Op dat laatste punt valt volgens het eigen jaarrapport inderdaad nog een wereld te winnen: veel studenten weten niet waar ze bij grensoverschrijdend gedrag terecht kunnen, zoals Observant eerder dit jaar al meldde.
De grootste categorie klachten, 25, betrof seksueel grensoverschrijdend gedrag, meestal - iets meer dan de helft - door een andere student. Dat kan alles omvatten “van seksueel getinte grapjes of nafluiten op straat, tot seks zonder consent”, zonder nadrukkelijke wederzijdse instemming, zegt Smitsmans. “Onprofessioneel gedrag”, vooral van medewerkers, werd door negentien studenten gemeld, terwijl 11 studenten gediscrimineerd zeiden te zijn. De meldingen vormen volgens Smitsmans slechts het topje van de ijsberg: “Uit onderzoek weten we bijvoorbeeld dat een op de vijf mannen en een op de twee vrouwen met een of andere vorm van seksueel grensoverschrijdend gedrag te maken krijgt.”
Luisterend oor
Wat er na zo’n melding gebeurt, bepaalt de student in kwestie zelf. In 29 gevallen bleek het luisterend oor van een van de vier vertrouwenspersonen van de UM voldoende: die studenten wilden hun verhaal kwijt “of bevestiging dat wat ze meegemaakt hebben, inderdaad niet oké was”. Anderen kozen voor een gesprek met de beklaagde of werden verwezen naar een hulpverlener of de politie. Welgeteld één student diende een formele klacht in bij het Complaints Service Point van de universiteit. Die drempel is hoog, denkt Smitsmans: een formele klacht leidt tot een lange procedure en kan niet anoniem worden ingediend.
Ze benadrukt dat de vertrouwenspersonen niet zelf onderzoeken of een melding gegrond is of niet; de beleving van de melder staat centraal. Bang voor valse meldingen is ze niet: “Het is voor studenten een enorme stap om naar ons toe te komen. Dat zullen ze niet snel doen met een uit de duim gezogen verhaal.”
"Traditionele verenigingen"
Opvallend is de verwijzing in het rapport naar “de traditionele Maastrichtse verenigingen”, niet alleen studentenverenigingen, maar ook studie- en sportverenigingen en disputen. Harde feiten heeft Smitsmans niet, maar de indruk is dat de besturen goed bezig zijn met cultuurverandering, terwijl de achterban en invloedrijke alumni daar soms maar moeilijk in meegaan. “Tradities loslaten die niet meer passend zijn, is kennelijk lastig – denk aan bepaald taalgebruik of het (semi)verplicht nuttigen van veel alcohol, wat ertoe kan leiden dat grenzen niet meer duidelijk zijn.”