“Jezelf ontwikkelen, dat was belangrijker dan een goede baan”

“Jezelf ontwikkelen, dat was belangrijker dan een goede baan”

De eerste in het gezin naar de uni

08-12-2021
  • Annemie Schols (60), decaan van de Faculty of Health, Medicine and Life sciences, en Jos Schols (64), hoogleraar ouderengeneeskunde aan de FHML
  • Studeerden voeding (Annemie) aan de Universiteit van Wageningen van 1979-1985 en geneeskunde (Jos) aan de Universiteit Maastricht van 1977-1983
  • Geboren in Beek en Genhout, opgegroeid met hun ouders en middelste broer Jan in Eersel

Een leven lang leren – dat was het motto thuis en iets wat alle kinderen Schols ter harte hebben genomen. Alle drie kwamen ze in het onderzoek en het onderwijs terecht. Jos, de oudste, werkte als arts-bestuurder en nog steeds als specialist ouderengeneeskunde en is sinds 2008 hoogleraar ouderengeneeskunde aan de UM. Jan, de middelste, is orthodontist en hoogleraar aan de Radboud Universiteit in Nijmegen en Annemie, de jongste, is decaan van FHML en sinds 2004 hoogleraar voeding en metabolisme bij chronische ziekten.

Voor de kinderen is het vanzelfsprekend dat ze naar de universiteit gaan. Annemie: “Ik heb het niet als speciaal ervaren, mijn vader wel.” Dat ze eerste generatiestudenten zijn, hindert hen niet. Jos: “Veel van onze vrienden waren dat ook. In die tijd was het heel normaal om een eerste generatiestudent te zijn.”

Inspiratie

De inspiratie voor dit alles was vader Schols. Annemie: “Jezelf op die manier uitdagen was voor hem belangrijker dan of je een goede baan had of veel geld verdiende. Hij was de achtste van elf kinderen en had zelf graag Engels willen studeren. Maar de dienstplicht kwam eraan. Dus heeft hij een verkorte opleiding tot onderwijzer gedaan en werd – na de dienstplicht en een uitzending naar Indië – hoofd van een basisschool in Genhout.”

Daar bleef het niet bij. Hij zette een mavoschool op in Eersel, voegde daar later een moedermavo aan toe en stond aan de wieg van een volksuniversiteit. Continue is hij bezig met onderwijsvernieuwing. “Op een gegeven moment ontmoette hij Wynand Wijnen (die later een belangrijke rol speelde bij de oprichting van de UM, red.)”, vertelt Jos. “Ik kan me herinneren dat die een paar keer bij ons op de koffie is geweest.” Annemie haalt een paar stencils tevoorschijn. Basisfilosofie Rijksuniversiteit Limburg 1972 staat op de kaft. “Dit vond ik tussen zijn papieren na zijn overlijden. Hij heeft aantekeningen langs de kant gemaakt.” Tegen Jos: “Ik denk dat hij daar voor jou naar keek.”

In het café

Jos gaat inderdaad naar Maastricht, na eerst een jaar farmacie in Utrecht te hebben gestudeerd. “Ik was uitgeloot voor geneeskunde.” Hij hoort bij een van de eerste lichtingen, uit de tijd dat er alleen nog een geneeskundefaculteit was en studenten en docenten samen naar het café gingen. “Wij kwamen bij prof. Co Greep (pionier van het eerste uur, in ‘78 decaan geworden, red.) thuis. Die nodigde iedereen uit als hij een feestje gaf.”

Annemie twijfelt tussen geneeskunde en voeding en studeert uiteindelijk het laatste in Wageningen. Vanuit thuis is er geen druk op haar studiekeuze, wel vertrouwen. “Je moest het zelf ervaren. Ik ben tijdens mijn studie ook naar het buitenland gegaan. In die tijd had je dan bijna geen contact met het thuisfront, je kon niet even een berichtje sturen. Mijn moeder had het fijn gevonden als ik dichterbij was gebleven, maar ze liet ons los. Nu moet je als ouder soms oppassen dat je je er niet te veel mee bemoeit. De interactie is heel anders, misschien ook wel omdat je het zelf hebt meegemaakt. Je weet wat er mis kan gaan.”

Rust, reinheid, regelmaat

De vrijheid – zeker in Maastricht – is even wennen. “Ik mocht pas voor het eerst naar het café nadat ik mijn middelbareschooldiploma had gehaald. Dat was normaal in ons dorp”, vertelt Jos. “En toen had je nog geen studentenbegeleiding zoals je dat nu hebt.” Wat hen helpt is de structuur die ze van huis uit hebben meegekregen. “Rust, reinheid, regelmaat”, lacht Annemie. “Het was thuis een geoliede machine, vooral dankzij mijn moeder. Je moet haar rol niet onderschatten.” “Er was een traditionele rolverdeling”, zegt Jos. “Maar het was heel duidelijk dat ze het samen deden.” “Ze waardeerden elkaar en wat ze deden”, voegt Annemie eraan toe.

Er is nog iets wat broer en zus met elkaar verbindt: ze blijven lang bij dezelfde organisatie. “Loyaliteit, afmaken waar je aan begint, ook dat zijn waarden die we hebben meegekregen”, zegt Jos. “Ik ben ook oprecht trots als ik zie hoe de UM en het MUMC+ gegroeid zijn. Net zoals ik trots ben op de zorgorganisatie Envida waarvoor ik werk, waar ik ook al die jaren bij ben gebleven.” Gaandeweg pakken beiden bestuurlijke taken op. “Je verantwoordelijkheid nemen”, zegt Annemie. “Mijn vader had het heel mooi gevonden dat ik nu decaan ben. Niet vanwege de status, maar omdat ik stap voor stap meer verantwoordelijkheid op me heb genomen.”

Overigens maakt pa Schols uiteindelijk ook zijn droom waar. “Toen hij met de vut ging, is hij gaan studeren”, vertelt Annemie. “Eerst Nederlands, toen filosofie en later nog een master in psychologie.” En geen thuisstudie op afstand, hij stort zich er helemaal in. “Dan vertrok hij ’s ochtends met zijn broodtrommel naar Tilburg om daar tussen de jonge garde te zitten.”

Auteur: Cleo Freriks

Foto: Joey Roberts

Categoriëen: Mensen
Tags: eerste generatie,FHML,decaan,Schols

Voeg reactie toe

Klik hier voor onze privacyregels

Vanaf januari 2022 plaatst Observant alleen nog reacties van mensen wier naam bekend is bij de redactie.