Onzeker, geen zelfreflectie en onfatsoenlijk: de student als klant

Onzeker, geen zelfreflectie en onfatsoenlijk: de student als klant

“We corrigeren studenten nauwelijks”

29-06-2021

LONGREAD. Een waanzinnige hoeveelheid e-mails, regelmatig onbeleefd, soms zelfs intimiderend. Op alle mogelijke manieren proberen studenten te onderhandelen over het examencijfer. Docenten zijn gefrustreerd over hun “consumentengedrag” . Het zorgt voor heel veel stress. Een jonge UCM-docent: “Het onderwijs moet weer centraal gaan staan, niet de nakijkprocedure en de regeltjes.”

Een plens water in zijn gezicht; dat kon hij krijgen. Michael Capalbo, universitair docent bij de faculteit psychologie en neurowetenschappen, herinnert zich het voorval tijdens een van zijn toetsinzages als de dag van gisteren: “De jongen had een klacht over het tentamen, maar kreeg van mij geen gelijk. Hij liep boos weg, kwam vervolgens terug met een glaasje water en gooide het over me heen. Hij begon me uit te dagen, op mijn schouder te tikken, riep: ‘Ja, wat dan? Wat ga je nu doen?’ Ik zei niks.”

Capalbo kaartte het incident aan bij de decaan, “ik vond het ernstig”. De student heeft nooit zijn excuses aangeboden; het zou in een moment van verstandsverbijstering zijn gebeurd, luidde zijn verdediging. Verstandsverbijstering of niet: de student werd geschorst voor drie maanden.  Ja, dit was een uitzonderlijk geval, en nee, gelukkig gaan de meeste studenten niet zover als ze boos zijn, knipoogt Capalbo.

Studenten klagen tegenwoordig over van alles: de onderwijsgroep die hen niet bevalt, het accent van de tutor, moeilijke tentamenvragen, tikfouten in de examens, het niveau van het Engels, “verzin het en ze melden het”, zegt Jaap Bos, hoogleraar Finance bij de School of Business and Economics (SBE). En krijgen ze geen gelijk van de docent? Dan stappen ze naar de examencommissie. Ook Stefan Straetmans, universitair hoofddocent bij de SBE moest er ooit op gesprek komen. “Een student had bij de commissie aangeklopt omdat hij niet tevreden was over zijn 9,5. Dat moest een 10 zijn. Tja, dan moet je daar dus tijd voor vrij maken. Later bleek dat hij het op die manier ook al bij vier andere collega’s had geprobeerd.”

Intimiderend

Klagen staat vrij. Maar docenten zitten er behoorlijk mee in hun maag. Vorig jaar werden aan alle faculteiten zogenaamde ‘actiegerichte reflectiegroepen’ opgetuigd, dit om de Taskforce Sustainable Employability (zie kader), van input te voorzien. Personeel uit alle wetenschappelijke gelederen, van docent tot hoogleraar, namen erin plaats. In de geanonimiseerde verslagen wordt gesproken van “de macht van de student”. Bij de rechtenfaculteit ervaren ze het gedrag als “tijdrovend en intimiderend”. Er is een cultuur ontstaan van onderhandelen over examens, het gebruiken van alle mogelijke communicatiekanalen om je gelijk te halen en het starten van petities, staat er in het verslag.

“Studenten worden met handschoenen in velours behandeld”

Stefan Straetmans meent dat universiteiten er zelf aan hebben bijgedragen: “Alles draait om cijfertjes en rankings; die zijn doorslaggevend voor hun uitwisselingsmogelijkheden en carrières in het buitenland.” “Hoe hoger het punt, hoe groter de kans dat je wordt toegelaten tot een selectieve master”, meent Capalbo. Volgens Straetmans worden studenten “met handschoenen in velours” behandeld. “Negatief gedrag bij de universiteit heeft zelden consequenties voor hen. We corrigeren studenten nauwelijks tenzij het gaat over objectief vaststelbare feiten als fraude. Ik benadruk dat het over een deel van de studenten gaat, maar sommigen tonen echt een gebrek aan respect.”

Hij wijst vooral op het gebrek aan beleefdheid in hun communicatie met de staf. “Ik vraag me dan af: doen ze dat later ook op deze manier met hun senior manager waarbij ze stagelopen of waar ze een studentenbaan hebben? Allicht niet, want dan wordt hen de deur gewezen.”

Volgens Bos hebben studenten te vaak het idee dat ze klant zijn. “Dat voelen ze al bij binnenkomst, alsof ze speciaal zijn, als ze daar al niet mee zijn opgevoed, want die types zijn er ook”, zegt hij. “Maar: ze zijn geen klant. Wij docenten hoeven hen niet te bedienen. Ze hebben een eigen verantwoordelijkheid, ze moeten zelf eruit halen wat erin zit.”

