In de hersenen van alzheimerpatiënten zijn grote hoeveelheden schadelijke eiwitophopingen, zogeheten plaques, te vinden. Toch lopen er genoeg mensen met dezelfde schade rond die geen last hebben van dementie, vertelt Jansen. “Zulke gevallen waren in de literatuur al langer bekend, maar tijdens mijn promotieonderzoek ontdekte ik dat het om een groot aantal mensen gaat. Zo’n 15 procent van de vijftigjarigen, oplopend tot de helft van de negentigjarigen, heeft plaques in de hersenen.”
Zolang ze oud genoeg worden, zullen al deze mensen uiteindelijk ziekteverschijnselen krijgen, was lang de aanname. “Of dit nu klopt of niet, het is een gegeven dat veel personen lang geen klachten ervaren. Als je kunt achterhalen waar deze weerbaarheid vandaan komt, kan dit mogelijk een behandeling opleveren die dementie voorkomt of uitstelt. Die aanpak verschilt van veel ander alzheimeronderzoek, dat op het ontstaan van de plaques zelf focust.”
Met haar Veni-beurs, die vorig jaar van start ging, richt Jansen zich momenteel op het hersenvocht van mensen met alzheimerschade in hun brein. “We bestuderen de meer dan tweeduizend eiwitten die zich hierin bevinden. De vraag is of we bij ‘weerbare’ personen bepaalde eiwitten aantreffen die bij mensen met dementie niet of minder aanwezig zijn, of andersom.” Daarbij kijkt ze ook naar het effect van levensstijl, sociaal gedrag en cognitieve activiteit. “Als we erachter komen dat bepaalde handelingen de weerbaarheid versterken, zou dat natuurlijk het beste en goedkoopste medicijn zijn.”
Dankzij het prijzengeld van een ton hoopt ze ook een volgende stap te kunnen zetten: het opsporen van eiwitten in hersenweefsel. Dat kan alleen in de hersenen van overledenen. “Hiervoor ga ik samenwerken met een ‘hersenbank’ in de Verenigde Staten, die niet alleen veel hersenen bewaart, maar deze personen ook in de jaren voor hun dood volgde. Van hen weten we niet alleen dat ze geen dementie hadden, maar ook hoe ze leefden.”