informeel en gezellig aan toe. Dat een verborgen camera alles filmde: daar was hij uiteraard niet van op de hoogte. Dat werd hem later per e-mail duidelijk gemaakt door de productieleider van het programma, “in december of januari, dat weet ik niet meer”, in elk geval nog voordat hij op televisie zou verschijnen. “De uitzending zou gaan over: in hoeverre zijn onderzoekers bereid onjuist onderzoek te doen tegen betaling. Ik belde hen op, vond het vals. Ik zei: ‘Jullie hebben toch bot gevangen bij mij? Ik heb toch gezegd dat ik daar nooit aan mee zou willen doen?’ Zij: ‘U wilde wel meedoen.’ Ik: ‘Dat is totaal niet wat we hebben besproken in dat anderhalf uur’. Ze vermeldden ook nog dat ik niet herkenbaar in beeld kwam, ‘zo is op geen enkele manier te herleiden wie u bent’.” Markus legt de kwestie voor aan UM-woordvoerder Gert van Doorn. “Hij zei af te wachten, vermoedde dat het wel goed kwam. Ik kende Rambam niet, hoopte op eerlijke journalistiek en dacht: ‘Ze zullen hopelijk ook laten zien dat ik zeg nooit onderzoek voor hen te willen doen op dit gebied en ook nooit advies of wat dan ook te willen doen tegen betaling’.”

Hoe komt Rambam bij Markus terecht?
Het is het handelsmerk geworden van BNNVARA’s Rambam: undercoveroperaties om zaken aan het licht te brengen die normaal onder de radar zouden blijven. Mensen worden ‘in de val gelokt’ voor een verborgen camera. Maar hoe komen ze bij Markus terecht? Hij is sinds maart 2015 bijzonder hoogleraar neuropsychologie aan de UM vanwege de Stichting Wetenschapsbeoefening. Hij werkt bij de vakgroep psychofarmacologie. Zijn specialisatie: hersenen, stress, depressie en de effecten van voeding. En dat laatste heeft de makers van Rambam waarschijnlijk getriggerd: want hoe zit dat nu met de industrie en wetenschappers die onderzoek doen naar voeding? Zijn zij te verleiden tot het falsifiëren van onderzoeksresultaten in ruil voor geld? Bovendien verschijnt hij in een informatiefilmpje op de website van het kenniscentrum Suiker en Voeding. En laat Rambam nu juist bij dit kenniscentrum – ze hebben zelfs een nascholingscursus bijgewoond en UM-wetenschapper Fred Brouns aangesproken (zie kader) –  de zoektocht zijn begonnen.

Wat zendt Rambam uit?
Dan is het donderdag 24 januari 2019 en ziet televisiekijkend Nederland hoe een wetenschapper zich voor het karretje lijkt te laten spannen van de commercie (de uitzending is alleen nog terug te zien via de betaalde videodienst NPO Plus).

Een letterlijke transcriptie:
Rambampresentator Sahil Amar Aïssa tegen Markus: “Is het mogelijk dat wij in ieder geval voor een periode een deel van de onderzoeken en studies kunnen financieren of sponsoren...”
“En in ruil daarvoor dat de kans dat het zo gunstig mogelijk voor ons uitkomt het grootst is.”
Waarop Markus antwoordt: “Ja nou, wat je nu vertelt is niet anders dan hoe DSM, Unilever… al die bedrijven doen het op dezelfde manier.”
Voice-over: “Aha, we bevinden ons in goed gezelschap. De grote jongens doen het ook zo. Maar hoe zou het dan in z’n werk gaan?”
Markus: “Als er een vraag komt vanuit jullie of van wie dan ook zou je een onderzoek kunnen opzetten met dit als uitkomst – we willen een zo gunstig mogelijk effect sorteren van een bepaalde drank op gedragingen, dan kan ik je daarin begeleiden en dan kan ik daar een proposal over schrijven. En dan kan ik dat aanpassen naar gelang jullie dat interessant vinden. Dat is natuurlijk altijd mogelijk. Dat is geen enkel probleem.”

Leg dat maar uit
We zijn drie weken verder. Markus wil graag zijn visie geven. Op tafel ligt zijn opnameapparaatje, “aangeschaft sinds een paar dagen”. Hij is achterdochtig geworden, geeft hij toe.