Onzekerheid

Studenten voelen zich niet alleen klant, maar zijn ook nog eens onzeker. Alle door Observant gesproken docenten verwijzen er naar. “De huidige generatie studenten wil álles controleren, weten wat er op de toets wordt gevraagd, welke boeken ze wel en welke niet moeten lezen, ze willen niet verrast worden”, vat Straetmans samen. Hij ziet het vooral onder eerstejaars: “Ze zijn 18, 19 jaar en weten helemaal niet hoe ze moeten studeren. Dat aspect – leren leren – mag van mij veel meer aandacht krijgen. Ze vluchten in oude tentamens, als houvast, en verwachten dat het nieuwe tentamen daarop lijkt. Getallen veranderen: oké, maar haal ik het in mijn hoofd om een nieuw type vraag te stellen of een nieuw soort berekening, dan weten ze het niet meer. Dus is het ‘veel te moeilijk’, of vinden ze de beoordeling oneerlijk, ‘want ze hebben toch al honderden vragen geoefend?’. Ik houd niet van een mossel-noch-vis tentamen waarvoor iedereen een 6,5 kan scoren, nee, ik wil een toets waarmee de beste zich kan onderscheiden.” 

Bos ergert zich aan het gebrek aan zelfreflectie: “Ze leggen de verantwoordelijkheid graag buiten zichzelf. Maar als het resultaat niet goed genoeg is, volgt er nu eenmaal een slecht cijfer.” “Ja, sorry, maar je krijgt geen punten voor het meedoen, je krijgt een punt voor de inhoud, in hoeverre je die beheerst”, meent ook een junior docent, die anoniem wil blijven vanwege de kleinschaligheid van het University College (“ik wil niet dat studenten zich zouden kunnen herkennen in een verhaal”).

Reflecteren

Dat het geklaag vooral over cijfers gaat – in plaats over het willen leren van fouten – is de docenten een doorn in het oog. Straetmans neemt zijn blok Finance, voor bijna 1200 eerstejaars, als voorbeeld. Uren heeft hij besteed aan de (ruim driehonderd) comments die na het examen zijn verzonden. “Ik kan er dus helemaal niks van, volgens hen”, grapt hij. Serieus: “Nee, het is geen prettig leesvoer. Na een halfuurtje moet ik telkens pauze nemen.”

Studenten aan de SBE mogen opmerkingen maken in een speciale comment box, online, tot vijf dagen na het afronden van de toets. “Het woord unfair heb ik tig keer voorbij zien komen. En ook: ‘I was confused’. Maar zelden komen ze met goede argumenten. Een enkele keer is de kritiek gegrond, en dan pas ik de antwoordsleutel aan. Maar ik vraag me af of studenten de moeite nemen om de antwoordsleutel, mét duidelijke uitleg, te bekijken en vervolgens reflecteren op de fouten die ze hebben gemaakt. Ik betwijfel het.”

“De focus ligt te vaak op de punten”

Capalbo merkt duidelijke verschillen tussen de faculteiten waar hij lesgeeft. “Mijn eigen faculteit, FPN, is enorm gegroeid. Studenten voelen zich steeds vaker een nummer, die willen van zich laten horen als ze het ergens niet mee eens zijn. Bij Data Science and Knowledge Engineering doen ze minder moeilijk. Die zoeken het bij zichzelf, vinden dat ze het gewoon beter hadden moeten doen. Het University College heeft ook genoeg klagers, maar die komen vaak met argumenten.” Daar denkt de junior-docent van het UCM anders over. “Argumenten? Leren van feedback? Dat doen ze veel te weinig. De focus ligt te vaak op de punten. Maar aan een discussie over een cijfer heb je niks als je aan het einde nog net zoveel weet als van tevoren.”

Studentevaluaties

Reden voor het gebrek aan reflectie? “Wellicht heeft het met de werkdruk te maken”, constateert Bos: “Zeker bij de SBE vragen we veel van studenten. Er zijn targets en deadlines, tig papers, presentaties, projecten. Studenten hebben daardoor geen tijd om te reflecteren op hun eigen prestaties of onzekerheden. Ze moeten maar door.”

En de kwaliteitsbewaking? “Ook die hebben we uitbesteed aan studenten, aan ‘amateurs’. Studentevaluaties laten ons blijkbaar ‘zien’ hoe goed of slecht het onderwijs is. Maar dat kan toch niet? We moeten als collega’s elkaar de maat nemen, kritiek durven geven, vragen stellen – ‘hoe doe jij dat?’ Je komt er niet achter wat wel en wat niet werkt in het onderwijs door naar studentevaluaties te kijken.”

Ook de ‘reflectiegroep’ van de faculteit Science and Engineering (FSE) hekelt het gebruik van studentenevaluaties: “Wanneer je een waardeloze evaluatie hebt, komt het naar voren bij je functioneringsgesprek.” En, staat in het verslag: “Lesgeven dient beoordeeld te worden door professionals. Nu is het een populariteitswedstrijd.”

