Het digitale erfgoed moet zichtbaarder worden

Het digitale erfgoed moet zichtbaarder worden

Zoomsessie over digitaal erfgoed

23-06-2021

Vier jaar van zijn leven bracht vicevoorzitter van het college van bestuur Nick Bos door in stoffige archieven en bibliotheken. Stad en land reisde hij in de jaren ‘90 af om de informatie voor zijn proefschrift bij elkaar te krijgen. Wanneer al dit erfgoed destijds online gestaan, had het hem heel wat uurtjes in de trein bespaard. Erfgoed digitaliseren, en snel en makkelijk toegankelijk maken, daarover ging het online evenement ‘Digitaal Erfgoed @UM’ afgelopen woensdag 16 juni.

Houdbaarheid, bruikbaarheid en zichtbaarheid. Dit zijn de drie basisvereisten waaraan digitale erfgoedinformatie moet voldoen, aldus Wilbert Helmus, netwerkmanager van Netwerk Digitaal Erfgoed (NDE) en medeorganisator van de middag. Dat lukt volgens hem alleen als iedereen – onder meer archieven, bibliotheken, musea, kennisinstituten, overheden en andere partners zoals universiteiten – de koppen bij elkaar steekt. Een goed initiatief, vindt de UM. Na afloop van het online evenement zette Bos een handtekening onder het manifest van NDE, waarmee ondertekenaars onder meer beloven om hun informatie en voorzieningen te delen. De UM is de eerste Nederlandse universiteit die de krabbel zet.

De Maastrichtse universiteitsbibliotheek was een van de initiatiefnemers van het zoom-evenement afgelopen woensdag. Niet voor niets, want “er ligt veel informatie over de geschiedenis van Limburg in onze collecties verscholen. We willen dat aan iedereen laten zien”, zegt UB-directeur Ingrid Wijk. Hoe? Dat liet de UB zien tijdens een van de vier projectpresentaties: korte filmpjes met voorbeelden van hoe instanties kunnen bijdragen aan houdbaar, bruikbaar en zichtbaar digitaal erfgoed. De UB digitaliseerde de afgelopen jaren honderden boeken uit hun oude collecties. Deze zijn allemaal opgenomen in de database van Wikimedia Commons, een vrij toegankelijke database van afbeeldingen, geluids-, video- en andere bestanden. De volgende stap is om deze van ‘metadata’ (auteur, jaar van uitgave, titel, etc.) te voorzien, zodat ze gekoppeld kunnen worden aan ander erfgoed. Soortgelijk materiaal vinden en doorzoeken wordt dan stukken eenvoudiger.

Deze koppeling van data is cruciaal, blijkt uit de paneldiscussie die volgt. “Met elkaar moeten we dit netwerk maken”, zegt Helmus van NDE. De NDE richt zich op Nederland, maar schuwt de samenwerking in het buitenland zeker niet. Bijvoorbeeld bij het Terra Mosana project in de Euregio Maas-Rijn. Kortom, hun motto: “Alleen ga je sneller, maar samen kom je verder.” De overige panelleden stemmen in. De discussie lijkt vooral een oproep om mee te doen. Want toegankelijke, digitale collecties hebben alleen maar voordelen, zo lijkt het. “Musea kunnen er bijvoorbeeld online rondleidingen mee samenstellen en zo andere doelgroepen bereiken”, zegt Bert Mennings, directeur van het Limburgs Museum. En ook voor masterstudent Kunst, Cultuur en Erfgoed Thijs Temmerman kan de digitalisering niet snel genoeg gaan. “Voor mijn scriptie maak ik veel gebruik van digitale primaire bronnen.” Het enige kritische geluid van de middag komt van hoogleraar digitale cultuur Sally Wyatt: “Digitaal erfgoed moet worden opgeslagen op grote servers en dat kost veel energie. Voor het klimaat moeten we daarom nadenken of we wel alles moeten willen digitaliseren.”