“Geen zorgen: we zijn en blijven een internationale faculteit”

Gebouw van FASoS aan de Grote Gracht

“Geen zorgen: we zijn en blijven een internationale faculteit”

Bijeenkomst FASoS-medewerkers over internationalisering

11-10-2023 · Nieuws

MAASTRICHT. Is mijn baan veilig? Ben ik als buitenlander straks nog steeds welkom? Dankzij het wetsvoorstel internationalisering zijn het veelgehoorde zorgen aan de faculteit Arts and Social Sciences (FASoS), aldus het faculteitsbestuur. Afgelopen vrijdag was er een bijeenkomst voor medewerkers over de toekomst van de zelfbenoemde ‘meest internationale faculteit’ van de Universiteit Maastricht.

Het deze zomer door onderwijsminister Dijkgraaf gepresenteerde wetsvoorstel kan voor FASoS ingrijpende gevolgen hebben. Momenteel zijn alle opleidingen volledig in het Engels en komt meer dan driekwart van de studenten uit het buitenland. Het wetsvoorstel stelt onder meer strengere eisen aan de onderwijstaal. Bacheloropleidingen moeten in principe voor tweederde Nederlandstalig worden, tenzij de minister toestemming geeft om ‘anderstalig’ te zijn. Daarnaast moeten buitenlandse studenten verplicht enige kennis van de Nederlandse taal opdoen.

Het zorgde de afgelopen tijd voor “levendige discussies” op onder meer het medewerkersintranet van FASoS, aldus decaan Christine Neuhold aan het begin van de bijeenkomst. “Zowel onder staf als studenten klinken er veel zorgen. Maar ik verzeker jullie: iedereen is welkom hier, jullie banen zijn veilig. We zijn en blijven een internationale faculteit, we denken er op dit moment niet aan om ons onderwijs aan te passen.”

Maar er gaan toch juist dingen veranderen? Daarover bestaat nog veel onduidelijkheid, benadrukte bestuurslid Patrick Bijsmans. “We weten nog niet wat er met het wetsvoorstel gaat gebeuren. Bovendien: binnen het huidige voorstel zijn er veel uitzonderingen mogelijk voor het voortbestaan van ‘anderstalige’ bachelors.” Maar wat als dat laatste niet gebeurt en de opleidingen toch grotendeels Nederlandstalig moeten worden? Daarop werd niet ingegaan.

Meertaligheid

Via hun smartphone mochten aanwezigen hun mening geven over bepaalde stellingen. Is internationalisering mogelijk zonder verengelsing? Van de ongeveer zestig medewerkers die stemden (het merendeel van de aanwezigen), was tweederde het daar (zeer) mee oneens. Daarentegen vond zo’n 80 procent dat enige kennis van het Nederlands vereist is om te kunnen functioneren bij FASoS.

De stelling dat er meer Nederlandstalig onderwijs moet komen in de bachelors kreeg de handen niet op elkaar: meer dan een derde was het (zeer) oneens, zo’n 40 procent bleef neutraal. “Veel studenten komen juist naar Maastricht omdat ze graag in het Engels in plaats van het Nederlands studeren”, aldus een medewerker.

Wel was een overgrote meerderheid (zo’n 80 procent) voorstander van meer ruimte voor meertaligheid binnen het onderwijs. Dat wil zeggen: ook Duitse of Franse literatuur, of onderzoek – indien relevant voor het onderwerp - publiceren in het Nederlands, Hongaars of Spaans. Dat moet dan wel een keuze zijn, geen verplichting, klonk het uit de zaal.

Burnout

Maar, klonk het: levert dit niet meer bureaucratie op, en wordt het zo niet lastiger om opdrachten na te kijken? “De werkdruk is nu al een groot probleem, hoe zorgen we ervoor dat die niet verder groeit en er meer burnouts komen?”

Een discussie over een grotere rol van de Nederlandse taal, de insteek van het wetsvoorstel, bleef grotendeels uit. Wel mopperde een medewerker over het feit dat een aantal stellingen vandaag in het Nederlands waren. “In het begin werd gesteld dat iedereen zich hier welkom moest voelen, maar ik spreek geen Nederlands, dit voelt niet inclusief.”