Hier lijkt een wetenschapper zijn ziel te verkopen. Of niet?
“Ik was volledig verbaasd over de zinnetjes die ze uit het gesprek hebben gehaald. De context wordt volledig weggelaten en juist daarin maak ik het tegenovergestelde duidelijk, ik heb hen in het gesprek herhaaldelijk aangegeven dat ik niets tegen betaling doe en ik zie nog de verbazing op hun gezichten. Waarom heeft Rambam die fragmenten niet getoond? Ik heb ook gezegd dat ik hieraan helemaal niet wil meewerken, ik vind het ten eerste niet integer en ten tweede oninteressant, ik wil helemaal geen onderzoek doen naar marktachtige producten. Waarom kwamen ze überhaupt bij mij, wilde ik ook weten. ‘Waarom zoek je niet een kenniscentrum in Nederland?’, zei ik.
“Ik vroeg ook of ik het goed had begrepen dat ze echt het doel hadden om het imago van een energiedrank op te krikken. En ja, dat wilden ze. ‘Maar waarom in hemelsnaam? Dat is toch niet integer?’ zei ik. ‘Een kenniscentrum moet zich baseren op integer onderzoek, niet op dit soort dingen, dat is volslagen onacceptabel.’”

Waarom noem je DSM en Unilever en dat die het ‘op dezelfde manier’ zouden doen? Bedoel je dat ook zij onderzoekers geld bieden in ruil voor positieve resultaten?
“Nee! Ik bedoel dat ze allemaal graag de positieve kanten van het product in het daglicht willen stellen. Maar ik ben zelf nooit benaderd door bedrijven met dat verzoek. Dat ik het op die manier zeg, is klunzig, onhandig. Zo ken ik mijzelf ook: de sfeer is informeel, ik leg dingen uit, neem de tijd, ben de leermeester, enthousiast, let niet op elk woordje dat ik uitspreek. En zeker, ik begrijp ook wel dat mensen hun bedenkingen hebben als ik dit zeg, over die bedrijven, maar mensen die mij kennen, weten dat ik het zo niet heb bedoeld.”

En dat jij aanbiedt hen te begeleiden in een onderzoek met als uitkomst ‘een zo gunstig mogelijk effect van een drank op gedrag’, hoe leg je dat uit?
“Zij vragen herhaaldelijk of ik hen kan adviseren bij het opzetten van onderzoek waarbij de kans op positieve effecten zo groot mogelijk is. Ik zeg, ook herhaaldelijk: ‘Dat moet je niet willen en is ook niet mogelijk.’ Als je eerlijk onderzoek doet, valt nooit te garanderen dat er iets positiefs uitkomt. En eerlijk onderzoek houdt in dat je goed methodologisch te werk gaat: gerandomiseerd met een controlegroep, bepaalde groepsgroottes, meetinstrumenten die valide zijn. Ik heb hen gezegd te willen helpen met louter de opzet daarvan en dus nooit met het onderzoek zelf. Dus: gericht op éérlijk onderzoek. ‘Gunstig’ is hier misschien niet goed gekozen, maar ik bedoel dat bij een goed onderzoeksdesign de kans het grootst is dat je effecten vindt die er ook daadwerkelijk zijn. In een onderzoeksvoorstel rapporteer je überhaupt geen resultaten. Ook zeg ik er herhaaldelijk bij dat ik dat louter gratis doe! Als je integere journalistiek wilt bedrijven, dus hoe heeft iemand nu eerlijk een en ander bedoeld, dan moet je kijken naar het geheel. De context vertelt de waarheid, niet een enkele zin.”

Blijft toch de vraag waarom je anderhalf uur spendeert aan mensen die in gesprek willen over het imago van een energiedrank.
“Dat doe ik altijd en bij iedereen, en het gaat ook allang niet altijd over hun energiedrank. Scholieren stellen ook de raarste vragen, zo van ‘ik wil graag dat dit of dat eruit komt’. Dan zeg ik ook niet: ‘Daar is de deur’. Ik wil hen juist leren dat zoiets niet kan en waarom. Het is mijn core business om hen te adviseren over goed onderzoek, en daar wil ik nóóit betaald voor worden. Dat heeft Rambam duidelijk gehoord, maar ze verzwijgen dat.”

