Hoera! We hebben een huis gekocht. Bij een dergelijke aankoop hoort naast een oneindigheid aan keuzes in gordijnen, vloeren, kleuren muurverf, verlichting en wandcontactdozen ook een overlijdensrisicoverzekering.
Vanaf dat moment werd mijn echtgenoot gereduceerd tot een statistiek. Een verleden van psychische klachten zou een lichte verhoging in de premie kunnen betekenen. “Waarom wilt u eigenlijk zoveel ontzettend persoonlijke zaken over mij weten?” vroeg mijn man aan de medewerker. “Immers, als ik het heel cru zou stellen: in het geval van een overlijden door suïcide, keert de verzekering toch niet uit?” “Tja,” wist de jongeman, veilig bellend vanuit zijn kantoortje in Amsterdam uit te brengen, “zo hebben we het nu eenmaal altijd al gedaan.”
De ‘lichte’ verhoging bleek te resulteren in een premie die voor mijn echtgenoot meer dan twee keer zo hoog was dan de mijne. De statistiek laat namelijk zien dat bij verzekerden met vergelijkbare psychische klachten een verhoogde sterftekans wordt waargenomen. Vooroordelen over mensen met psychische aandoeningen zijn er nog veel en vaak, maar dit is wel een heel duidelijk praktijkvoorbeeld.
Anders denken over psychische aandoeningen is de enige manier om vooroordelen te doorbreken. Mijn echtgenoot heeft hard gewerkt om schaamte en stigma voorbij te gaan. Hij deed dit door open en eerlijk te zijn over zijn posttraumatische stressstoornis, zijn verleden te aanvaarden en er - heel gelukkig en lang - mee te leven. Nu wordt hij opnieuw slachtoffer, ditmaal van het systeem. Van ‘hokjes denken’ naar anders denken blijkt voor deze verzekeraar nog een work in progress. En is dat niet gek?
Dalena van Heugten, universitair docent klinische psychologie