Op de steile hellingen van het Zuid-Limburgse Heuvelland en de nabijgelegen Ardennen drong het besef langzaam door. Het trapvermogen dat haar wattagemetertje aangaf tijdens beklimmingen deed niet veel onder voor dat van de profrenners die ze “stalkte” op fietsapp Strava. En tijdens trainingsritjes van studentenwielervereniging Dutch Mountains kon ze de mannen bijhouden, sommigen zelfs uit het wiel rijden. Zou ze goed genoeg zijn om op professioneel niveau te fietsen? “Een zacht stemmetje in mijn hoofd zei constant: ‘Misschien zit het er wel in’. Maar daar kwam dan altijd een veel luidere stem overheen, die riep: ‘Dat lukt niet meer, daarvoor ben je te oud’.”
Toch kreeg de zachte stem gelijk. In mei vorig jaar, nog geen twee jaar nadat ze voor het eerst lid werd van een wielerclub, tekende Eva van Agt haar eerste profcontract bij de Britse wielerploeg Le Col-Wahoo. En sinds begin dit jaar komt ze zelfs uit in de World Tour, de hoogste divisie in het profwielrennen, voor Team Jumbo-Visma, waar ze ploeggenoot is van grote namen als Marianne Vos en Tourwinnaar Jonas Vingegaard.
Amerika
Dat terwijl haar focus lange tijd op een andere sport lag, vertelt Van Agt. In 2013 debuteerde ze als zestienjarige voor hockeyclub NMHC Nijmegen in de Hoofdklasse. Op haar achttiende bemachtigde ze een sportbeurs aan de Northwestern University in Evanston, in de buurt van Chicago, waar ze vier jaar lang een studie wiskunde en economie met tophockey combineerde. “Een mooi avontuur. Met als doel om mezelf te ontwikkelen als hockeyer, om daarna terug te keren naar de Nederlandse Hoofdklasse.”
In de Verenigde Staten groeide echter vooral ook de liefde voor de fiets. “In Nijmegen zat ik al af en toe op de racefiets, dat bleef ik in Amerika doen. Tijdens die ritten ontdekte ik hoe mooi het land was. In vakanties haalde ik teamgenoten over om al fietsend door Amerika te trekken, we reden onder meer van Los Angeles naar San Francisco. Onze coaches waren daar niet blij mee, waren bang voor blessures door valpartijen, maar we kwamen altijd topfit terug. Na afloop van mijn studie heb ik er nog een half jaar met de fiets rondgereisd. Toen dacht ik: ‘Als ik het nog eens over zou mogen doen, was ik wielrenner geworden.’ Maar ik was al 22, te oud om de techniek van het koersen nog goed onder de knie te krijgen, dacht ik.”
Terug in Nederland doofde de hockeydroom langzaam uit. Ze keerde terug bij haar oude Nijmeegse club, inmiddels gedegradeerd naar de Promotieklasse, maar al snel legde de coronapandemie de competitie stil. Wielrennen mocht nog wel, dus stortte ze zich daar op. En ze besloot een masterstudie te volgen, Data Science and Decision Making in Maastricht. Een keuze die ook door het wielrennen gestuurd werd. “Eerlijk gezegd wilde ik vooral naar Maastricht vanwege de mooie, heuvelachtige omgeving, waarin ik goed kon trainen.”
Bidon aanpakken
Ze sloot zich aan bij studentenwielervereniging Dutch Mountains. “Ik had geen idee hoe de wielerwereld werkt, maar ik wist dat ik er wedstrijden kon rijden. Door het vele trainen met mannen werd ik bovendien sterker.” Haar talent werd al snel opgemerkt. Tijdens studentenwedstrijden versloeg ze wielrenners van clubs op hoger niveau. Op de Nederlandse Studenten Kampioenschappen in september 2021, een jaar nadat ze bij Dutch Mountains begon, greep ze het brons bij de dames zonder licentie.
Daarna ging het snel. Onder aanmoediging van ploeggenoten maakte ze de overstap naar een opleidingsploeg, het Restore Cycling Team uit Pijnacker. “Omdat ik benieuwd was hoever ik het zou schoppen.” In april vorig jaar reed ze zich tijdens de Volta Limburg Classic, een wedstrijd op ‘vertrouwd terrein’ rondom Maastricht, in de kijker van de ploegleider van profploeg Le Col-Wahoo. “Ik reed als enige niet-prof in de kopgroep en werd uiteindelijk negende. Daarop werd ik door de ploegleider uitgenodigd om een keertje met het team mee te trainen in de Ardennen. Daar moest ik allerlei tests doen, zoals al fietsend een jasje aan en uit doen en een bidon aanpakken, om te checken of ik niet alleen hard kon fietsen, maar ook een beetje handig was. Dat ging goed, waarna ik een profcontract kreeg.”
Slopend
Twee maanden later stond ze aan de start van de grootste wielerwedstrijd ter wereld, de Tour de France, die voor het eerst in jaren ook weer een meerdaagse editie voor vrouwen kende. “Dat was bizar. Opeens reed ik in het peloton naast grote renners als Annemiek van Vleuten en Marianne Vos. Het niveau lag ontzettend hoog en je moest constant opletten: iedereen wil vooroprijden, waardoor het erg hectisch is en er veel valpartijen zijn. Dat was slopend. Toen we tijdens de laatste etappes aankwamen bij het bergachtige terrein dat mij goed zou moeten liggen, was ik al niets meer waard.”