Diversiteit

Bos bevindt zich in een luxepositie, bevestigt hij. “Bij mij of collega’s die al jaren lesgeven, kijken ze wel uit.” Hij kan het zich permitteren om niet te reageren op een klacht of om een pittig e-mailtje terug te sturen. Zij hebben hun strepen verdiend, aanzien en een vast contract. “Vaak zijn het jonge vrouwelijke docenten, niet-westers, die onder druk worden gezet. Ironisch: het diversiteitsbeleid van de UM is erop gericht om juist die stafleden in het zonnetje te zetten, maar ze worden nu onvoldoende gesteund. Toen ik vakgroepvoorzitter was, zei ik tegen mijn mensen: ‘Speelt er iets, heb je last van een student, stuur hem door naar mij, dan ga ik in gesprek.’ Om te laten zien dat ik achter hen sta.” En dat zou volgens hem breed moeten worden gedragen in de faculteit, door het bestuur, zelfs het college van bestuur. “Als je zegt dat je voor inclusiviteit en diversiteit staat, moet je er ook echt iets aan doen.”

Prijzen

Hoewel het volgens Bos om een kleine groep klagers gaat aan de SBE, “zo’n 10 procent uit de master en 20 procent bachelorstudenten, is die minderheid wel heel mondig en gaat er veel energie naartoe. We hebben een grote groep harde werkers onder onze studenten waar onterecht steeds minder aandacht voor is, juist vanwege dat groepje met een grote mond.” Bos is er veel aan gelegen om goed en slecht gedrag zichtbaar te maken, om de juiste houding te prijzen – “ook om ervoor te zorgen dat ze zich niet aansluiten bij die minderheid, want ze worden meegetrokken, omdat negatief gedrag wordt beloond.”

Capalbo merkt dat studenten “gehoord” willen worden. “Ze willen dat je met hen in gesprek gaat, liefst persoonlijk, en uitlegt hoe het zit.” Daarom zijn inzagemomenten volgens hem van het grootste belang. “Zeker, een inzage is een kunst. Je weet nooit wat je te wachten staat. De ene keer komen er drie mensen opdagen met terechte klachten. Een andere keer schrijven zich 25 studenten in met nul fatsoenlijke argumenten.” Ook Straetmans ziet er het belang van in: “Er vindt een gesprek plaats, een-op-een. Ik stel van tevoren wel duidelijke regels: je kunt tijdens de inzage feedback krijgen, maar er wordt niet onderhandeld over het cijfer.”

“Je moet inzagemomenten kei-strak organiseren”

Om erger te voorkomen moet een docent zijn inzage “fatsoenlijk” hebben geregeld, meent Capalbo. “Je moet dat kei-strak organiseren, in kleine groepjes, afgebakende time-slots, anders wordt het chaotisch.” Hij pleit ervoor om tips te delen met meer onervaren collega’s. “Zoals we een PI hebben die jonge onderzoekers onder zijn hoede neemt en best practices meegeeft, zo zouden we dat in het onderwijs ook moeten doen. Ik zou ze in elk geval meegeven dat je altijd met z’n tweetjes een inzagemoment moeten plannen. Niet alleen om te voorkomen dat je later wordt beticht van het een of ander, zonder getuigen, maar vooral omdat er meer tijd is voor een persoonlijk gesprek.”

Gedragscode

De Taskforce Sustainable Employability heeft een aantal ‘oplossingen’ opgesomd: “meer steun vanuit de vakgroep”, zoals Bos ook voorstelt, “het herstellen van gezag” (hoe dat moet, is onduidelijk) en “het opstellen van een gedragscode over beleid en ethiek, normen en waarden en fatsoenlijke communicatie”.

Zou zo’n code helpen? Straetmans: “Sceptici zullen zeggen: studenten lezen toch niet, doe geen moeite, maar ik denk: moet je dan helemaal niks doen? Het lijkt me goed om het zo vaak mogelijk te herhalen, in een blokboek, op Canvas, of waar dan ook.”

Natuurlijk hebben de docenten allemaal begrip voor de onzekerheid, de moeilijke tijd, de druk die op studenten wordt gelegd, en ja, gelukkig is het een minderheid, maar, meent de UCM-docent: “Oog hebben voor de mens gaat niet één richting op. Studenten willen menselijk behandeld worden, maar docenten ook.”

Taskforce Sustainable Employability

Komend academisch jaar zullen de werkdruk en het welzijn van medewerkers op allerlei fronten worden aangepakt, blijkt uit de vijftien actiepunten van de Taskforce Sustainable Employability - ingesteld door het college van bestuur. Samen met de UM-staf - in achttien zogenoemde actiegerichte reflectiegroepen: totaal 153 medewerkers uit alle geledingen - zocht de taskforce oplossingen voor de werkdruk, én naar mogelijkheden voor meer inclusiviteit en psychologische veiligheid. Een aantal aanbevelingen wordt meegenomen in projecten als Erkennen en Waarden en het leiderschapsprogramma. Verder zal HR zijn verantwoordelijkheid nemen en houdt de Taskforce vinger aan de pols.

Auteur: Wendy Degens

Illustratie: Shutterstock, ivector

Tags: zeuren,klagen,klant,consument,studentengedrag,werkdruk,employability,duurzame inzetbaarheidsmonitor,actiepunten

Voeg reactie toe

privacy link