Voor de zomer zette minister Dijkgraaf voorlopig een streep door het wetsvoorstel Taal en Toegankelijkheid waarmee het hoger onderwijs de toestroom van buitenlandse studenten in goede banen kon leiden. Er komt een nieuw plan, beloofde hij.
Maar de Tweede Kamer is ongeduldig, bleek eind november tijdens een debat over internationalisering. De toegankelijkheid van het hoger onderwijs staat onder druk, klonk het. Universiteiten en hogescholen moeten maar eens stoppen met het actief werven van buitenlandse studenten, zo luidde de motie van de SP en het CDA die werd aangenomen.
Volgens Letschert en zeven andere bestuursvoorzitters (vier hogescholen en drie universiteiten – Groningen, Tilburg en Twente) heeft de Kamer veel te weinig oog voor de bijdrage van internationale studenten aan de Nederlandse “economie en innovatievermogen”. Waar gaat Nederland honderdduizenden professionals vandaan halen om het arbeidsmarkttekort de komende decennia tegen te gaan? Terwijl Duitsland een “actief immigratiebeleid” gaat voeren om de verwachte arbeidsmarkttekorten het hoofd te bieden, wil de Tweede Kamer een wervingsstop voor buitenlandse studenten. “Weinig doordacht”, concluderen de voorzitters.
Daarnaast vergeten Kamerleden dat sommige instellingen “sinds jaar en dag een internationaal profiel” hebben, schrijven ze. Zoals de Universiteit Maastricht. “Met één rondje handopsteken brengt de Kamer deze instellingen in grote problemen.” Ze schaden het hoger onderwijs, de groep internationale studenten en daarmee ook de Nederlandse economie, luidt de conclusie.