Farce

Filosoof René Gabriëls, die zich in opiniestukken in landelijke media en een publieke reactie op Dijkgraafs wetvoorstel een fervent tegenstander toonde van de “doorgeschoten verengelsing” van het hoger onderwijs, hield zich afzijdig tijdens de bijeenkomst. “Ik vond het een farce”, laat hij na afloop telefonisch weten. “Van een academische discussie was geen sprake. Daarvoor moet je verschillende stemmen horen, ook van buiten de faculteit, zoals een bestuurder van het college van bestuur en een politicus. En ook van wetenschappers met expertise op deze onderwerpen, die nota bene binnen de faculteit aanwezig zijn.”

In plaats daarvan was dit alleen een poging van het bestuur om medewerkers gerust te stellen, meent Gabriëls. “Terwijl ze juist moeten benoemen wat de pijnpunten zijn. Bijvoorbeeld dat er een pervers systeem bestaat waarin we als faculteit financieel afhankelijk zijn van buitenlandse studenten. En welke scenario’s zijn er als de bachelors echt deels Nederlandstalig moeten worden? Daarop heeft het bestuur geen visie, men mikt alleen op een uitzonderingspositie. Daarnaast sprak niemand over de verantwoordelijkheid die we als wetenschap dragen voor de Nederlandse samenleving en cultuur.”

Een andere reden voor Gabriëls om zich niet uit te spreken, is het “heersende ‘frame’. Als je kritiek hebt op de doorgeschoten verengelsing word je ten onrechte in de hoek gedrukt van mensen die tegen internationalisering zijn. Dan zou je een nationalist of populist zijn. Dat is zeker niet het geval.”

Begin

Ook een andere uitgesproken tegenstander van verengelsing (die eveneens publiekelijk reageerde op het wetvoorstel), hoogleraar Lies Wesseling, mengde zich niet in de discussie. Zij sloeg de bijeenkomst zelfs helemaal over. Een open debat verwachtte ze niet, liet ze vooraf per mail aan Observant weten. “Het bestuur lijkt het vooral op te vatten als een voorlichtingsbijeenkomst die zij zelf voorzitten. Die voorlichting heb ik niet nodig. Aangezien onze buitenlandse collega’s volgens het instellingsbeleid van 2018 geacht worden om het Nederlands op C1-niveau te beheersen, zouden ook zij in staat moeten zijn om het debat over de instructietaal aan Nederlandse universiteiten zelfstandig te volgen in Nederlandse media, recent aangestelde collega’s uitgezonderd.” Bovendien wijst ook Wesseling op het verwarren van internationalisering met verengelsing. “Dat zijn twee zaken die je uit elkaar moet houden.”

Het bestuur ziet de bijeenkomst vooral als een begin van de discussie, klonk het vrijdagmiddag. De komende tijd trekt men langs de verschillende afdelingen om het gesprek over internationalisering verder te voeren.

Foto: Joey Roberts

Categoriëen: Nieuws, nieuws_boven
Tags: fasos,internationalisering,verengelsing,nederlands,taalbeleid,engels,meertaligheid,onderwijs

Reacties

Bart Claassens

Ik lees dat de decaan van FASOS (Christine Neuhold) verzekert dat de faculteit "een internationale faculteit is en blijft". Maar is FASoS werkelijk zo internationaal?

Zeker, op basis van de herkomst van de studenten en medewerkers, kan terecht worden gesproken van de "meest internationale faculteit van de UM"; tegen de 80% van studenten en 45% van de medewerkers komt niet uit Nederland. En dat is natuurlijk prachtig: ontmoetingen en uitwisselingen tussen studenten en medewerkers uit verschillende landen en culturen verrijken het onderwijs!

Maar als je onder "internationaal" (ook) "meertalig" verstaat, dan is deze faculteit juist niet internationaal: alle opleidingen (zelfs de bacheloropleidingen) zijn volledig Engelstalig. Niet alleen de literatuur is in het Engels, maar het Engels is ook de taal waarin wordt onderwezen (instructietaal) en waarin studenten en medewerkers met elkaar (binnen en buiten het onderwijs) spreken (voertaal).

