Al vijf jaar werkt de UM samen met het CSC, het orgaan van het Chinese ministerie van Onderwijs dat afgestudeerden een beurs aanbiedt om in het buitenland een fulltime promotietraject te volgen. In Maastricht startten ieder jaar zo’n vijftig tot zeventig wetenschappers. Afgelopen september – voorlopig de laatste lichting – kwamen er 23.
Het huidige bilaterale samenwerkingscontract liep in september 2024 af en wordt op dit moment niet verlengd, vertellen rector Pamela Habibović en rechtspsycholoog Henry Otgaar, coördinator van deze beurzen namens de UM. “We willen verder praten over een nieuwe overeenkomst, maar alleen als het bedrag verhoogd wordt. Ja, we vinden internationale samenwerking heel belangrijk”, zegt de rector, “en hun werk draagt bij aan de kwaliteit van ons onderzoek, maar we hebben de laatste twee jaren gemerkt dat sommige Chinese promovendi met moeite rondkomen van 1350 euro per maand. Dat ligt flink onder de norm (1613 euro) van de Immigratie- en Naturalisatiedienst en dat zien wij als onze verantwoordelijkheid.”
Belastinginspecteurs
De UM heeft alleen een ‘gastvrijheidsovereenkomst’ met de Chinese wetenschappers, geen arbeidsrelatie. En als dat laatste ontbreekt, dan kun je als universiteit niet zomaar de beurs verhogen met eigen geld, legt de rector uit. Een bijdrage aan huisvesting, zoals de UM doet in het eerste jaar van hun promotietraject, zit al in een grijs gebied. Toch vult een Rijksuniversiteit Groningen de beurs wèl aan. Habibović: “Het blijkt sterk afhankelijk van individuele belastinginspecteurs.” De UM (net als de UNL, de koepelorganisatie van de Nederlandse universiteiten) is in gesprek met onder andere het ministerie van Onderwijs om die horde aan de kant te schuiven.
Extern gefinancierd
Voor elke ‘buitenpromovendus’ (uit binnen- of buitenland) die een promotietraject succesvol afrondt, krijgt een universiteit een bonus van ongeveer tachtigduizend euro van het Rijk. Extern gefinancierde onderzoekers zijn dus aantrekkelijk. Desalniettemin gaat de UM op haar strepen staan, dit in overeenstemming met een richtlijn van de UNL dat vanaf 1 januari 2025 minimaal de IND-norm voor alle nieuwe beurspromovendi moet gelden. Habibović: “Wij hebben ook nog een (kleiner) aantal beursonderzoekers van andere continenten en die moeten het soms ook met minder doen.”
'Tweederangs'
Toch is het salaris niet het enige dat Chinese onderzoekers in Maastricht frustreert, bleek uit een eerdere rondgang van Observant. Sommigen voelen zich ‘tweederangs’. Officieel zijn ze niet in dienst en de UM is niet verplicht hen een kerstattentie te geven, thuiswerkmeubilair, internettegemoetkoming of een congresbezoek. Volgens Habibović zitten daar “zeker verbeterpunten. Bovendien is de informatie die ze krijgen voordat ze naar Maastricht afreizen te gebrekkig, velen weten niet waar ze precies voor kiezen, zijn niet op de hoogte van de verschillen met ‘interne promovendi’. En bij de begeleiding horen verplichtingen. Het is juist wel belangrijk om hen middelen te geven, om wel naar een congres te gaan, labwerk te doen, want daar wordt het onderzoek alleen maar beter van.” Otgaar: “Daarom hebben wij in onze faculteit psychologie en neurowetenschappen een document gemaakt met richtlijnen. Dat is UM-breed gedeeld.”
Kennisveiligheid
Tot slot: speelt kennisveiligheid nog een rol? Want dat is wat politici in Den Haag bezighoudt – Chinese onderzoekers zouden gevoelige informatie door (kunnen) spelen aan hun overheid. “We hebben binnen de UM een toetsingskader voor kennisveiligheid ontwikkeld”, vertelt de rector. “Als er aanleiding is, kunnen we een kandidaat of project toetsen – van welke universiteit komt deze persoon, om wat voor project gaat het, et cetera? Dat kader zit goed in elkaar. Wat we daarnaast willen, is meer inzicht in de overeenkomst die de kandidaten sluiten met de CSC. Wat staat daarin, vinden we dat acceptabel of niet? Dat is wel een aandachtspunt.”