En jouw uitspraak over het ‘aanpassen van een proposal’ moeten we ook niet als ‘wetenschappelijk onfatsoenlijk’ opvatten?
Enigszins geïrriteerd: “Het is binnen de wetenschap héél logisch om een onderzoeksopzet aan te passen. Stel jij wilt weten of jullie lezers het fijner vinden om een papieren of digitale versie van Observant te lezen, en je komt met die vraag naar mij. Dan help ik je met de methode. Als jij later bedenkt dat je ook nog de beleving van jongere en oudere mensen wil meenemen, moet ik dat onderdeel toevoegen. Dat is aanpassen.”

Wat is het je waard om de opname van anderhalf uur in handen te krijgen om daarmee te laten zien dat jou geen blaam treft?
“Als onze universiteit de echte audiovisuele band krijgt waarin van begin tot eind alles in staat, ben ik volledig gerustgesteld. Want dan zul je horen en zien wat ik je net heb verteld! Maar dan moeten we wel kunnen aantonen dat die echt is – daar ben ik namelijk niet gerust op. Ook wil ik geen fragmentenselectie. Tegelijkertijd: ik weet niet of ik die echte band wil proberen te krijgen. Dat is ook een zaak van de universiteit.”

Het gaat toch om jouw reputatie?
“Die is nu voor een deel al onterecht beschadigd, maar ik vertrouw erop dat mensen die mij kennen en weten hoe ik werk echt wel weten hoe het zit. Het is niet belangrijk wat alleen ik wil. Ik vertrouw erop dat de UM er een goed oordeel over velt. En eerlijk gezegd: ik ben niet rancuneus. Ik vind het interessanter om met wetenschappers te discussiëren over hoe onderzoeksfinanciering het beste zou kunnen en moeten. Daarin heeft Martijn Katan gelijk. Hij zegt in die uitzending van Rambam dat de overheid de wetenschapper in ‘de armen drijft’ van de industrie omdat er simpelweg niet genoeg geld is. Bovendien eist NWO soms dat je samenwerkt met de industrie, altijd onder strikte regels om beïnvloeding uit te sluiten.”

Ga je voortaan voorzichtiger te werk met adviesaanvragen?
“Absoluut. Ik vind dit heel vervelend en stressvol, ik ben ook erg geschrokken. Het is voor een wetenschapper heel erg als de integriteit in twijfel getrokken wordt. Ik moet leren niet mee te gaan in een gezellige sfeer en mijn woorden zo te kiezen dat deze niet multi-interpretabel zijn, maar vergeet niet dat dit een heimelijk opgenomen gesprek betreft met suggestieve vragen en een vooropgezet doel om bepaalde uitspraken te ontlokken. Maar het is gebeurd. Mijn naam wordt onterecht gekoppeld aan iets wat niet leuk is. Daar moet ik mee leven.”

 

 


De 'geblurde' professor 

“Laat me maar weten wanneer je wenst te komen (mijn kamer ken je al.…)”, schrijft Rob Markus (55) in aanloop naar het interview met Observant in een e-mail. Zijn kamer kennen we inderdaad. Van eerdere interviews en van Rambam.
Want wie de televisiebeelden vaker bekijkt, vindt het ene na het andere aanknopingspunt, ondanks een waas die de programmamakers er opzettelijk in hebben gemonteerd. We zien de receptie van de Universiteitssingel 40, zwarte kasten met een opvallend witte doos erop, het uitzicht vanuit zijn kantoor op de schoorsteen van de faculteit Health, Medicine and Life sciences. De wetenschapper komt geblurd in beeld; hij wordt aangekondigd als “een bijzonder hoogleraar”.
Dit moet Markus zijn, luidt de conclusie op de redactie van Observant. Maar geeft hij zelf ook toe? En belangrijker: waarom heeft hij uitspraken gedaan die niet door de beugel kunnen? Een telefoontje naar Markus volgt: hij ontkent in vage termen en verwijst door naar Gert van Doorn, de officiële woordvoerder van de Universiteit Maastricht. Die ontkent ook. “Er zaten geen mensen van de UM in de uitzending”, meldt hij.
Dan maar Anita Jansen gebeld, decaan van de faculteit psychologie en neurowetenschap: zij weet misschien meer, Markus is per slot van rekening een van haar hoogleraren. Zij klinkt verbaasd, ze weet van niets en heeft “het programma niet eens gezien”. We sturen haar een opname toe en de dag daarna volgt telefonisch een bevestiging. Jansen: “Het is Rob, maar dat wist je toch al? Gert [van Doorn, red.] zei dat hij dat tegen jou had gezegd.” Niet dus. De vraag dringt zich op of de universiteit het schandaal onder het tapijt heeft willen vegen; vooral geen slapende honden wakker maken en ontkennen als er een vraag komt.
Decaan Jansen heeft inmiddels met Markus gesproken. “Ik vind het schandalig als wetenschappers zich zouden laten omkopen door de industrie, maar ik vind dit een vorm van fake news. Rambam is te ver gegaan, je weet niet wat ze hebben gevraagd, hoe ze hebben geknipt. Ik vind dit een ordinaire karaktermoord.” Later voegt ze toe: “De hele toestand sterkt mij in mijn overtuiging: alle wetenschappers terug in ‘de ivoren toren’ en alle banden met commerciële partners verbreken. Pas als we iets met enige zekerheid menen te weten, dan roepen we dat van onze daken. En laat ons verder met rust zodat we ons werk kunnen doen. Dat zou goed zijn voor de wetenschap en de maatschappij.”
Er is even twijfel of Markus gaat meewerken aan een interview, hij vindt dat hij zich niet hoeft te verdedigen, zegt dat hij niets misdaan heeft, erin is geluisd en bovendien “zeer achterdochtig geworden wat betreft de oprechtheid van de media”, maar er volgt toch een gesprek.

