“Ik heb nooit het gevoel gehad dat ik hier in Maastricht niet thuishoorde, totdat ik raadslid werd van mijn faculteit.” De voertaal in de FHML-raad is al sinds jaar en dag Nederlands. Ook de meeste documenten worden in het Nederlands aangeleverd. Olga Kosjakova blijkt, zo licht de student Biomedical Sciences toe tijdens het sprekerskwartier van de universiteitsraadsvergadering, de eerste niet-Nederlands sprekende student te zijn in die faculteitsraad.
Kosjakova’s partijgenoten van NovUM roerden het ‘taalprobleem’ afgelopen najaar al meermaals aan in de U-raad. “Is het niet te gek voor woorden dat je wordt verkozen door studenten en dat je vervolgens je taak niet kunt uitvoeren omdat je de taal niet verstaat? Ik neem toch aan dat iedereen in die zaal Engels spreekt?”, vroeg studentlid Andrew Scrivener in september aan Nick Bos, vicevoorzitter van het college van bestuur. Bos benadrukte toen dat de UM tweetalig is en dat een raad de voertaal zelf mag bepalen. “Tegelijkertijd moet iedereen het wel kunnen begrijpen.”
In de FHML-raad werd besloten dat Nederlands de voertaal blijft, maar dat Kosjakova haar vragen in het Engels mag stellen. Toch is ze niet tevreden over hoe het is afgehandeld. Dat moet toch anders kunnen, zeker voor een internationale universiteit als de UM met zoveel Engelstalige bachelors en masters, zegt ze tegen de U-raad.
Collegevoorzitter Rianne Letschert wijst na Kosjakova’s betoog op de discussies die op dit moment in Den Haag worden gevoerd, over de instroom van buitenlandse studenten en het taalbeleid en daarbij hoort ook de vraag: welke taal moeten universiteiten hanteren bij “officiële universitaire zaken? We willen dat besluit afwachten voordat we een voorstel doen als antwoord op de zorgen die jij hier aankaart. Stel je voor dat de regering zegt: ‘Alle officiële zaken moeten voortaan in het Nederlands worden afgehandeld’. Dat schuurt enorm met onze waarden, maar wat als het ons wordt opgelegd?” Voor Kosjakova lost dit niets op, beseft Letschert, “maar zo ziet het er nu uit”.