Een kamer zoeken vanuit Zuid-Afrika, er bestaan makkelijkere klussen. Kathryn van den Berg struinde voorjaar 2022 het internet af, las een omschrijving van een studiootje aan de Boschstraat (foto’s waren niet beschikbaar, het pand werd verbouwd), en besloot het erop te wagen. Ze betaalde 1000 euro borg en kocht een vliegticket voor half augustus naar Nederland. “Het was heel stressvol, je hoort verhalen over oplichters, dan komt de student op het aangegeven adres en is er geen kamer.” Ze vroeg daarom een studiegenoot, die ze via de groepsapp van haar opleiding al had leren kennen, om te checken of het pand überhaupt bestond. Ja dus, en het werd verbouwd.
Net voor vertrek vanuit Johannesburg bleek dat de studio niet op tijd klaar was. In allerijl regelde Van den Berg een B&B. “Erg duur natuurlijk. Ik kreeg die B&B-kosten niet vergoed van de verhuurder, maar ik hoefde voor die week geen huur te betalen. Een week later kon ik er alsnog in, al was de studio nog steeds niet helemaal klaar. En nee, ik heb geen korting gehad om dat te compenseren.”
Herrie
Het is prettig om een eigen douche, wc en keukenblok te hebben, vindt ze, al wordt er in die keukenhoek niet echt gekookt. Grinnikend: “Ik haal (magnetron-) maaltijden bij de Albert Heijn. Ik ben niet zo’n kok, ik ben enorm verwend, mijn ouders zijn echte ‘foodies’, die houden van koken.”
Minder prettig is de herrie van het restaurant beneden haar, iedere avond. Én dat het raam niet open kan, voor frisse lucht is ze afhankelijk van de ventilator. Ook kan ze niet zien wat voor weer het is, want het glas in lood belemmert het zicht. “Ik hoorde twee weken geleden via whatsapp dat het sneeuwde. Het was de eerste keer dat ik sneeuw zag en een sneeuwpop maakte, geweldig. Al moest ik de eerste minuten buiten wel even diep ademhalen, want die dikke vlokken hadden ook iets claustrofobisch.”
Lange-afstand-liefde
Een muur hangt vol met foto’s van haar ouders (“ik spreek ze iedere dag, ze steunen me als ik een moeilijke dag heb en zijn heel trots op me”), haar twee jaar jongere zusje Samantha, ooms, tantes, neefjes, nichtjes, en uiteraard haar vriend Juan. Met Juan, een apothekersassistent die een paar straten van haar ouders in Johannesburg woont, videobelt ze iedere dag. “Ik vond het heel moeilijk om weg te gaan, we zijn nu twee jaar bij elkaar en waren altijd veel samen, maar ik wist dat onze relatie sterk genoeg is om die lange afstand aan te kunnen. We kijken nu vaak samen naar een serie, allebei op een tablet en met de telefoon op videostand, heel gezellig. Ik mis hem, ik maak zoveel mee dat ik graag met hem zou willen delen. Zoals mijn uitstapjes naar België en Duitsland. Ik trek er zeker twee keer per maand op uit, wij houden van reizen, dat doen we in Zuid-Afrika veel minder. Het is er erg duur.”
Cultuurschok
Juan staat heel positief in het leven, zegt Van den Berg. “Hij is een optimist en heeft net als mijn ouders veel humor.” En dat is fijn, want het leven in Maastricht valt haar soms zwaar. Niet alleen voelt ze zich eenzaam, zover van haar geliefden (“ik ben een familiemens, mijn sociale leven speelt zich meer af met mijn familie dan met vrienden”), maar ze worstelt ook met een cultuurschok. “In Zuid-Afrika wonen we achter hoge hekken. Het is er onveilig. Je moet altijd voorzichtig zijn, je kunt niet zomaar gaan wandelen of fietsen, niet in Johannesburg, en ook niet in Stellenbosch waar ik vier jaar studeerde. Je kunt beroofd worden of aangevallen. Ik was vijf jaar, ik wachtte met mijn zusje in de auto op de oprit, toen misdadigers ons huis binnendrongen en een pistool op het hoofd van mijn moeder zetten. Zij schreeuwde om mijn vader, die niet thuis was. Op dat moment deed ik de autodeur open en vluchtten de criminelen. Ze dachten waarschijnlijk dat ik mijn vader was. Wij leven altijd in huis en als uitstapje gaan we naar het winkelcentrum. Maar jullie hier leven buiten, lopen door het park, gaan naar het café, zitten op terrasje, pakken de fiets. Alles is hier zo makkelijk, maar ik heb nog mijn Zuid-Afrikaanse mindset, die paranoia. Ik was gestresst en begreep niet waarom. Ik ben er voor in therapie en dat helpt.”
Nederland
Een ding weet ze heel zeker: ze wil in Nederland blijven, het land van haar opa (aan moederskant). “Ik wil straks een gezin en wil dat mijn kinderen in vrijheid opgroeien.” Haar vriend denkt er net zo over. Hij verdiept zich al in de Nederlandse cultuur en leert de taal. En ook haar ouders en zusje zijn vastbesloten om hun oudste dochter te volgen. Zij fungeert als kwartiermaker. “Zonder mij zouden ze niet verhuizen. Zodra ik een baan heb, komen ze. Als ik het nu zwaar heb, moedigen ze me aan: je doet het heel goed, je doet dit voor ons allemaal. Dat is fijn, maar het geeft ook een hoop druk.”