"Menige wielercarrière is vroegtijdig afgebroken"

"Menige wielercarrière is vroegtijdig afgebroken"

Nieuwe test om vaatproblemen bij wielrenners vast te stellen

10-04-2023 · Achtergrond

Eén op de vijf beroepswielrenners krijgt vroeg of laat te maken met klachten als pijn in het been, verkramping en krachtsverlies. Oorzaak: schade aan de bloedvaten. Vermoedelijk treft deze fietserskwaal ook veel amateurs, maar daar is nog weinig zicht op.

Laurens ten Dam, Annemiek van Vleuten, Steven Kruijswijk, Marianne Vos. Ze hebben er allemaal veel last van gehad en zijn ervoor behandeld. Vos heeft afgelopen februari nog een operatie ondergaan. Tien dagen later zat ze weer op de fiets. Van Vleuten (rechts op foto) is drie keer geopereerd, in 2009 en in 2011 en 2013. 

Eén op de vijf profs kan rekenen op vaatschade, zo bleek in 2002 uit een studie van onderzoekers van het Máxima Medisch Centrum. Ook amateurs hebben er last van. Hoeveel is onduidelijk; van de 850 duizend wielrenners en mountainbikers in Nederland zouden er volgens een schatting 75 duizend een verhoogd risico lopen. Hoe meer en intenser je fietst, hoe groter de kans. 

Op donderdag 13 april promoveert de bewegingswetenschapper Martijn van Hooff op deze aandoening, die onderzoekers aanduiden met FLIA (Flow Limitations in the Iliac Artery). Een dag later staat een symposium gepland, met oud-schaatskampioen Hein Vergeer als dagvoorzitter. Want ook veel schaatsers hebben klachten.

Linkerbeen

Het probleem zit ‘m in de gebogen houding. Anatomisch gezien splitst de aorta zich ter hoogte van de buik in twee, zogeheten bekkenslagaders, die elk via de heup uitmonden in een been. Door de gebogen houding kunnen de slagaders, met elke trap op de pedalen, in een knik raken, net als een tuinslang. 

Met als gevolg: pijn, verkramping en krachtverlies. Opvallend is dat dit meestal in het linkerbeen gebeurt, en wel bij 70 procent van de sporters. Van Hooff: “Hoe dat kan weten we niet precies. Bij schaatsers kun je nog bedenken dat ze steeds een bocht naar links nemen en dat daardoor de linker bekkenslagader meer in het gedrang komt. Maar bij renners gaat die theorie niet op."

Veel sporters lopen er te lang mee rond, zegt Van Hooff. "Amateurs, die steeds meer last krijgen en slechter presteren, denken dat wielrennen niets voor hen is, en lopen daardoor soms een profcarrière mis. In de wielerploegen is het probleem inmiddels bekend en zijn de sportartsen erop gespitst, maar huisartsen hebben deze aandoening niet op hun netvlies. Dit soort vaatproblemen zijn ook lastig te diagnosticeren, het lukt alleen met gespecialiseerde testen."

Spectroscopie

In zijn promotieonderzoek presenteert Van Hooff een nieuwe test. "Vaak vergelijken artsen de bloeddruk in de arm, waar niets aan de hand is, met die in de enkels, waar de doorstroming mogelijk stokt met een lagere bloeddruk als gevolg. Hoe groter het verschil, hoe groter het probleem. Maar die test, die overal ter wereld wordt toegepast, blijkt onvoldoende betrouwbaar. Daarmee mis je de helft van de patiënten."

Van Hooff legt in zijn promotieonderzoek een techniek onder de loep die afgekort wordt tot NIRS (near-infrared spectroscopy). Een bestaand apparaatje, dat tot nog toe vooral voor onderzoeksdoeleinden is gebruikt, wordt op het bovenbeen vastgetapet, en meet tijdens het fietsen of er sprake is van verminderde doorbloeding van de spier. Of preciezer: hoe lang het duurt voordat de zuurstofvoorziening in de spier is hersteld. “Hiermee kon ik driekwart van de patiënten traceren."

Tour de France

Wereldwijd zijn er drie behandelcentra, in Londen, Lyon en Veldhoven. Het stadje onder de rook van Eindhoven herbergt de sportafdeling van het Máxima Medisch Centrum, waar elk jaar tussen de 120 en 150 patiënten worden behandeld. 

Het begint met het "opereren van de fiets", zegt Van Hooff. "Door het stuur een tikje te verhogen of het zadel vooruit te schuiven, zit je rechter op de fiets, wat voor amateurs al een hoop kan schelen. Bij profs is vaker een operatie nodig om de schade in de slagaders, als gevolg van de afknelling, te herstellen. Dat kan door de bekkenslagader los te maken van het spierweefsel of, als de schade ernstiger is, via een vaatreconstructie. Die vooruitzichten zijn goed."

Laurens ten Dam heeft na zijn operatie in 2004 geen klachten meer gehad, zei hij vorige week nog in een podcast. En Van Vleuten heeft na de ingrepen zo ongeveer alles gewonnen wat er te winnen valt, waaronder de Tour de France en de Giro d'Italia.

Hein Vergeer

Er zijn ook renners die het niet willen weten, zegt Van Hooff. "Een beroerde uitslag gaat in hun kop zitten, zeggen ze, en dan fietsen ze niet meer lekker. En ja, als de vernauwing op een ongelukkige plek zit, dan helpt een operatie niet. Menige wielercarrière is hierdoor vroegtijdig afgebroken."

Waarom bij de een wel en de ander niet? “Het lijkt voor een deel ook genetisch. We hebben ooit een keer een jongen van vijftien op het spreekuur gehad, maar dat komt eigenlijk nooit voor. Wel kunnen sterk ontwikkelde bovenbeenspieren de klachten verergeren doordat ze de knik in de slagaders vergroten. 

Niet alleen wielrenners maar ook schaatsers hebben er trouwens last van. Voor oud-wereldkampioen Hein Vergeer, dagvoorzitter op het symposium, betekende de toen nog onbekende aandoening een dramatisch einde van zijn carrière. Op de Olympische spelen van Calgary in 1988 was Vergeer de favoriet voor de eerste plaats, maar hij bleek niet vooruit te branden. Het publiek, dat hem eerst op handen droeg, floot hem later uit. Een roemloos einde van een glanzende loopbaan. 

Pas veertien jaar later ontdekt hij waarom zijn lichaam hem in de steek had gelaten. In een krant leest hij dan iets over vaatproblemen bij wielrenners.

Voor het symposium zijn nog tickets (plus korting) verkrijgbaar via https://cutt.ly/COURANT