Ergens eind vorige eeuw, net afgestudeerd, kreeg ik een baan als assistent van een professor chemische technologie aan het Massachusetts Institute of Technology. Zijn werk, iets over polymeren als vehikel om medicijnen molecuulsgewijs toe te dienen, maakte hem tot een bekende pionier in de biotechnologie. Dertig jaar geleden wist ik weinig van wetenschap, nog minder van polymeren, en het woord ‘biotechnologie’ deed me denken aan een sci-fi neologisme. Ik wilde gewoon een baan.
Stranduitstapje
De ingenieur heette Robert Langer (1948), oftewel Bob. Hoewel er geen reden was om rechtstreeks met mij te praten, kende ik hem vooral via zijn stem. Hij dicteerde elke ochtend teksten op weg naar zijn werk en gaf mij vervolgens een microcassette om alles uit te schrijven. Ik stelde dan de correspondentie samen (via papieren kopietjes), antwoordde op verzoeken voor een herdruk, nominaties van collega’s voor prijzen, bedankjes voor een uitnodiging of een nominatie. Het was duidelijk dat Bob veel gevraagd werd door mensen over de hele wereld. Als ik hem zag, haastte hij zich naar of van zijn kantoor.
Ik herinner me het stranduitstapje van het lab. Terwijl het personeel met frisbees gooide, sloot Bob, zittend op de rotsen met een draagbare telefoon ter grootte van een baksteen aan zijn oor, een deal. Hoewel mijn werk bestond uit het redigeren van manuscripten, leerde ik uiteindelijk het sociale aspect van de wetenschap kennen. Het algemene beeld is dat wetenschappers individuen zijn die vooral in hun eentje werken en zich bezighouden met de uitkomst van hun experimenten. Maar het is eigenlijk één groot ‘sociaal bouwwerk’.
Geloof
Ik wist heel weinig over Langers carrière als een van de weinige ingenieurs in de experimentele biologie. Hij begon als postdoctoraal onderzoeker in de jaren zeventig, toen hij systemen van polymeren bedacht waarmee medicatie via langzame afgifte direct bij de tumor terecht komt. Ofschoon hij al assistent-professor bij MIT was in de vroege jaren tachtig, hadden maar weinigen vertrouwen in zijn werk. Lange, moeizame experimentele trajecten gingen vooraf aan zijn ontdekkingen; mensen verloren hun geduld. Een senior professor blies sigarenrook in Langers gezicht en vertelde hem fijntjes dat hij maar ergens anders een baan moest zoeken.
Zoals hij vertelde in een publicatie van een engineering honor society: “Ik had vertrouwen in wat ik deed en dacht dat het belangrijk was, dus bleef ik doorgaan... na verloop van tijd begonnen mensen mijn resultaten te reproduceren en farmaceutische bedrijven mijn technieken te gebruiken.”
Productieve ondernemer
Toen ik voor hem werkte was hij bezig met geneesmiddelen die gecontroleerd worden afgegeven aan het lichaam. Daarna verlegde hij zijn focus naar weefseltechnologie en transdermale (door de huid) toediening van medicijnen. Volgens zijn Wikipedia-pagina bezit hij 1400 patenten en heeft hij meer dan 200 prijzen gewonnen. “Hij is de meest geciteerde engineer in de geschiedenis en de op één na meest geciteerde persoon op welk gebied dan ook, met meer dan 1500 wetenschappelijke artikelen. Daarnaast is hij een productieve ondernemer die heeft deelgenomen aan de oprichting van meer dan veertig biotechnologiebedrijven, waaronder Moderna.” Hij wachtte niet totdat gevestigde bedrijven met zijn ontdekkingen aan de slag wilden, nee, hij richtte ze zelf op. Hier in Nederland worden we geacht af te stappen van bepaalde maatstaven voor succes, maar het zou naïef zijn om niet te vermelden (en onder de indruk te zijn) dat zijn h-index 305 is.
Genereus
Wat betekent Bob Langer voor mij? Aan het einde van de zomer van 1993 stond ik op het punt naar een graduate school te vertrekken. Namens mij schreef Bob, heel genereus, een kennis aan, die mij vervolgens een baan gaf (nakijken van essays) bij een farmacieopleiding. Ik kende deze persoon niet, en ik had nooit verwacht dat ik van zijn netwerk kon profiteren, maar alles wat er daarna met mij gebeurde was in zekere zin een gevolg van die generositeit. (Ik heb hem er in de loop der jaren verschillende keren voor bedankt). Met een baan aan de universiteit betaalde ik minder collegegeld (ik studeerde taalkunde) en met de blik vanuit een andere afdeling en faculteit zag ik duidelijker wat het academische leven was - en niet was. (Bij taalkunde waren ze minder inclusief en genereus.)
Het profiel van Robert Langer bevat vele superlatieven, als wetenschapper en uitvinder staat hij aan de top. En als mijn mini-casus ook maar enige indicatie is: hij heeft de loopbanen van veel mensen op een ander spoor gezet.
Michael Erard