Alles in het Engels, kortom. Dat doe bij mij de vraag rijzen: is een faculteit eigenlijk wel echt internationaal, inclusief en maatschappelijk betrokken als het alleen Engelstalig onderwijs verzorgt? Mijn antwoord is: nee. Drie keer nee.

1. Internationaal?
Nee, alleen Engelstalig onderwijs is niet (werkelijk) internationaal. Cultuur is taalgebonden en andersom; via een taal leer je een cultuur pas echt kennen. Internationalisering in het onderwijs behelst daarom altijd ook het zich bewegen tussen verschillende talen. Onderwijs in twee talen -- zo wordt in steeds meer onderzoeken onderkend-- versterkt het conceptueel denken. Bij alleen Engelstalig onderwijs is deze talige ''tussenruimte'' er niet. Bij meertalig onderwijs is die ruimte er wel.

Juist aan "de meest internationale faculteit van de UM" zou daarom plek moeten zijn voor meer talen dan alleen het Engels. In ieder geval zou, naar mijn idee, zeker ook het Nederlands een relevante onderwijstaal moeten zijn aan het FASoS. FASoS is immers een publieke onderwijsinstelling bekostigd door de Nederlandse overheid. Voor alle publieke onderwijsinstellingen in Nederland geldt dat opleidingen in principe (uitzonderingen daargelaten) in het Nederlands worden onderwezen. Dat is altijd de insteek geweest van de wetgeving hierover (ook voordat minister Dijkgraaf met zijn wetsvoorstel kwam). Je mag er daarom van uitgaan dat een faculteit --ook (of zelfs vooral) een faculteit in een internationale omgeving-- zich inzet voor onderwijs in het Nederlands en niet bij voorbaat inzet op een volledig Engelse (bachelor- en master)opleidingen.

In een faculteit met zo veel nationaliteiten en culturele achtergronden is de keuze voor "alles in het Engels" wel een heel arm taalbeleid. En het is ook zonde. Immers, op geen enkele andere faculteit zijn er onder de studenten en medewerkers zoveel talen aanwezig als op het FASoS. Waarom dan alleen Engels als onderwijstaal? Als er meer gebruik zou worden gemaakt van alle aanwezige talen op deze faculteit, kunnen wellicht sommige colleges of (onderwijs)bijeenkomsten behalve in het Engels en Nederlands ook in het Duits, Frans of Spaans worden gegeven.

Kortom: niet Engelstaligheid, maar meertaligheid is pas echt internationaal! Meertaligheid (met het Nederlands als relevante onderwijstaal) past ook beter bij de aard van deze faculteit; juist een faculteit "Cultuur- en Maatschappijwetenschappen" zou zich in de organisatie van het onderwijs bewust moeten tonen van het contextuele en vormende karakter van talen.

2. Inclusief?
Nee, alleen Engelstalig onderwijs is niet inclusief. Stel, je wilt aan de faculteit FASoS een voor Nederland unieke opleiding volgen (zoals "Arts and Culture" of "Digital Society"), maar je volgt het onderwijs het liefst in het Nederlands (omdat je dat prettiger vindt of omdat je het belangrijk vindt om op academisch niveau aan je Nederlandse uitdrukkingsvaardigheden te werken). Jammer, maar dan kun je bij het FASoS niet terecht, ook al is het een publieke Nederlandse onderwijsinstelling. Dat is niet zo inclusief.

En dan spreek ik verder niet over de bedreiging van inclusiviteit wanneer het gaat om de verdringing van Nederlandse studenten bij aanmelding voor studies of het vinden van een kamer. Deze problemen spelen weliswaar vooral in de Randstad, maar zouden zich ook in Maastricht kunnen gaan voordoen, als de huidige tendens van het almaar toenemend aandeel van internationale studenten doorzet (en dat is niet ondenkbaar nu internationale studenten uit Europa met een bijbaan van 6-uur per week een basisbeurs kunnen aanvragen en het aanbod aan volledig Engelstalige opleidingen blijft groeien).

