Veertig miljoen, dat is het bedrag dat Maastricht ontvangt uit de middelen die het kabinet landelijk extra gaat uitgeven aan hoger onderwijs en onderzoek: 700 miljoen structureel en nog eens 5 miljard via een tienjarig fonds.
Een deel van die Maastrichtse 40 miljoen gaat naar startersbeurzen voor universitair docenten die net een vaste baan hebben gekregen: drie ton, te besteden in maximaal zes jaar. Het gaat om persoonlijk werkkapitaal dat de werkdruk moet verlichten en meer ruimte moet creëren voor onderzoek. Wie geen recht heeft op een startersbeurs, kan in aanmerking komen voor een stimuleringsbeurs of een bedrag uit de pot bedoeld voor de versterking van de zogenoemde sectorplannen: de samenwerking van universiteiten rond bepaalde onderzoeksthema’s.
Afgelopen maandag ging het tijdens de online-vragensessie Ask me Anything over die extra miljoenen. Hoe die 66 beurzen over de zes faculteiten worden verdeeld, moet komende week duidelijk zijn. “Een hele puzzel”, aldus collegevoorzitter Rianne Letschert die samen met de decanen Jan Smits en Harald Merckelbach online-vragen van medewerkers beantwoordde.
Gemeenschapszin
Een terugkerend punt tijdens de vragensessie: hoe profiteren zoveel mogelijk medewerkers van het extra geld? Hoe zit het bijvoorbeeld met UD’s die al jaren een vast contract hebben en daardoor niet in aanmerking komen voor een startersbeurs? Ook zij kampen met een hoge werkdruk en hebben vaak te weinig tijd voor hun wetenschappelijk onderzoek. Een lastig punt beaamde het drietal. Het laatste wat de UM wil is dat de beurzenregen de gemeenschapszin ondermijnt. Letschert: “Wij hopen en willen ook bevorderen dat de UD die een beurs krijgt, die mede inzet om de werkdruk op de afdeling te verlagen. Je bent immers niet alleen.” Dit kan bijvoorbeeld door een promovendus aan te stellen voor zes jaar ( in plaats van de normale vier) die een extra onderwijstaak krijgt.
Facultaire pot
Jan Smits, decaan van de rechtenfaculteit, kwam nog met een ander plan: “Ik zou willen dat de UD’s hun beurzen in een facultaire pot stoppen zodat iedereen ervan kan profiteren. Maar dit hangt af van de goede wil van de UD’s, zij mogen het natuurlijk ook zelf houden.”
Bevorderen naar UHD
Uiteraard zijn er de stimuleringsbeurzen voor het wetenschappelijk personeel dat al langer een vast contract heeft. Hoeveel dat er per jaar zullen zijn, is nog niet duidelijk. Een landelijke commissie buigt zich op dit moment over de criteria voor toedeling. Maar daarnaast, zo benadrukten Letschert en Merckelbach, zou je bijvoorbeeld een UD die al tijden goed werk levert met geld uit de sectorplannen kunnen bevorderen tot UHD. Letschert: “Ook dat is een blijk van waardering.”