Er komt een commissie die gaat onderzoeken hoe het zo heeft kunnen lopen. “We willen leren van de fouten”, zegt Jan-Joost Rethans, opleidingsdirecteur bij geneeskunde.
Met dit besluit komt voorlopig een einde aan het ambitieuze programma van de Saoedische overheid om met King Abdullah Scholarships (KAS) van 32 duizend euro per persoon jaarlijks tientallen studenten naar Maastricht te sturen. Die aantallen zijn overigens nooit gehaald. Een parallel programma aan de Groningse universiteit blijft wel overeind, maar dat komt doordat men zich daar van begin af aan heeft geconformeerd aan een centrale eis van de Saoedische regering: op zijn minst het laatste deel van de opleiding in het Nederlands, en dus coschappen in Nederlandse ziekenhuizen. De Maastrichtse faculteit is snel na het begin van het programma in 2007 overgestapt op Engels zodat ze voor de coschappen moeten uitwijken naar het buitenland. In de Saoedische hoofdstad Riad was en is men daar tegen. De afgelopen twee jaar is regelmatig onderhandeld, zonder veel resultaat. Vorig voorjaar liep het zo hoog op dat Riad weigerde een nieuwe lichting studenten te sturen. Opnieuw volgden gesprekken, waarop de UM, onder voorwaarden, door de bocht ging. Rethans: “Toen hebben we gezegd, oké, de master wordt Nederlandstalig, dat betekent dat ze Nederlands moeten leren maar dan willen we wel dat het ingangsniveau van het Engels omhoog gaat (naar IELTS 6.0) zodat daar minder aandacht naar toe hoeft te gaan. En we willen ook geen bemoeienis meer van de Saoedische regering met de stageplaatsen. Ze stelden namelijk steeds meer eisen, vooral Afrikaanse bestemmingen voldoen in hun ogen niet, alleen Stellenbosch, Zuid-Afrika, kon er nog mee door. We moesten bijna per student toestemming krijgen voor een stageplaats.”
Dat begon de FHML flink te vervelen, te meer daar vooral ook uit Stellenbosch klachten kwamen over het gedrag van de Saoedische masterstudenten. Het bleek om ongeveer dezelfde euvels te gaan als die eerder in een Maastrichts evaluatierapport over de KAS-studenten naar voren kwamen: weinig respect voor de staf, te laat komen, geen huiswerk doen.
In Maastricht begon men voor de eigen goede naam te vrezen. Rethans: “Ook uit Ierland en Australië kwamen dergelijke klachten. We hadden het gevoel klem te zitten. Waren we bezig met de ontwikkeling van een internationaal Global Medicine programma of waren we bezig de Saoedische overheid tevreden te houden? Vooral dat laatste eigenlijk. Toen de Saoedi’s niet wilden ingaan op onze voorwaarden was het: we stoppen ermee, geen nieuwe instroom meer.”
Dat besluit om te stoppen viel al begin maart, maar is op verzoek van de Saoedische onderhandelingspartners stilgehouden. Eerst moest duidelijk zijn hoe de huidige studenten verder zouden gaan. Ook daar was onenigheid over. De faculteit wilde de masterstudenten het Engelstalige programma laten afmaken, de Saoedi’s wilden dat iedereen meteen naar Nederlands zou overschakelen. Het compromis: de huidige masterstudenten gaan door in het Engels, alle studenten in het voorbereidende pre-med-programma bij het UCM en in de bachelor krijgen een jaar lang Nederlandse les. Als ze eenmaal voldaan hebben aan de taalingangseisen voor de master zullen ze straks in Nederland hun coschappen lopen
Rethans: “Wij hebben tegen de Saoedi’s gezegd: als jullie het zo willen, kom je het ze zelf maar vertellen.” Begin mei draafden de ambassadeur en de cultureel attaché inderdaad op. Rethans: “De studenten vonden het niet leuk, ze hadden heel veel vragen, de bijeenkomst liep behoorlijk uit. Toch denken wij nu dat ze er straks ook voordeel bij zullen hebben. Door al die eisen van hun regering aan de buitenlandse stageplaatsen lopen ze onherroepelijk vertraging op, dat is dan voorbij. Ook het vermoeiende reizen – een aantal weken Australië, vervolgens Ierland et cetera – behoort dan tot het verleden. De zwaarte daarvan hebben wij als faculteit toch wel onderschat, denk ik.”
In een bijeenkomst voor de staf, enkele dagen later, klonk geen protest tegen het besluit om te stoppen. Rethans: “Over het algemeen was men blij dat we niet gingen doormodderen, en de vraag was ook: hoe kon dit nou gebeuren?”
Dat laatste gaat de faculteit onderzoeken, “want we willen leren van de fouten die zijn gemaakt”. Welke dat zouden zijn, daarop wil Rethans niet vooruitlopen. Een ding is duidelijk: dit is niet het einde voor het internationale geneeskundeprogramma. Rethans: “Daar gaan we een nieuwe koers voor uitzetten, we gaan op termijn ook weer op zoek naar andere landen waarmee we afspraken kunnen maken over groepen studenten. Met Koeweit loopt dat nu, die sturen voor hetzelfde bedrag als de Saoedi’s studenten hierheen. Natuurlijk kost dit besluit de faculteit geld. Dat is pijnlijk maar waar doe je het voor, voor het geld of voor het onderwijs? De relatie met Riad is verder niet verstoord. Als dat Global Medicine programma eenmaal vaststaat, kunnen we zien of ze weer meedoen. Nu willen ze dat nog steeds, zij het op hun voorwaarden. Maar de andere contacten met universiteiten in Saoedi-Arabië, waar de UM docenten coacht, blokboeken en zelfs een heel curriculum levert, gaan gewoon door.”