"Het idee van één ziekte met één oplossing kan echt overboord"

"Het idee van één ziekte met één oplossing kan echt overboord"

Afscheidsinterview met alzheimerdeskundige Frans Verhey

07-06-2022 · Interview

De belangrijkste theorie ligt aan diggelen en tientallen jaren van onderzoek hebben geen effectief medicijn opgeleverd. Is het onderzoek naar alzheimer één groot debacle? Opmerkelijk: het risico op dementie is ondertussen met 13 procent afgenomen.

Volgens de dominante theorie over het ontstaan van alzheimer, de meest voorkomende vorm van dementie, hoopt een specifiek soort eiwit - amyloid - zich op tussen de zenuwcellen in de hersenen. Door deze zogeheten plaques stokt onder meer de communicatie tussen de cellen, die uiteindelijk doodgaan. Zie hier de oorzaak van alzheimer.

Was het maar zo simpel. De amyloid-theorie, die in de jaren negentig van de vorige eeuw furore maakte, heeft flink aan geloofwaardigheid ingeboet. In het onderzoek ernaar zijn vele tientallen miljarden gestoken, maar de oogst is mager. Nog steeds is niet bekend wat het amyloid-eiwit precies doet, zo betoogde hoogleraar ouderenpsychiatrie Frans Verhey onlangs in zijn afscheidsrede. Is het de oorzaak van de ziekte of het gevolg van een ander schadelijk proces? Of beschermt het juist tegen de ziekte? De meeste ouderen met plaques in de hersenen krijgen namelijk geen alzheimer.

Moeten we, alles overziend, concluderen dat het Alzheimer-onderzoek mislukt is?

“Nee, dat kun je niet zeggen. De theorie leek aanvankelijk plausibel, iedereen geloofde erin, ik ook. Maar amyloid bleek lastig te onderzoeken, het laat zich moeilijk namaken in het lab. Je kunt het wel in ratten bestuderen, maar deze dieren vertonen dan weer geen dement gedrag. Op zeker moment lukte het om het amyloid via maandelijkse infusen in de hersenen weg te halen, een technisch hoogstandje, maar patiënten schoten er niets mee op."

En toch hield de hypothese stand.

“De theorie was too big to fail. Er was enorm in geïnvesteerd. Je had herseninstituten die zich volledig richtten op amyloid, hele carrières waren erop gebaseerd. Het wordt dan steeds moeilijker om er afscheid van te nemen. Sommige collega’s in het land waarderen overigens niet dat ik dit zeg. Die geloven nog steeds in de theorie. Alleen komt het aan op timing, zeggen ze: je moet ingrijpen op het moment dat de plaques worden gevormd, in het voorstadium van dementie, en niet als ze al zijn opgehoopt. Daar heeft de industrie de hand in, die betaalt sommige groepen rijkelijk om patiënten te rekruteren voor onderzoek.”

Hoe staat uw groep hierin? 

“Het ligt genuanceerd. Je kunt niet zeggen dat de hypothese niet klopt. Mensen die in het voorstadium van de ziekte amyloid in hun hersenen hebben, lopen een groter risico op Alzheimer. Toch zijn we in Maastricht steeds kritischer geworden en hebben we de laatste vijf jaar niet meer aan amyloid-trials meegedaan. We vinden dat je niet al je kaarten op die ene theorie moet zetten, ook omdat er nog meer opties zijn.” 

Eerst even over dat geneesmiddel, dat afgelopen zomer in de VS is goedgekeurd. Daar gelooft bijna niemand in.

“Dit is wat mij betreft wèl een debacle. Tegen het advies in van een wetenschappelijke commissie heeft het medicijnagentschap FDA het middel toch goedgekeurd. The worst decision ever, meenden sommige commissieleden. Het middel doet namelijk niks. Het effect zit ergens achter de komma, als patiënt heb je er niks aan. Het kostte eerst 56 duizend dollar per patiënt per jaar, na kritiek is de prijs gehalveerd. Maar verzekeraars vergoeden het niet. In Europa is het niet eens toegelaten."

Ondertussen is de kans om dementie te krijgen in de afgelopen decennia met 13 procent gedaald, zonder één enkel medicijn.

"Dat komt doordat we gezonder zijn gaan leven, een van de opties waar ik het net over had. Veel mensen zijn gestopt met roken, en houden meer rekening met hoge bloeddruk of cholesterol. Ook het hogere opleidingsniveau speelt een rol. Hoger opgeleiden leven niet alleen gezonder, maar gebruiken hun hersens ook intensiever, wat blijkt uit de hoeveelheid verbindingen tussen hersengebieden. Maar volgens sommige wetenschappers is deze gezondheidswinst tijdelijk; ze wijzen op alle cola drinkende jongeren met obesitas." 

Hoe nu verder? 

"In ieder geval moeten we mensen blijven aanmoedigen om gezonder te leven. We hebben een paar jaar terug de Limburgse campagne 'We zijn zelf het medicijn' op touw gezet samen met huisartsen. Zij zagen dat de angst voor dementie mensen meer motiveert om te bewegen en gezond te eten. Alzheimer raakt je persoonlijkheid, je zelf."