Kan er, omgekeerd, van ''uitsluiting'' worden gesproken als een internationale student in aanraking komt met de Nederlandse taal in het onderwijs of bij een onderwijs-gerelateerde activiteit? Natuurlijk niet! Van een internationale student mag worden verwacht dat hij of zij zich inzet voor enige beheersing van de taal van het land waar hij gaat studeren. Vooral voor een opleiding aan de faculteit "Cultuur- en Maatschappijwetenschappen", is dat niet geheel onbelangrijk. Al was het alleen al om teksten uit de Nederlandstalige archieven of Nederlandstalige beleidsstukken en media-uitingen (in kranten, tijdschriften) te kunnen onderzoeken. Juist het onderzoek in de Cultuur- en Maatschappijwetenschappen richt zich op context-gebonden en (sociaal en cultureel) gesitueerde uitingen.

Enige beheersing van de Nederlandse taal is ook voor de binding met de directe leefomgeving van groot belang. Het wordt gewaardeerd door een monteur, wijkbewoner of buschauffeur als een internationale student een poging doet om Nederlands te spreken. Er onstaat dan sneller contact; de drempel is wat lager. Voor veel stadsbewoners is het contact met Nederlandstalige studenten al niet vanzelfsprekend, laat staan het contact met internationale studenten die geen woord Nederlands spreken. Te vaak leven internationale studenten en stadsbewoners in geheel gescheiden werelden. Ook dat is niet inclusief. Wanneer internationale studenten voor het dagelijkse sociale contact een beetje Nederlands zouden kunnen spreken, maakt dat een heel verschil. Ook voor de internationale studenten zelf; die leven dan minder geïsoleerd van hun mede-burgers in stad, regio en land. Taal overbrugt.

In tegenstelling tot Nederland, wordt in andere Europese landen zo'n passieve taalbeheersing (voor het lezen van teksten) en sociale taalbeheersing (voor het dagelijks verkeer) wel van internationale studenten verwacht. Nederlandse studenten die een tijdje in Duitsland, Frankrijk, Italië of Denemarken hebben gestudeerd, weten dat maar al te goed. Nederland is het enige Europese land waar geen enkele vaardigheid in de landstaal wordt geëist en waar vrijwel alle opleidingen in het Engels kunnen worden gevolgd. Waarom? Vinden wij onze taal (en taal in het algemeen) niet belangrijk? Ligt het aan ons bekostigingssysteem?

3. Maatschappelijk betrokken?
Nee, alleen Engelstalig onderwijs is ook niet maatschappelijk betrokken. Als het onderwijs volledig Engels is, vloeien kennis en inzichten minder makkelijk (of zelfs niet) door naar andere Nederlandse onderwijssectoren (zoals het basis- en voortgezetonderwijs). Kan een internationale student van FASoS een leerling uit het voortgezet onderwijs begeleiden bij het interpreteren van een Nederlandse roman? Nee. Kan zo'n student basisschoolleerlingen rondleiden in een museum? Ook niet. Even los van de didactiek en pedagogiek die daarvoor nodig is, zouden deze studenten het inhoudelijk prima kunnen, maar ze spreken over het algemeen geen Nederlands. FASoS studenten die wel Nederlands spreken zijn er nauwelijks. En als ze al te vinden zijn, zijn deze studenten tijdens hun opleiding allerminst warm gemaakt voor werk in het Nederlandse onderwijs; FASOS heeft dan ook geen enkele band met een lerarenopleiding binnen of buiten de universiteit (wat zeer uitzonderlijk is voor een faculteit).

Bovendien draagt FASoS door het alleen aanbieden van Engelstalige opleidingen niet bij aan het tegengaan van een urgent maatschappelijk probleem: het dalende niveau van Nederlandse taalvaardigheden in alle onderwijssectoren. Ook onder WO-studenten nemen deze vaardigheden rap af, zo hebben verschillende universiteiten en de Nederlandse Taalunie geconstateerd. De Taalunie werkt daarom aan een taalrefetentieniveau voor het hoger onderwijs. Wanneer Nederlandse studenten alleen nog Engelstalig onderwijs krijgen, is dat niet bevorderlijk voor het opkrikken van het dalend niveau van het Nederlands. Integendeel, het verergert het probleem van de taalvaardigheden onder Nederlandse studenten alleen maar. En dat terwijl juist ook Nederlandse FASoS-studenten werkzaam kunnen zijn in werkvelden waar het aankomt op de Nederlandse taal: bestuur, politiek, onderwijs, journalistiek, media en cultuur. Daarmee versterkt FASoS (onbedoeld, maar toch) de tendens waarin de Nederlandse taal langzaamaan vooral een taal wordt voor informatie en communicatie, en steeds minder een taal voor wetenschap, cultuur, analyse en debat.

