Ik ben uit de tijd dat de tandartsbus voor de lagere school parkeerde en zeker de helft van mijn klasgenootjes, ik incluis, het in de broek deed van angst. Onze schooltandarts en zijn assistente stonden niet bekend om hun zachtzinnige bejegening. Eenmaal in de bus, wachtend op je beurt, hoorde je de boor al zijn werk doen. Als dan je naam werd geroepen stond daar een grote man in een witte jas die geen woord teveel zei en je overduidelijk liet merken dat je niet moest zeuren. Of het nu pijn deed of niet.
Ik ben na de lagere school tot halverwege mijn studententijd niet meer naar de tandarts geweest. Ik was bang. Pas toen ik niet meer kon functioneren van de kiespijn belde ik een tandarts op die naast zijn eigen praktijk les gaf aan de faculteit tandheelkunde in Nijmegen. Hij was niet alleen jong en aardig, verzekerden vrienden mij, maar ook vol begrip voor angstige patiënten. En dat klopte. Hij luisterde naar mijn verhaal, vertelde vervolgens precies wat er zou gaan gebeuren, uiteraard alles onder verdoving, hoeveel tijd het zou kosten en dat één seintje van mij voldoende was om even te stoppen met de behandeling. Graag zou ik hier uit een soort eerbetoon zijn naam noemen, maar helaas, die ben ik vergeten.
Dit verhaal kwam bovendrijven toen ik het artikel van collega MT las over geneeskundestudenten die je niet als dokter aan je bed wilt hebben omdat ze ongeschikt voor dit beroep zijn. Hier op de redactie buitelen de voorbeelden over elkaar heen als ik vraag naar onaangename ervaringen met een arts. Bot, ongeduldig, stappen overslaan in de uitleg en vervolgens geïrriteerd als je het niet begrijpt, niet voorbereid, op het scherm kijken tijdens het gesprek, en ga zo maar door. Gelukkig staat daar een veelvoud van goede ervaringen tegenover, onder anderen huisartsen krijgen lof. Dat ze ondanks de vaak volle wachtkamer toch de indruk wekken alle tijd te hebben en werkelijk aandachtig luisteren. Of specialisten die hun telefoonnummer geven mocht je ’s avonds toch nog met dringende vragen zitten.
Uiteraard moet een arts kennis van zaken hebben, maar zonder een flinke dosis sociale vaardigheden en inlevingsvermogen blijft het behelpen. En dat geldt zeker niet alleen voor artsen, concludeerden we hier al snel. Wie kan in zijn beroep eigenlijk zonder? Je hebt altijd met collega’s te maken (ook als je zzp’er bent) en dat betekent overleggen, brainstormen en feedback geven. Maar ook - heel belangrijk - interesse tonen in elkaar.
Neem ook ons eigen vak: een journalist met beperkte communicatieve vaardigheden krijgt het zeker moeilijk. Hoe kom je aan je gegevens? Je moet altijd mensen interviewen, soms over heel persoonlijke zaken, soms over bestuurlijk gevoelige kwesties. Wie zich dan als een houten klaas opstelt, zal weinig vertrouwen wekken en gaat zonder verhaal naar huis. Of in ieder geval zonder goed verhaal.