Is dat een bewuste strategie, angst zaaien?

"Dat zou niet mijn voorkeur hebben. Alzheimer is wat mij betreft al te veel voorgesteld als een schrikbeeld. Je moet het meer zien als een verouderingsziekte, waar je anders mee om zou kunnen gaan. De Wereldgezondheidsorganisatie beschouwt dementie sinds 2018 niet langer als een ongeneeslijke, enge hersenziekte waar niets tegen te doen is, maar als een handicap, die recht geeft op ondersteuning, net als iemand in een rolstoel."

Maar het is wél een ongeneeslijke, enge hersenziekte, toch?

"Het vloeit op de eerste plaats voort uit veroudering, en ja, dat leidt tot allerlei klachten. Maar wat nou de oorzaak is.... Een collega van me heeft vijf totaal verschillende ontstaansmechanismen blootgelegd, die niets met elkaar te maken hebben. Dus waarschijnlijk is de ziekte van alzheimer een containerbegrip waar meerdere 'ziekten' achter schuilgaan. Bij dementie op jonge leeftijd zie je bijvoorbeeld een ander ziektebeeld. Alzheimer is hoogstens een diffuus syndroom, waarbij verschillende symptomen vaak in samenhang voorkomen. Het is in de jaren zeventig moedwillig geframed als een enge ziekte om er aandacht voor te krijgen." 

Hoe zou u het beleven als u de diagnose zou krijgen?

"Als een handicap. Ik hoop dat mensen me dan steunen, aardig voor me zijn en me proberen te begrijpen. Klinkt allemaal heel soft, maar dat is toch waar je als patiënt behoefte aan hebt."

Bent u niet banger om alzheimer te krijgen dan, zeg, hartfalen?

"Nee, ook omdat ik doorzie dat die angst deels gecreëerd is. Het is als blindheid, heel ingrijpend en beperkend, maar als het komt dan komt het. En begrijp me goed, het is echt geen lolletje. Maar om daar op voorhand bang voor te zijn; met de juiste hulp kun je nog jarenlang een zinvol leven leiden. Daar doen we veel psychosociaal onderzoek naar, allemaal om de kwaliteit van leven te verbeteren."

Wat heeft u als wetenschapper geleerd van deze hele geschiedenis?

"Bescheidenheid. Als het hersenonderzoek iets heeft opgeleverd, dan is het wel hoeveel ingewikkelder het allemaal is. Het idee van één ziekte met één oplossing kan echt overboord. Ik ben ook helemaal niet van ronkende leuzes als 'dementie de wereld uit'. We gaan steeds met kleine stapjes vooruit. En nee, over tien jaar hebben we nog geen geneesmiddel. Het is elk decennium voorspeld maar nooit uitgekomen."

Dat klinkt resoluut.

"In een recente zoomsessie met een aantal alzheimer-onderzoekers in het land heb ik de vraag nog maar eens op tafel gelegd: wie gelooft er in een oplossing voor alzheimer? Niemand stak zijn hand op."

100.000 euro voor Maastrichtse alzheimeronderzoeker

In de hersenen van bijna één op de drie zeventigplussers bevinden zich grote hoeveelheden schadelijke eiwitophopingen, zogeheten plaques. Toch hebben zij lang niet allemaal dementie. De Maastrichtse neuropsycholoog Willemijn Jansen probeert te achterhalen waarom sommige mensen ‘weerbaarder’ lijken dan andere. Daarmee hoopt ze een behandeling te vinden die dementie voorkomt of uitstelt. Een aanpak die verschilt van veel ander alzheimeronderzoek, dat op het ontstaan van de plaques focust. Alzheimer Nederland beloonde haar werk vorige maand met een Young Outstanding Researcher Award, een jaarlijkse talentprijs voor jonge onderzoekers, goed voor 100.000 euro.

Momenteel bestudeert Jansen de meer dan tweeduizend eiwitten in het hersenvocht van mensen met alzheimerschade. “De vraag is of we bij ‘weerbare’ personen andere (verhoudingen van) eiwitten aantreffen dan bij mensen met dementie.” Daarbij kijkt ze ook naar het effect van leefstijl, sociaal gedrag en cognitie. Met het prijzengeld hoopt ze een volgende stap te kunnen zetten: het opsporen van eiwitten in hersenweefsel van overledenen, waarvan bekend is dat ze geen dementie hadden, maar ook hoe ze leefden.

Lees het uitgebreidere interview hier

Dennis Vaendel

Wie is Frans Verhey?

In 1986 kwam hij vanuit het academisch ziekenhuis Utrecht naar Maastricht en is nooit meer weggegaan. In dat jaar richtte Verhey samen met neuropsycholoog Jelle Jolles de eerste geheugenpoli op in Nederland - inmiddels zijn het er honderd. Gaandeweg groeide zijn naam en faam als hoogleraar ouderenpsychiatrie en dementiedeskundige. Aan de UM begeleidde hij 75 promovendi. Verhey blijft verbonden aan het Limburgse Alzheimercentrum, dat hij zelf heeft opgericht. En aan de UM, voor één dag per week.