Niet iedere medewerker heeft zin in een cursus Nederlands

Niet iedere medewerker heeft zin in een cursus Nederlands

Vanaf juni ook ‘bijspijker’cursussen voor staff only

21-04-2023 · Nieuws

MAASTRICHT. Hoe zit het met het taalbeleid waarmee de Universiteit Maastricht in 2018 begon? Hoeveel mensen gaan er inmiddels verplicht op een Engelse of Nederlandse cursus? Op de Berg (MUO) en bij de faculteit Arts & Social Sciences, die het hele traject al achter de rug hebben, gaat het om respectievelijk 8 en 6 procent van de staf. Bij de universiteitsbibliotheek, veelal ondersteunend personeel, is bijna een vierde bijgespijkerd, vooral in het Engels.

De Universiteit Maastricht is officieel tweetalig: Nederlands én Engels. Het college van bestuur heeft in 2018 een taalbeleid ingesteld; van staf wordt verwacht dat ze beide talen onder de knie hebben. Het gaat om het vrij eenvoudige B1-niveau voor activiteiten buiten het onderwijs en het bijna native speaker C1-niveau voor wie onderwijs geeft.

Eind 2026

Vanwege de hack in december 2019 en daaropvolgend de coronapandemie heeft de invoering van het taalbeleid even stil gelegen. Bij de universiteitsbibliotheek, het bureau van de universiteit (MUO) en bij de faculteit Arts & Social Sciences is het beoordelingstraject inmiddels afgerond. De faculteiten Science and Engineering (FSE) en rechten zijn ook al vrij ver, zegt Rosa Becker, senior beleidsadviseur internationalisering. “Ik verwacht dat rechten rond de zomer klaar is en FSE begin herfst.”
Eind 2024 moet de teller op acht faculteiten en diensten staan. Eind 2026 op twaalf. Is dat haalbaar? Twee grote faculteiten (Health, Medicine and Life sciences en de School of Business and Economics) moeten immers nog onder de loep worden genomen. Becker is overtuigd: “We liggen op schema.”

Zonder studenten

Tijdens het traject moet iedereen een ‘taalbewijs’ (moedertaalverklaring, diploma, certificaat) laten zien. Is dat onvoldoende, dan volgt een (online) Quick Placement Test bij het UM Talencentrum. Wie onder de maat scoort, moet op cursus. Dat gebeurt nu nog – tijdens werkuren of in de avond –  in een gemixt gezelschap met studenten. Maar daar zijn niet alle stafleden blij mee. “Die signalen hebben we inderdaad gekregen. Daarom starten er in juni staff only groepen bij het Talencentrum.” Het gaat om English@work en Nederlands op de werkvloer op A1 en A2-niveau, “dat is de basis, van daaruit willen we toewerken naar staff only cursussen op B1-niveau.”
Had de UM dat niet eerder moeten bedenken, al bij de invoering van het beleid in 2018? Het is immers heel goed voor te stellen dat docenten niet samen willen ‘leren’ met eigen studenten. Becker: “Ik weet niet of het eerder ter sprake is gekomen, dat zou kunnen. Maar we are learning by doing.”

PhD

In de wandelgangen zegt men dat het taalbeleid weleens ‘averechts’ zou kunnen uitpakken. Buitenlands talent zou niet meer komen, promovendi zouden zich laten tegenhouden door de eis van B1-niveau Nederlands. Dat klopt niet, zegt Becker. “PhD’s vallen net als postdocs buiten het beleid, zij hebben een tijdelijk contract. Als ze minder dan 10 procent lesgeven, vervalt ook de C1 minimumeis in de onderwijstaal. Overigens mogen ze wel een cursus volgen als ze dat willen. Daarvoor moeten ze in gesprek met de leidinggevende. De kosten nemen de faculteiten of diensten dan op zich.”

Moeite doen

Er is ook hier en daar verzet. Werkdruk is een veelgehoord argument om een cursus te vermijden. Daar moet je naar luisteren, zei collegevoorzitter Rianne Letschert al eerder tegen Observant: “Waar nodig zoeken we oplossingen.” En dan is er nog gemor van sommige buitenlandse werknemers die het nut niet inzien van een cursus Nederlands. Daar heeft Letschert “minder begrip” voor. Becker snapt dat “iedereen het druk heeft”, maar het doel van dit beleid is mensen “samenbrengen, een inclusieve gemeenschap creëren. Daarvoor moet iedereen moeite doen. Dat kan ook betekenen dat overleggen niet standaard in het Engels, of standaard in het Nederlands, plaatsvinden. Het kan ook in een mix van beide talen waarbij van iedereen wordt verwacht dat ze hun best doen in die tweetalige context te communiceren.”