“Soms moet je er druk op zetten, anders kun je in een ellenlang traject verzanden”, reageert UM-collegevoorzitter Rianne Letschert op de opmerking van Helen Mertens, voorzitter van de raad van bestuur van het Maastrichtse UMC, om al in juni 2024 “over te gaan naar de nieuwe organisatie”. Mertens wil niet zeggen dat alles dan al rond is, maar “ik hoop dat we overeenstemming hebben bereikt over heel veel zaken”.
Autonomie
Twee maanden geleden werd het plan van de fusie wereldkundig gemaakt; welke reacties stroomden er binnen, wil de gespreksleider weten. Letschert kreeg vooral steun voor de “strategische onderbouwing”, vertelt ze, maar er zijn ook zorgen, want wordt de UM niet stiekem een gezondheidsuniversiteit? Dat speelt vooral bij de binnenstadsfaculteiten. “We moeten daarom goed nadenken over het bestuursmodel. Welke verantwoordelijkheden en mandaten leg je waar? De autonomie van de faculteiten moet je behouden.” Op het gebied van politieke en sociale wetenschappen, Europa, economie en rechten, heeft de UM belangrijke kennis en expertise in huis, schetst Letschert, “maar om stabiel te blijven is een stevig medisch cluster nodig”. Een geïntegreerd UMC hád ertoe kunnen leiden dat de grootste faculteit Health, Medicine and Life sciences over werd gedragen aan het ziekenhuis, maar, zo zei Letschert al eerder aan Observant, “dat vonden wij niet verstandig. Als die faculteit naar het UMC zou gaan, zouden we 'm kwijt zijn.” Ook nu refereert ze daaraan: het verlies van een medische faculteit gaat ten koste van de innovatie en de kracht van andere faculteiten. “Je moet het in solidariteit met elkaar blijven doen.”
Gevaar
Gezondheid wordt een belangrijk thema, maar dat betekent niet dat alle wetenschappers en docenten opeens het roer om moeten gooien. Ja, daar waar mogelijkheden zijn (“dat moet vanuit de organisatie zelf komen”, daarvoor wordt een beroep gedaan op de decanen) kan een brug worden geslagen, denk aan gezondheidsethiek, gezondheidsrecht en gezondheidseconomie, “maar we dwingen niemand”. Wie “geweldig” werk doet in de niet-medische hoek (belasting- en ondernemingsrecht noemt ze als voorbeeld) moet dat blijven doen. “Dat komt niet in gevaar.”
Stijl
In 2008 werd het MUMC+ opgetuigd. Onderwijs, onderzoek en patiëntenzorg zouden sterker aan elkaar worden gekoppeld, was het idee. Maar de vele pogingen om te integreren, mislukten. Letschert: “De universiteit was destijds veel kleiner, we hebben nu vier campussen, we zijn enorm doorontwikkeld.” Plus: er staan andere persoonlijkheden aan het roer. “Helen en ik zijn vorig jaar naar elkaar toegestapt. Het helpt als je elkaar dingen gunt en problemen op tafel durft te leggen. Die stijl hebben we allebei.” Daarbij is de situatie in het land veranderd, schetst Letschert, zoals de competitie tussen de UMC’s en de concentratiedrang, “ook als je kijkt naar clusters rondom Leiden, Delft en Rotterdam, waar de universiteiten en ziekenhuizen zich samenpakken, je zult je moeten verenigen, ook omdat het steeds duurder wordt om dure infrastructuur in stand te houden.” Daarbij verwachten ze als “robuustere organisatie” de maatschappelijke uitdagingen beter aan te kunnen, zoals de toenemende vergrijzing, de scheve balans tussen zorgvraag en -aanbod, de personeelstekorten.
Kwartiermaker
Een kwartiermaker is al aangesteld: Dedan Schmidt (hij schuift tijdens de sessie even aan tafel). Schmidt is een 54-jarige bestuurskundige en organisatieadviseur die al meerdere interim-managementklussen op zijn naam heeft staan. Vorig jaar was hij interim-directeur van Verpleegkundigen en Verzorgenden Nederland – waardoor hij op de hoogte is van alle ins en outs van het Integraal Zorgakkoord, de afspraken die de overheid met partijen in de zorg heeft gemaakt met het oog op de toekomst. Bovendien kent hij het reilen en zeilen binnen een hoger onderwijsinstelling. Zo was hij bijvoorbeeld betrokken bij de (re)organisatie van het bureau van de Rijksuniversiteit Groningen. Letschert: “Hij gaat vanaf nu het proces regisseren.”
Bestuursmodel
De hele exercitie brengt risico’s, zorgen en “duizend vragen” met zich mee, beseffen beide voorzitters. “We kunnen er vaak geen antwoord op geven, we weten zelf ook nog heel weinig.” Toch doen ze een poging tijdens de vragensessie (medewerkers konden digitaal vragen indienen). Welk bestuursmodel komt er? Ze streven naar één organisatie, één werkgever, maar of dat formeel juridisch gaat lukken? “Geen idee”, zegt Letschert. “Dat vraagt nogal wat wettelijke aanpassingen.” Zullen ondersteunende diensten UM-breed aangestuurd worden? Mertens: “Er zijn uitdagingen op het gebied van HR, facilitair, ICT, huisvesting, maar het tempo zal per dienst verschillen.” De rol van de medezeggenschap moeten we daarbij ook in kaart brengen, vult Letschert aan, “want het is een reorganisatie”. Sneuvelen er banen? “De drive zit ‘m in de strategische samenwerking, niet in de noodzaak om te bezuinigen en shared services op een hoop te gooien. Dat zou ik niet leuk vinden, daar krijg ik geen energie van.” Mertens sluit zich daarbij aan: “Ik denk dat we de mensen nog heel hard nodig zullen hebben.”