Het deze zomer door onderwijsminister Dijkgraaf gepresenteerde wetsvoorstel kan voor FASoS ingrijpende gevolgen hebben. Momenteel zijn alle opleidingen volledig in het Engels en komt meer dan driekwart van de studenten uit het buitenland. Het wetsvoorstel stelt onder meer strengere eisen aan de onderwijstaal. Bacheloropleidingen moeten in principe voor tweederde Nederlandstalig worden, tenzij de minister toestemming geeft om ‘anderstalig’ te zijn. Daarnaast moeten buitenlandse studenten verplicht enige kennis van de Nederlandse taal opdoen.
Het zorgde de afgelopen tijd voor “levendige discussies” op onder meer het medewerkersintranet van FASoS, aldus decaan Christine Neuhold aan het begin van de bijeenkomst. “Zowel onder staf als studenten klinken er veel zorgen. Maar ik verzeker jullie: iedereen is welkom hier, jullie banen zijn veilig. We zijn en blijven een internationale faculteit, we denken er op dit moment niet aan om ons onderwijs aan te passen.”
Maar er gaan toch juist dingen veranderen? Daarover bestaat nog veel onduidelijkheid, benadrukte bestuurslid Patrick Bijsmans. “We weten nog niet wat er met het wetsvoorstel gaat gebeuren. Bovendien: binnen het huidige voorstel zijn er veel uitzonderingen mogelijk voor het voortbestaan van ‘anderstalige’ bachelors.” Maar wat als dat laatste niet gebeurt en de opleidingen toch grotendeels Nederlandstalig moeten worden? Daarop werd niet ingegaan.
Meertaligheid
Via hun smartphone mochten aanwezigen hun mening geven over bepaalde stellingen. Is internationalisering mogelijk zonder verengelsing? Van de ongeveer zestig medewerkers die stemden (het merendeel van de aanwezigen), was tweederde het daar (zeer) mee oneens. Daarentegen vond zo’n 80 procent dat enige kennis van het Nederlands vereist is om te kunnen functioneren bij FASoS.
De stelling dat er meer Nederlandstalig onderwijs moet komen in de bachelors kreeg de handen niet op elkaar: meer dan een derde was het (zeer) oneens, zo’n 40 procent bleef neutraal. “Veel studenten komen juist naar Maastricht omdat ze graag in het Engels in plaats van het Nederlands studeren”, aldus een medewerker.
Wel was een overgrote meerderheid (zo’n 80 procent) voorstander van meer ruimte voor meertaligheid binnen het onderwijs. Dat wil zeggen: ook Duitse of Franse literatuur, of onderzoek – indien relevant voor het onderwerp - publiceren in het Nederlands, Hongaars of Spaans. Dat moet dan wel een keuze zijn, geen verplichting, klonk het uit de zaal.
Burnout
Maar, klonk het: levert dit niet meer bureaucratie op, en wordt het zo niet lastiger om opdrachten na te kijken? “De werkdruk is nu al een groot probleem, hoe zorgen we ervoor dat die niet verder groeit en er meer burnouts komen?”
Een discussie over een grotere rol van de Nederlandse taal, de insteek van het wetsvoorstel, bleef grotendeels uit. Wel mopperde een medewerker over het feit dat een aantal stellingen vandaag in het Nederlands waren. “In het begin werd gesteld dat iedereen zich hier welkom moest voelen, maar ik spreek geen Nederlands, dit voelt niet inclusief.”
Farce
Filosoof René Gabriëls, die zich in opiniestukken in landelijke media en een publieke reactie op Dijkgraafs wetvoorstel een fervent tegenstander toonde van de “doorgeschoten verengelsing” van het hoger onderwijs, hield zich afzijdig tijdens de bijeenkomst. “Ik vond het een farce”, laat hij na afloop telefonisch weten. “Van een academische discussie was geen sprake. Daarvoor moet je verschillende stemmen horen, ook van buiten de faculteit, zoals een bestuurder van het college van bestuur en een politicus. En ook van wetenschappers met expertise op deze onderwerpen, die nota bene binnen de faculteit aanwezig zijn.”
In plaats daarvan was dit alleen een poging van het bestuur om medewerkers gerust te stellen, meent Gabriëls. “Terwijl ze juist moeten benoemen wat de pijnpunten zijn. Bijvoorbeeld dat er een pervers systeem bestaat waarin we als faculteit financieel afhankelijk zijn van buitenlandse studenten. En welke scenario’s zijn er als de bachelors echt deels Nederlandstalig moeten worden? Daarop heeft het bestuur geen visie, men mikt alleen op een uitzonderingspositie. Daarnaast sprak niemand over de verantwoordelijkheid die we als wetenschap dragen voor de Nederlandse samenleving en cultuur.”
Een andere reden voor Gabriëls om zich niet uit te spreken, is het “heersende ‘frame’. Als je kritiek hebt op de doorgeschoten verengelsing word je ten onrechte in de hoek gedrukt van mensen die tegen internationalisering zijn. Dan zou je een nationalist of populist zijn. Dat is zeker niet het geval.”
Begin
Ook een andere uitgesproken tegenstander van verengelsing (die eveneens publiekelijk reageerde op het wetvoorstel), hoogleraar Lies Wesseling, mengde zich niet in de discussie. Zij sloeg de bijeenkomst zelfs helemaal over. Een open debat verwachtte ze niet, liet ze vooraf per mail aan Observant weten. “Het bestuur lijkt het vooral op te vatten als een voorlichtingsbijeenkomst die zij zelf voorzitten. Die voorlichting heb ik niet nodig. Aangezien onze buitenlandse collega’s volgens het instellingsbeleid van 2018 geacht worden om het Nederlands op C1-niveau te beheersen, zouden ook zij in staat moeten zijn om het debat over de instructietaal aan Nederlandse universiteiten zelfstandig te volgen in Nederlandse media, recent aangestelde collega’s uitgezonderd.” Bovendien wijst ook Wesseling op het verwarren van internationalisering met verengelsing. “Dat zijn twee zaken die je uit elkaar moet houden.”
Het bestuur ziet de bijeenkomst vooral als een begin van de discussie, klonk het vrijdagmiddag. De komende tijd trekt men langs de verschillende afdelingen om het gesprek over internationalisering verder te voeren.