Het gaat om het lijstje ‘onverenigbare rollen’: een bestuurslid mag geen dubbele pet op hebben, omdat de belangen van het bestuur soms tegen de belangen van een vakgroep of instituut gaan, bijvoorbeeld bij het vaststellen van de begroting. Ook de voorzitter van de faculteitsraad mag niet in het bestuur zitten, omdat het de taak van de F-raad juist is om het bestuur te controleren.
Sinds het aantreden van het huidige faculteitsbestuur wordt er een uitzondering op deze regel gemaakt. De wetenschappelijk directeur van het Onderwijsinstituut, Mirjam oude Egbrink, is ook portefeuillehouder onderwijs in het bestuur. Een situatie die uit praktische overwegingen – tijdens de coronaperiode was het handig om deze rollen te combineren – is ontstaan en die het faculteitsbestuur nu in het reglement wil formaliseren.
Onwenselijk
Is dat wel wenselijk, vroeg F-raadsvoorzitter Boy Houben zich tijdens de jongste vergadering af. “Dit reglement wordt voor langere tijd vastgesteld, tot na de termijn van het huidige bestuur. Je kunt ook zeggen: we handhaven het oude reglement en vervolgens vraagt de decaan bij de tweede termijn opnieuw de uitzonderingen aan. Met als uitgangspunt altijd dit document. Alle gremia kunnen dan beslissen of we zo verder gaan of niet. Zo kun je ingrijpen als je vindt dat het niet werkt. Dat is belangrijk voor de controleerbaarheid en de transparantie.”
Eénkoppig bestuur
De aanpassing heeft ook gevolgen voor de rest van het reglement. Nu benoemt het bestuur vakgroepvoorzitters en de wetenschappelijk directeur van het Onderwijsinstituut. Zit één van hen in het bestuur, dan moet diegene zichzelf dus benoemen of ontslaan. Om dat te voorkomen is het woord ‘bestuur’ vervangen door ‘decaan’ in het reglement. “Dat betekent niet dat de decaan al deze beslissingen nu zelf neemt, hij of zij neemt de andere bestuursleden daarin mee”, benadrukte vice-decaan Stef Kremers in de raad. Maar dat staat er niet, wierp Houben tegen. “Dat kan de huidige decaan wel zo doen, maar een nieuwe decaan kan zeggen: ik beslis, dat staat hier. Je wilt niet naar een éénkoppig bestuur, daar staan we als organisatie niet voor.”
Andere rollen
Daarnaast vond de raad het nogal arbitrair om twee rollen – vakgroepvoorzitter en wetenschappelijk directeur van het Onderwijsinstituut – van het lijstje te schrappen. Kremers argumenteerde dat het prettig kan zijn om iemand met die ervaring aan tafel te hebben. “Maar dan is het raar om überhaupt onverenigbare rollen te hebben”, zei Patrick van Gorp, lid namens het OBP. “Waarom mag de directeur van een onderzoeksinstituut geen bestuurslid worden, die neemt ook ervaring mee.”
Het document ligt op dit moment bij Juridische Zaken. Daar kijkt men naar de beste juridische optie.