“U krijgt het mooiste stuk”, zegt geneeskundestudent Laura Oostewechel trots als ze een enorme portie groentetaart voor Mathieu Segers, dean van het University College Maastricht, neerzet. “Ik weet niet of u ergens allergisch voor bent?” Zonder het antwoord af te wachten, vervolgt ze luchtig: “Dat is nu toch te laat.” Allergisch is Segers zeker niet, al lijkt de hoeveelheid groente die de Stennis-dames hem voorschotelen op een overdosis vitaminen. Grinnikend: “Ik eet zelden zo gezond. Ik kom hier helemaal gerevitaliseerd vandaan.”
Het is woensdagavond, half zes. De tafel is mooi gedekt, groentetaart staat te garen in de oven, het toetje is zo goed als af, alleen de “avocado-waaier” moet nog op de salades gelegd worden. De gezamenlijke keuken van de gang aan de Heugemerweg 13 lijkt op een gezellig kippenhok. Er wordt gelachen, gegiecheld en gepraat door de vier Stennis-dames. “Mogen we nou eindelijk weten wie er komt eten”, klinkt het bijna smekend. “Mathieu Segers? Dean van het UCM? Wies, jij moet hem kennen, jij studeert daar.” Renske Meijer, Roos Pijnenburg en Oostewechel kijken haar verwachtingsvol aan. Maar Wies Stevens weet niet meer dan dat een “dean hetzelfde is als een decaan”. Dat is in ieder geval “hoog”, concluderen ze vrolijk.
Ze mogen ‘je’ zeggen van Mathieu Segers en dat gaat de vier meteen wonderbaarlijk goed af. “Wat is leuker, boven of onder de rivieren”, vraagt Meijer als ze hoort dat hun gast net van Utrecht naar Maastricht is verhuisd. “Ik zou het niet weten, ik ben geen scherpslijper, ik ben overigens geboren in Maastricht.” “O”, reageert Oostewechel meteen, “ik mis het accent”. Na 21 jaar buiten Limburg is dat wel weg. “Kún je nog wel dialect praten?” willen de dames weten. Hij moet weer een beetje oefenen, bekent Segers, al is zijn vader al die jaren steevast Maastrichts met hem blijven spreken. “Versta je je vader dan nog wel?” klinkt het bezorgd. Grinnikend: dat gaat nog net.
De dames zelf komen uit Brabant (Pijnenburg en Meijer), Nijmegen (Stevens) en Terwolde. “Daar wil je nog niet dood gevonden worden”, grapt Oostewechel. “We hebben meer koeien dan mensen.” Maar het aandeel jongens is er groter dan in hun tennisvereniging, verzucht ze. Stennis kampt net als de hele universiteit met een vrouwenoverschot - verhouding bij Stennis 70-30 - en dat is niet gezond. “De jongens die lid worden, zijn na een half jaar verpest. Ze hebben de vrouwen voor het uitkiezen. En zij die niet verpest zijn, blijken homo. Dat is het Stennis-syndroom”, zuchten ze eensgezind. Segers, nog redelijk nieuw aan de UM, is verbaasd. “Is er een vrouwenoverschot in Maastricht?” Nou en of. De vier missen het “testosteron”. Niet voor niets is er een drukke uitwisseling tussen Stennis en de studententennisclub van de Technische Universiteit Eindhoven waar de mannen dik in de meerderheid zijn. Bij het UCM is “genderbalans ook een aandachtspunt”, vertelt de dean. “We bekijken op dit moment onze studentenpopulatie want we moeten oppassen dat we niet één type student binnenhalen. Vrouwen doen het goed in het hele onderwijs, zij halen betere cijfers en hebben meer discipline en verantwoordelijkheidsgevoel. Heel belangrijk. Maar je hebt ook creativiteit nodig, durf en onafhankelijk denken. Mannen hebben die durf vaker, nemen meer risico, maar veroorzaken daardoor vaker collateral damage.”
Inmiddels is aan tafel de meeste gêne verdwenen, als die er al was. “Nog wat wijn?” Segers: “Een beetje, ik moet nog naar Scharn rijden om mijn zoon van de voetbaltraining op te halen.” “O, dat is niet zo ver”, concludeert Oostewechel en schenkt bij. Hoe oud is hij eigenlijk, willen de dames weten. “Veertig? Echt? Je hebt geen rimpels”, flapt Oostewechel eruit. “Ik dacht dat je veel jonger was.” Als Segers vertelt dat hij drie kinderen heeft en zijn oudste tien is, wil Stevens weten of ze zijn meeverhuisd. Ja, tijdens de herfstvakantie. Pijnenburg, vol begrip: “Halverwege het schooljaar! O, hoe vinden ze dat, zo’n nieuwe school, nieuwe vriendjes, nieuwe voetbalclub?” Ze zijn redelijk positief, aldus hun vader.
Het gesprek komt op stamkroeg Ma van Sloun en het UCM dat er dicht bij in de buurt zit en waar Stevens, van huis uit student psychologie, enkele vakken volgt. “Bevalt het”, vraagt Segers geïnteresseerd. Nou en of. “Psychologie is veel massaler en de studenten zijn over het algemeen minder gemotiveerd. Ik was eerst wel wat geïntimideerd. Iedereen leek zo slim, maar gelukkig zijn ze ook heel aardig. Ik ben blij dat ik weet dat dit soort onderwijs ook bestaat.”
Dan een vraag die ze vooraf hebben bedacht voor hun gast. “Trump wordt de nieuwe president van de VS. Wat gaat dat voor ons betekenen?” “Een kleine of grote ramp”, verwacht Segers die meteen een kort college geeft. “Misschien kan de first lady, die uit Europa komt, hem wat temperen. Trump rammelt aan de fundamenten van de Navo. Decennialang werkte deze Noord-Atlantische samenwerking op het gebied van veiligheid als een soort afschrikmiddel. Een aanval op één lidstaat was immers een aanval op allen. We zouden elkaar beschermen. Toen de Muur viel kreeg de Navo meer leden, onder andere de Baltische staten die de Russische president Poetin eigenlijk terug wil. In Oekraïne heeft Poetin al laten zien dat hij niet bang is. Als nu blijkt dat Trump niet meer van plan is om die staatjes te beschermen, dan kan dat Poetin op gedachten brengen. Het is er met Trump in het Witte Huis niet veiliger op geworden.” Maar een bunker, zoals Oostewechel oppert, hoeven ze nog niet te gaan bouwen.
“Ben jij geworden wat je wilde worden in het leven”, vraagt Stevens. Tjee, reageert Segers. “Ik weet niet of ik zulke vastomlijnde ideeën had. Ik wilde iets met de internationale politiek gaan doen of profvoetballer worden.” Dat laatste zat er niet in. Op zijn 31ste is hij gestopt, “het spelniveau werd steeds lager en daarmee gevaarlijker. De kans op blessures was groot.” “Je hebt je zoontje nog”, lacht Stevens. Segers, grinnikend: “Daar investeer ik nu in.”
Als hun “hoge” gast zich opmaakt om te vertrekken, nemen de tennissers hun kans waar. Oostewechel: “Kun jij niet wat subsidie voor ons lustrumgala en de vereniging regelen?” Waarop Stevens aanvult: “En een paar eigen tennisbanen?”