 

Fred Brouns: "cherry picking" van Rambam

Niet alleen bijzonder hoogleraar Rob Markus zegt in diskrediet te zijn gebracht door Rambam, ook Fred Brouns, emeritus-hoogleraar Innovatie in Gezonde Voeding, is verbolgen over de werkwijze van het programma. De laatste wordt door Rambam benaderd tijdens een nascholingscursus van het kenniscentrum Suiker en Voeding. De Rambamreporter presenteert zich (waarschijnlijk onder valse naam) met verborgen camera.
In de aflevering meldt een voice over: “Aan hem vragen we of hij zich zou willen verbinden aan ons nog op te zetten kenniscentrum. En daar heeft hij niet zo’n moeite mee. Hoewel binnen bepaalde grenzen.” Dan zegt Brouns (de vraag hebben we niet gehoord): “Op het moment dat je zegt dat je op de payroll staat van de industrie of dat de industrie jou gebruikt om uitspraken te doen, ja, dan heb je een groot probleem, dan ben je als wetenschapper afgeschreven.”
“Kijk voor mij is het belangrijk om te weten wat jullie willen en hoe het naar buiten wordt gebracht. Het moet echt dichtgetimmerd zijn. Dus. Maar een dergelijke rol kan ik, als dat nodig is en als het leuk is wat jullie doen, best vervullen.”
“Maar we moeten heel zorgvuldig daar mee omgaan.”
Voice over: “We begrijpen het. Heulen met het bedrijfsleven is misschien wel goed voor je portemonnee, maar niet voor je wetenschappelijke reputatie.”

Per e-mail laat Brouns aan Observant weten zich absoluut niet te herkennen “in de suggesties en conclusies die de programmamakers de luisteraars op deze wijze voorschotelen en die absoluut geen recht doen aan hoe zorgvuldig wij te werk gaan. Geciteerde woorden zijn geknipt, geplakt en daarmee volledig uit de context van het geheel gehaald.” Wat betreft die zorgvuldigheid benadrukt Brouns dat er op de Universiteit Maastricht strikte regels zijn voor “studie-design”, kort gezegd onderzoeksmethodes. Daarnaast is er een publicatieplicht, “ook als de resultaten negatief zijn”. Hij beschuldigt Rambam van cherry picking; het gebruiken van enkele fragmenten om een verhaal kracht bij te zetten. “Waar zijn de door mij gemaakte zeer kritische opmerkingen over energiedranken gebleven? Tevens mijn opmerking om niet bereid te zijn om onderzoek daarnaar te doen en dat ook niet te willen initiëren?”

 

 

 

Categories:Categorieën:
Tags:

CommentsReacties

2019-02-21: Paul
"het uitzicht vanuit zijn kantoor op de schoorsteen van de geneeskundefaculteit."

Gelukkig zeg, dan zal het toch niet de Universiteit Maastricht zijn geweest, want die heeft toch meer dan een decennium geen Faculteit Geneeskunde meer.
2019-02-21: Wendy Degens
FHML natuurlijk, dat is wel bekend. Een beetje onhandig. Excuses. We passen het aan!

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)