“Je moet op het randje van het leven durven staan en bibberen”

HR-adviseur Pierre Schröder over een bewogen 2020

09-12-2020

Was het half negen ‘s avonds? Negen uur? Hij had geen idee. Het was midden september, het werd donker en omdat hij geen zaklamp of telefoon bij zich had, kroop hij in zijn slaapzak. Hij lag nog maar net onder de blote hemel op de Veluwe, toen het bos begon te leven: hij hoorde wilde zwijnen, herten, een uil. Zijn zintuigen stonden op scherp. En toen was daar opeens vlak bij een rat, of tenminste, zo leek het. “Ik verstarde van angst. Dat gebeurt altijd als ik echt bang ben. Ik realiseerde me meteen: zo kan ik niet vier nachten door, dat ga ik niet volhouden.” Wat nu? Pierre Schröder, al bijna dertig jaar HR-adviseur aan de Universiteit Maastricht: “Ik besloot: als ik iets hoor, dan schreeuw ik. Het maakte me niet uit of iemand me zou horen. Het hielp, ik werd er rustiger van.”

Pierre Schröder heeft getwijfeld of hij mee zou doen aan deze terugblik op 2020. “Moet ik open zijn of niet? Als HR-adviseur heb je maar één instrument, en dat ben je zelf. Ik gebruik mijn ervaringen in gesprekken met medewerkers, dat nodigt de ander uit, helpt hem of haar om ook de diepte in te gaan. Ik ben lid van een gemeenschap die zeker ook het afgelopen jaar voelde als een warm bad. Ik vind dat ik wat terug mag doen en mezelf moet laten zien. Daarom vertel ik mijn verhaal.”

Het leven vieren

Het jaar 2020 begon voor hem op 15 december 2019. Er was al prostaatkanker bij hem geconstateerd, maar die dag in Nijmegen hoorde hij dat er uitzaaiingen waren. Niet zijn vrouw, maar zijn broer had hem vergezeld, want zij moest met hun oudste dochter, die eerder werd getroffen door kanker, voor controle naar Leuven. Eenmaal thuis opende hij zijn mail. Hij was UM-medewerker van het jaar geworden, de prijs zou tijdens de Nieuwjaarsborrel worden uitgereikt. “Ik dacht meteen: ik ga niet, daar staat mijn hoofd niet naar.” Maar zijn dochter dacht daar heel anders over: “Zolang je leeft, moet je het leven vieren pap, zei ze. Ze had gelijk. Ik sta niet graag in het middelpunt, maar ik ben gegaan. Het was hartverwarmend, al die reacties van de mensen.”

Het leek wel vakantie

Uiteindelijk werd hij niet, zoals op 15 december was besloten, in Nijmegen bestraald, maar kwam hij terecht in Leuven waar hij om een second opinion had gevraagd. Grinnikend: “Ik werd daar met alle egards behandeld, ik weet niet of dat kwam omdat ik mijn verzoek via de UM-mail had gedaan, dat ze misschien dachten dat ik een collega-arts was.” Op 14 januari volgde de operatie, vanaf april werd hij tweeëneenhalve maand vijf dagen per week bestraald. “We zaten midden in de coronatijd, ik kon niet iedere dag naar België reizen, dus heb ik daar een appartement gehuurd. Iedere dag wandelde ik de vijf kilometer naar het ziekenhuis. In het weekend ging ik naar huis. Leuven is een prachtige stad, ik vond het heerlijk om na dertig jaar even in een andere stad te wonen, het leek wel vakantie, ook al ging het werk gewoon door. Ik heb geen dag hoeven te verzuimen.” Hij is in die maanden één keer echt bang geweest. “Ik lag al onder de machine, normaal is het bestralen in een paar minuten klaar, maar nu duurde het en duurde het. We hebben iets gezien, hoorde ik van de verpleging, we gaan een arts halen. Wat bleek: er lag een stukje darm in de weg, niets aan de hand. Op zo’n moment besef je weer hoe moeilijk en hoe belangrijk communicatie is.”

In de vechtstand

Schröder praat aandachtig, geconcentreerd, weet snel de juiste woorden te vinden, is soms even geëmotioneerd. Weer in Nederland merkte hij dat hij in de “vechtstand” bleef staan. “Als je hoort dat je kanker hebt dan wil je maar een ding: leven. Je voelt angst, gaat in de overlevingsstand en dat is goed. Maar na verloop van tijd moet je daaruit, zul je je lot moeten aanvaarden om het geluk weer toe te kunnen laten. Dat is heel moeilijk.” Hij stuitte op het boek Het Amazonemedicijn dat hem liet zien hoe hij met zijn doodsangst om zou kunnen gaan. “In het boek gaan ze net als de Indianen in hun eentje naar de prairie, ik ging vijf dagen naar de Veluwe, alleen, zonder eten (dat hoort erbij, niets mag je afleiden: ik was 5,5 kilo afgevallen), boeken, horloge of telefoon, met alleen een slaapzak, luchtbed, voldoende water, een schrift en een pen. Ik had die vijf dagen en vier nachten een stuk bos van acht bij acht vierkante meter voor mezelf, daar mocht ik niet vanaf. Er waren ook anderen die dezelfde ‘tocht’ maakten, maar die heb ik alleen op de eerste ochtend gezien.”

Onbezorgde leven

Het was heel confronterend, zegt Schröder, maar die andere manier van omgaan met angst - schreeuwen zodra de angst toeslaat - zorgde voor een innerlijke transformatie. Op de eerste avond stelde hij zichzelf de vraag: wat wil ik nu? “Ik schreef op dat ik terug wilde naar mijn onbezorgde leven, zonder kanker, ‘gewoon’ gezond zijn.” Dat ritueel herhaalde hij dagelijks. “Op vrijdag, voor ik vertrok, schreef ik: ik wil aanvaarden wat er is.”

