Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

“Het had nooit mogen gebeuren”

“Het had nooit mogen gebeuren”

Photographer:Fotograaf: André Knottnerus/ foto: Loraine Bodewes

André Knottnerus zag de ruwe tape van uitzending Rambam

“Wat bij Rambam is gebeurd, is buitengewoon schadelijk.” Toch gaat de Maastrichtse emeritus-hoogleraar André Knottnerus er niet van uit dat de programmamakers bewust kwaadwillig hebben gehandeld. Misschien was er sprake van “onbegrip, gekoppeld aan druk om te scoren. Maar de veroorzaakte schade is er niet minder om.”

De affaire rond de Rambam-uitzending kwam aan het rollen nadat Observant de identiteit van twee UM-hoogleraren wist te achterhalen, Fred Brouns en Rob Markus, die, weliswaar geblurd, als nogal plooibare wetenschappers werden afgeschilderd. Het college van bestuur was al vooraf door Markus op de hoogte gesteld van de (toen nog aanstaande) uitzending, maar ondernam pas actie na de Observant-publicatie. Rector Rianne Letschert wilde eerst “de betreffende hoogleraren spreken” en daarna “intern” de koppen bij elkaar steken, laat ze weten.
Knottnerus reisde op verzoek van Letschert met een kleine delegatie af naar Amsterdam om de ongemonteerde versie te bekijken. Ook vertegenwoordigers van productiemaatschappij CCCP en omroep BNNVARA schoven aan.
Knottnerus: “Ik vond de kwestie belangrijk vanwege het indringende karakter en de impact ervan op de hoogleraren. Hun integriteit werd in twijfel getrokken, dat is nogal wat. De uitzending had ik niet gezien, een voordeel, want ik wilde het materiaal graag onbevangen bekijken. Zetten de onderzoekers een goed verhaal neer, zijn ze geloofwaardig, integer?”
Het antwoord is ja. “Er valt niet te twijfelen aan de goede bedoelingen en de integriteit van beiden. Ze geven heel vaak aan waar het om gaat in de wetenschap: “Je baseren op de volledige stand van kennis, niet selectief publiceren, onafhankelijkheid. Na tien minuten had het gesprek met Markus al beëindigd kunnen worden, het was helder wat hij vond.”
De hoofdrolspelers kende hij niet persoonlijk. “Ik heb Rob weleens gezien in de togakamer, maar meer niet. Ik zie mezelf als extern deskundige, ik ben inmiddels uit dienst van de Universiteit Maastricht.”

Blurren
Knottnerus trekt een parallel tussen de wetenschap en de media. Zoals onderzoekers zich moeten verantwoorden op basis van ruwe data – van hen wordt verwacht dat hun resultaten representatief zijn voor datgene wat is onderzocht – zouden de media dat ook moeten doen. Klopt datgene wat je uitzendt met wat er op tafel is gelegd? Een tweede punt: van wetenschappers wordt steeds meer verwacht dat hun onderliggende data voor het publiek beschikbaar zijn. “Er is veel voor te zeggen dat dat met ongemonteerd materiaal van programma’s als Rambam, mits niet schadelijk voor derden, ook gebeurt.”
“We werden zeer correct ontvangen door de producenten, er was gezamenlijk een gevoel van ‘wat is hier gebeurd’. Ik heb mijn indrukken meteen gemeld. Bij slechts een paar passages heb ik om terugspoelen gevraagd: ‘hoe kan dit nu begrepen zijn?’”
Rambam kent hij vooral van de discussie na de reportage over ontgroeningen (waarbij de omroep excuses aanbood). En hoewel het programma “soms belangrijke zaken op de kaart zet, gaat er ook weleens iets mis. Wanneer is het gerechtvaardigd om voor undercovermethoden te kiezen? Wie beslist dat? En als je gaat blurren – omdat je niet wilt dat mensen worden herkend – besef dan: dat is een vak. Je wilt toch ook niet dat mensen die slachtoffer zijn van huiselijk geweld zo maar herkend worden?”
En dat vak verstaan de makers van Rambam niet goed genoeg, luidt zijn conclusie.  “Je kunt wel zeggen dat de buitenwereld de Maastrichtse universiteit of de hoogleraren niet herkent, maar er is vandaag de dag geen verschil meer tussen binnen- en buitenwereld. Jullie van Observant zochten vervolgens je weg, signaleerden een mogelijke misstand, vonden het relevant om dat te onderzoeken; want het kon op dat moment twee kanten op.”