De keuze voor alleen Engelstalig onderwijs verarmt ook de maatschappelijke kennis over typisch Nederlandse thema's in de cultuur en samenleving. Om zoveel mogelijk buitenlandse studenten aan te trekken worden juist deze (op de Nederlandse cultuur en samenleving gerichte) studie-onderdelen als eerste uit het studie-programma geschrapt. Het is blijkbaar niet gepast om het in een "internationale omgeving" over Nederlandse cultuur- of maatschappijgeschiedenis te hebben. Zelfs niet aan een faculteit Cultuur- en Maatschappijwetenschappen. Bovendien zouden internationale studenten dan Nederlandse bronteksten moeten lezen. En dat schrikt alleen maar af; in geen enkel vak worden daarom teksten in een andere taal aangeboden dan in het Engels, laat staan in het Nederlands. En dat terwijl deze internationale studenten toch echt hier, in Nederland, studeren.

Als we het over "maatschappelijk betrokkenheid" hebben met betrekking tot de taalkeuze van een faculteit, laten we dan zeker niet vergeten dat studenten met lagere sociaal-economische achtergronden het Engels vaak als belemmering zien om aan een universitaire opleiding te beginnen (zo is door de Inspectie van het Onderwijs vastgesteld). Ook dat zou een reden moeten zijn voor een faculteit als FASoS om zich voor Nederlandstalig onderwijs in te zetten.

Tot slot
Bestuurslid Patrick Bijsmans mikt op de uitzonderingen in het wetsvoorstel. Echter, een belangrijke reden van minister Dijkgraaf voor het het maken van een voorstel voor een nieuwe wet (met strengere/ specifiekere uitzonderingen voor anderstalig onderwijs), was nu juist dat universiteiten te vaak op deze (ruim en vaag gedefinieerde) uitzonderingen beroep deden om zo alsnog hun plannen voor opleidingen in het Engels door te kunnen zetten. En dan lees ik nu --nog voor de wet zelfs definitief is-- dat een faculteit als FASoS weer (en strategisch) in gaat zetten op de uitzonderingen. En waarschijnlijk zal dat ook door andere faculteiten en universiteiten worden geprobeerd. Je verwacht toch iets meer reflectie en creativiteit van deze onderwijsinstellingen. Vooral voor een faculteit als FASoS waar juist alle relevante expertise over taal, internationalisering en wetenschap voorhanden is (van sociolinguistiek via sociale filosofie tot wetenschapssocologie en (universiteits)geschiedenis) en geïntegreerd kan worden ingezet, is het wat merkwaardig en ook jammer dat de focus ligt (en hoop gevestigd is) op de "uitzonderingen in de wet".

Het mikken op de uitzonderingen is bovendien een negatieve manier om van het Nederlandstalig onderwijs af te zien: "We doen het niet, tenzij het van de wet moet", zo klinkt het. Er wordt niets gezegd over de eventuele wenselijkheid van Nederlandstalige opleidingen aan de faculteit om reden van inclusiviteit, maatschappelijke betrokkenheid of werkelijke internationalisering (in termen van meertaligheid, waarin in ieder geval ook het Nederlands als onderwijstaal een plek behoort te hebben).

De vraag in de discussie over internationalisering wordt vaak vernauwd tot wel of geen Engelstalig onderwijs. Het zou, denk ik, het debat helpen om die vraag te herformuleren: waarom geen Nederlandstalig onderwijs, naast het onderwijs in een andere taal (en dat kan Engels zijn, maar evengoed een andere taal)? Er zijn genoeg redenen om wel voor Nederlandstalig onderwijs te kiezen in een meertalige setting. Dat vraagt echter om een andere kijk en benadering. Maar laat nu juist dat gelukkig de deskundigheid (en kracht!) van FASoS zijn!

Voeg reactie toe

Klik hier voor onze privacyregels

Vanaf januari 2022 plaatst Observant alleen nog reacties van mensen wier naam bekend is bij de redactie.