Daar kwam een golf van media-aandacht bovenop, mede vanwege haar bekende opa: oud-premier Dries van Agt, die ook nog eens bekendstaat als fervent wielerliefhebber. “De meeste verzoeken heb ik toen afgeslagen. Ik wilde eerst zelf presteren, niet alleen geïnterviewd worden omdat ik de ‘kleindochter van’ ben. Gelukkig voelde ik tijdens het koersen niets van die druk van buitenaf.”
Ondertussen was ze ook nog ‘gewoon’ student. “En zelfs nog penningmeester bij Dutch Mountains, een bestuurstaak die ik bijna een jaar eerder op me had genomen. Daarvoor had ik tussen alle wedstrijden door nog wel wat tijd, maar van studeren kwam vrijwel niets meer terecht. Gelukkig had ik mijn vakken en stage al eerder afgerond, alleen de scriptie resteerde nog.” Pas rond oktober, tijdens het offseason zonder wedstrijden, was er weer wat meer lucht. “Toen kon ik eindelijk pas eraan beginnen, terwijl ik dat al in april had willen doen. Omdat ik een topsportstatus heb binnen de UM, mag ik er gelukkig langer over doen.”
Wiskunde
Al gaat dat werken aan de scriptie ook in het offseason niet van harte. “Het is nogal een abstract onderwerp, waar veel wiskunde bij komt kijken. Daar ga je niet ‘even’ een uurtje aan zitten. Onhandig, want in deze periode train ik veel: overdag fietsen, ’s avonds krachttraining. En tijdens trainingskampen heb je nog minder vrije tijd. Hopelijk kan ik de komende tijd toch wat vaart maken, bijvoorbeeld rond de eendaagse koersen in het voorjaar. Daartussen train je weinig en heb je meer tijd. Dan kan ik het komende oktober, tijdens het volgende offseason, helemaal afronden.”
Waarom al die moeite? Ze is nu immers professioneel sporter. “Het is ook gewoon een fijne afleiding. Ik vind het goed om naast het wielrennen ook nog iets ‘met mijn hersenen’ te blijven doen. Daardoor blijft het fietsen als een hobby voelen, niet als een verplichting. En dan hoef je je ook niet te vervelen als je door een valpartij onverhoopt een tijdje moeten revalideren.” Bovendien gaan het wielrennen en studeren best goed samen. “Tijdens de urenlange ritten heb je veel tijd om na te denken, soms kom ik op nieuwe ideeën. Al geldt dat alleen voor trainingen. In een wedstrijd moet je constant je volledige aandacht op het achterwiel van degene voor je richten, anders lig je zo op de grond”, zegt ze lachend.
Zelf gebeld
Intussen mag Van Agt zich opmaken voor haar eerste volwaardige seizoen als prof. Bij Team Jumbo-Visma dus, op het allerhoogste wielerniveau, waarvoor ze op 16 februari tijdens de Ronde van Valencia haar opwachting maakt. Hoe komt ze daar terecht? “Ze hadden interesse in mij getoond voor volgend seizoen, ik had nog een contract van een jaar bij Le Col-Wahoo. Maar dat team kwam in geldnood door het terugtrekken van een sponsor. Toen heb ik zelf Jumbo-Visma gebeld of ik niet nu al kon komen. Misschien wat ongebruikelijk, maar wel succesvol.”
De eerste weken bij haar nieuwe ploeg vallen mee. “Dit is toch weer een stapje hoger, dus ik was een beetje bang dat ik minder vrijheid zou krijgen. Gelukkig kan ik nog steeds af en toe meetrainen bij de Dutch Mountains. Gezellig, want ik heb daar nog veel vrienden. Sterker: ik ben er nog steeds lid. Als prof ben je verplicht om ingeschreven te staan bij een wielervereniging. Waarschijnlijk ben ik een van de weinigen waarbij dat een studentenclub is.” Daarnaast staart men zich bij Jumbo-Visma ook niet blind op data, een andere vrees van Van Agt. En dat terwijl ze datawetenschap studeert? “Natuurlijk, informatie over trapvermogen en hoeveelheid slaap is handig tijdens het evalueren, maar tijdens een wedstrijd wil ik gewoon op gevoel koersen.”
Wat wil ze graag bereiken tijdens haar carrière? “Het lijkt me leuk om wat wedstrijden hier in de buurt te rijden, op mijn ‘trainingsgrond’, zoals de Amstel Gold Race. Maar echte doelen heb ik eerlijk gezegd niet. Mijn droom was profwielrenner worden, of eigenlijk: zo goed presteren dat iemand voor mij een racefiets wil sponsoren. Die droom is al uitgekomen. Nu wil ik vooral veel plezier beleven.”
Dat laatste is ook de instelling van Annemiek van Vleuten, een van Van Agts voorbeelden, vertelt ze. Laat dat ook net iemand zijn die pas rond haar 25ste met wielrennen begon. En nu, op haar veertigste nog steeds tot de succesvolste renners in het vrouwenpeloton behoort. “Mijn vrees was altijd dat ik te laat begonnen was, maar eigenlijk ben ik voor een wielrenner nog steeds redelijk jong.”