Deskundige
Knottnerus vermoedt dat de programmamakers dachten dat het gemonteerde verhaal in lijn was met het hele gesprek. “Anders kan ik me niet voorstellen dat je dit de onderzoekers en jezelf aandoet. Maar het had nooit mogen gebeuren, het totale materiaal had voor uitzending gereviewed moeten worden door een deskundige.” Die had hen op de hoogte moeten brengen van het reilen en zeilen binnen de wetenschap, van de methodologie, van bestaande regels over afspraken met subsidieverstrekkers en sponsoren, et cetera.
Neem de opmerking van Markus in de uitzending waar hij vertelt ‘de energiedrankvertegenwoordigers’ te kunnen begeleiden in het opzetten van onderzoek met “een zo gunstig mogelijk effect van een bepaalde drank op gedragingen”. Alsof hij wilde zeggen: ‘U vraagt, wij draaien’. 
Knottnerus legt uit dat zo’n zin absoluut in de context moet worden geplaatst, naast het feit dat er begrip moet zijn van het wetenschappelijk bedrijf. “Goed onderzoek begint met een uitstekende vraagstelling op basis van veel voorkennis over de stand van wetenschap en over de ingrediënten die er bijvoorbeeld in een energiedrankje zitten. Precies het punt dat Markus ook maakt in het gesprek. Als je denkt dat een onderzoek niet kansrijk is, ga je het niet doen, daar mag je subsidieverstrekkers, patiënten en proefpersonen niet mee belasten.”
Dus niet gokken op een toevalstreffer. Tegelijkertijd weet je als onderzoeker vooraf nooit wat eruit komt, en ook ongunstige resultaten moeten altijd gepubliceerd worden. “Die onzekerheid hoort erbij. Ook dat zegt Markus.”
Maar wat bedoelt Markus dan met “een zo gunstig mogelijk effect”? Knottnerus: “Een goede wetenschapper weet een hypothese zo te formuleren, en het onderzoek zo te ontwerpen dat er een behoorlijke mate van waarschijnlijkheid is dat – als er sprake is van een gunstig, dat wil zeggen positief effect - je dat effect dan ook vindt. Dat is heel wat anders dan frauduleus toewerken naar onterecht positieve resultaten. Als je dit niet begrijpt, en er als programmamaker voor kiest om niet het hele verhaal uit te zenden, kan zo’n citaat heel anders opgevat worden.” 
Waar Knottnerus niet twijfelt aan de integriteit van de beide UM-wetenschappers, plaatste  de Amsterdamse emeritus voedingsprofessor Martijn Katan stevige vraagtekens bij de uitlatingen van Markus. Knottnerus daarover: “Ik weet niet hoe hij het materiaal heeft bekeken. Voor mij is het belangrijk dat BNNVARA, al het materiaal gezien hebbend, zegt: ‘Jullie hebben gelijk’. Verder pleit ik voor een openbaar debat over onderzoeksmethoden en selectiviteit in wetenschap én media. Je zou als college van bestuur of benadeelde hoogleraren nog kunnen denken aan verdere stappen, maar dat is aan hen, daar zitten voor- en nadelen aan. Hoe dan ook, als het mij was overkomen, zou ik het zeer ernstig vinden. Van integriteit heb je er maar één.”

Categories:Categorieën:
Tags:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)