Het is half zes, maandagavond. Ik mopper tegen een collega: “Ik heb de hele dag nog niets gedaan.” Ze herkent dat gevoel. Er zijn dagen die volstromen met allerlei afspraken en gedoetjes waardoor het schrijven, toch onze core business, er volledig bij inschiet.
To the point
Tijdens de start van deze week was het dus weer raak: een student die klaagt over de kop boven een artikel. Het gaat om een bijna letterlijk citaat uit de tekst die voor publicatie door betrokkene is gelezen en goedgekeurd. Nee, dat passen we niet aan: de redactie bepaalt de kop. En nee, die sturen we nooit mee met het artikel dat iemand vooraf mag lezen en waar nodig corrigeren op feitelijke onjuistheden. Waarom niet? Een kop moet de lezer het verhaal intrekken en dus pittig en aantrekkelijk zijn. Dat beoordelen is nu eenmaal onze expertise. Bovendien wordt een kop vaak op het allerlaatste nippertje nog door de eindredactie aangepast omdat hij te lang, te kort, te onduidelijk of niet to the point is.
Archief
Dan de afgestudeerde die mailt dat de van haar gemaakte foto van de website moet. Ze lijkt niet meer op degene die ze vier jaar geleden was en voelt zich er niet meer prettig bij. Helaas, op dit soort verzoeken gaan we ook niet in. Ik herhaal het nog maar een keer: onze site fungeert als archief. Daar haal je principieel geen foto’s of artikelen uit. Als over vijftig jaar een onderzoeker op basis van Observant een beeld wil schetsen van de student of de universiteit in de jaren twintig van deze eeuw, dan moet die ervan op aan kunnen dat er niet in het archief is gerommeld.
Koudwatervrees
Of de student die opeens toch niet met de achternaam in Observant wil. Terwijl dat voorafgaand aan het interview als voorwaarde is gesteld. Toen was het “oké”. We gaan niet mee met de koudwatervrees en leggen uit dat bij een geciteerde uitspraak de naam van de spreker hoort. Met anonieme bronnen of alleen voornamen zijn we uiterst spaarzaam, we vermelden dan erbij waarom iemand per se niet met naam en toenaam genoemd wil worden. Gefingeerde namen gebruiken we niet. Het is zoals de NRC schrijft: “Journalistiek staat of valt met de betrouwbaarheid en controleerbaarheid van informatie; daar hoort het noemen van namen bij.”