Hij is even stil. “Als je kunt aanvaarden, krijg je weer ruimte, ook voor die onbezorgdheid. Ik kan het lot niet dwingen, ik moet het aangaan. Het is niet mijn wil geschiede, maar uw wil – ik geloof dat er iets is, weet alleen niet wat - geschiede. Je moet op het randje van het leven durven staan en bibberen. Niet jezelf overschreeuwen en over de rand gaan, wat mijn strategie vaak is, maar ook niet een stap terugdoen en berusten. Het werd mij helder dat ieder mens dit in zijn leven meemaakt: tijdens een scheiding, een ziekte, de dood van een dierbare. We vechten en vluchten, terwijl we op het randje moeten gaan staan. Op de Veluwe kon ik niet meer vluchten, er was geen ontkomen meer aan.”

Lot aanvaarden

Ook de universiteit heeft dit jaar haar lot aanvaard, ontdekte hij daar in dat bos. “We werden aangevallen door cybercriminelen en konden geen kant meer op. We hebben het aanvaard en betaald. En dat was goed. Als ik nu in het land met collega’s spreek, gaat het nooit over de aanval maar altijd over hoe de UM het heeft opgelost.”

Luisterend oor

Hij is HR-adviseur en daarmee een luisterend oor, een vraagbaak, iemand die meedenkt met medewerkers. Ook in deze coronatijd, al kan hij nu niet spontaan bij mensen binnenlopen. “Ik werk met controlelijstjes, wie moet ik bellen of mailen, voorheen klopte ik even op de deur om te vragen hoe het met iemand ging.” Medewerkers gaan heel verschillend met deze vreemde tijd om. “Er zit geen lijn in. De een vindt het prettig om thuis te werken omdat daardoor werk en privé meer in balans zijn. Sommigen missen de collega’s, die behoren tot hun sociale leven. Anderen missen de structuur die het kantoor biedt.”

Iedereen aan boord

Hij ziet ook hoe leidinggevenden hun best doen om hun teams bij elkaar te houden. “Sommigen zijn heel creatief. Bij Finance kregen alle mensen een lunchbox thuis om dat tijdens een zoomsessie op te eten. Bij FHML (Faculteit Health Medicine and Life sciences) organiseren ze een pubquiz, bij psychologie een bingoavond, andere afdelingen starten de dag met een korte zoomsessie. Bij HR kregen we de dag voor iemand afscheid nam allemaal vier bonbons thuis, die hebben we samen opgegeten. Je ziet de leiders, van het college van bestuur tot de teamleiders, hard werken om iedereen aan boord te houden.”

Goed nieuws

Twee weken geleden moest hij weer op controle, een paar dagen later was zijn dochter aan de beurt. Het nieuws was twee keer goed, zegt hij met een brede glimlach. “Vooral voor mijn dochter zijn de vooruitzichten positief. En dat is voor mij belangrijker dan mijn eigen vooruitzichten.” Desondanks was het een bewogen maand: bij zijn schoonvader werd kanker ontdekt, zijn schoonmoeder moest naar een verpleeghuis.

“Weet je wat me van al die jaren het meest is bijgebleven? Ik zat met mijn oudste dochter - ze werd toen nog bestraald - naar Boer Zoekt Vrouw te kijken. Twee uitgekozen vrouwen moesten het leven een cijfer geven. Het werd een zes. Welk cijfer zou jij aan het leven geven, vroeg ik mijn dochter. Een acht. Ik had dat niet verwacht, ik besefte toen opnieuw dat je het nooit voor anderen kunt invullen.”

Nog een ding. “Afgelopen zaterdag lag ik in bad, beneden stond de radio aan. Ik hoorde mijn vrouw meezingen, dat had ze heel lang niet meer gedaan. Ja, toen werd ik emotioneel.” Dat wordt hij nu weer. Dan met een glimlach: “Mijn verhaal is een verhaal van hoop.”

Kerstinterviews Observant

Dit is een interview van de kerstspecial van Observant waarin wij medewerkers en een student vragen terug te blikken op 2020. Voor velen was het een bewogen jaar.

Andere artikelen die in deze reeks verschenen: geneeskundestudent Vera SchrieblCvB-vicevoorzitter Nick Bos, arts en onderzoeker Chahinda Ghossein, Mark Vluggen, onderwijsdirecteur bachelors SBE, en officier van justitie in de zaak Nicky Verstappen en docent aan de UM, Dave Mattheijs.

Op woensdag 16 december zijn de zes interviews ook te lezen in een speciale digitale kerstObservant. Te vinden als PDF op deze site.

“Je moet op het randje van het leven durven staan en bibberen”
Pierre Schröder
Auteur: Riki Janssen

Joey Roberts

Tags: hrm,corona,HR,kerstinterviews,langinterview

Reacties

Diana Schabregs

Ik vind dit een prachtig verhaal, hartverwarmend en sterk!
Ik wens Pierre en zijn gezin dan ook een hartverwarmend, sfeervol en sterk eindejaar en een levens-vol 2021!

Pascal Suppers

Hartelijk dank dat ik even mee mocht in dat bos en je schreeuw heb mogen horen.

Mariëlle Prevoo

Als we de hoop, positiviteit en kracht die jouw verhaal uitstraalt meenemen in het nieuwe jaar, dan kan 2021 alleen maar een heel mooi jaar worden. Dank dat je dit wilde delen, Pierre!

Voeg reactie toe

privacy link