Gebrekkige communicatie
“Wat weet je van de fusie?” Met die vraag viel Observant overal binnen. Bij het woord ‘fusie’ stelde overigens niemand vragen. De pers werd niet gecorrigeerd dat het ‘bestuurlijke integratie’ zou moeten heten – die benaming heeft de voorkeur van het college van bestuur.
Menigeen heeft weleens iets voorbij zien komen op intranet of in Observant, maar details? Niemand kent ze. “Al heb ik wel het gevoel dat de fusie onvermijdelijk is, in de zin van dat het toch wel doorgaat”, meent een hoogleraar van de faculteit Arts and Social Sciences (FASoS). “Zo voelt het in elk geval als je de berichten via de officiële communicatiekanalen van de UM leest. Daarin lijkt het niet de vraag óf het gaat gebeuren, maar wanneer.” De discussie wordt door de bestuurders gevoerd, is het idee, en het ‘gewone volk’ wordt niets gevraagd. “Ik zou graag input geven, maar heb niet het idee dat daar een kans voor is.” En: “Het is voor ons een ver-van-mijn-bed-show, iets wat vooral op ‘de Berg’ speelt. We hebben het er hier [economiefaculteit, red.] nauwelijks over.”
Anderen noemen het “een Randwyck-aangelegenheid”. Een specialist in het ziekenhuis, tevens hoogleraar bij de faculteit Health, Medicine and Life sciences (FHML), vergelijkt het gekscherend met een dwarslaesie: “Wat er boven in de hersenen gebeurt, belandt niet altijd bij de voeten. Het is een misverstand van bestuurders dat alles op de werkvloer landt.”
Een docent bij de faculteit Science and Engineering (FSE) reageert feller, hij noemt de gebrekkige communicatie “nogal schokkend, gezien het feit dat de fusie behoorlijk grote gevolgen zou kunnen hebben voor de hele gemeenschap”. Een collega vraagt zich af of er meer speelt, “iets dat wij niet mogen weten. Bovendien laat je hiermee zien dat je de mensen in je organisatie niet serieus neemt, alsof ze het niet zullen begrijpen.” Als het plan moet slagen, dan is meer info “prettig en noodzakelijk”, meent een hoogleraar bij de faculteit psychologie en neurowetenschappen (FPN), die daarmee het gevoel van velen verwoordt.
Overigens weten elf geïnterviewden helemaal níets. Bij een aantal willekeurige niet aan de universiteit verbonden specialisten en arts-assistenten in het MUMC+ gaat geen belletje rinkelen. “Het speelt totaal niet op de werkvloer. Of hooguit in de trant van: dit is het zoveelste plan, we wachten wel weer af.” Bovendien lijkt de communicatie daar nog summierder dan aan de UM.
Voordelen en kansen
Velen durven geen oordeel te vellen, juist omdat ze er zo weinig van weten. Maar er blijken genoeg lichtpuntjes te zijn. Hoewel: dat ze straks misschien nog maar één kerstpakket krijgen in plaats van twee (ziekenhuis en universiteit), is jammer, grinniken een aantal hoogleraren van de FHML die als medisch specialist in het ziekenhuis werken. Maar dat nemen ze voor lief als ze denken aan de praktische voordelen die een fusie vooral met zich mee zou kunnen brengen. Nog maar één toegangspas, één e-mailadres en één inlogsysteem. “Nu loop je met je UM-pas niet zomaar een ziekenhuisverdieping binnen waar collega-onderzoekers hun kantoor hebben, mag je geen gebruik maken van hun fietsenstalling, heb je niet hetzelfde mailadres”, legt een FPN-hoogleraar uit die veel patiëntenonderzoek doet. Het is dan ook meteen afgelopen met UM-mail die in het ziekenhuis af en toe in de spambox belandt.
De samenwerking tussen onderzoekers zal efficiënter en soepeler worden, vermoedt men bij de FHML, FPN en FSE. De bureaucratie rondom onderzoeksaanvragen zal slinken. Nu moet een voorstel dat het stempel ‘multicenteronderzoek’ krijgt, als er twee instellingen bij zijn betrokken, door de molens van zowel de universiteit als het ziekenhuis: denk aan onder andere twee keer een presentatie geven, twee ethische commissies, twee keer juridische beoordeling van de contracten. “Dat wil je niet, zoveel regels waaraan je moet voldoen en dus meer werk”, verzucht een onderzoeker. “Het is nu een hoop gedoe om personeel over en weer aan te stellen”, vertelt een ander. “De betalingen zijn gedoe, dat houdt op als we straks één CAO hebben.” Of die er komt, is zeer de vraag. Het ziekenhuis is royaler, dus dat gaat de UM zo’n 20 miljoen extra per jaar kosten, zegt een ingewijde.
Daarnaast zal de toegang tot de labs én patiënten makkelijker worden, menen sommigen. Sowieso zal het Maastrichtse onderzoek door een fusie zichtbaarder worden, denkt een hoogleraar van FPN. Een hoogleraar bij FASoS hoopt – ze weet niet zeker of een fusie iets verandert – dat wetenschappers van het ziekenhuis en de universiteit sneller weet hebben van elkaars onderzoek: “Nu zie je vaak nog dat ze in Randwyck alleen per toeval op ons onderzoek stuiten, op thema’s die ook voor hen relevant zijn. Dan lijken ze vaak verbaasd dat er in de binnenstad ook onderzoek naar deze onderwerpen wordt gedaan, dat er nuttige expertise zit. Het ziekenhuis kan van ons leren, wij van het ziekenhuis.” Denk bijvoorbeeld aan medische antropologie en het recyclen van ziekenhuismaterialen.
Haken en ogen
Een enkeling ziet kansen als het gaat om innigere samenwerking op allerlei wetenschapsgebieden: “Het komt het onderzoek ten goede.” Maar vooral de clinici die al veel met het ziekenhuis samenwerken, en die vaak door anderen genoemd worden als degenen die het meeste profijt ervan zullen hebben, verwachten dat er inhoudelijk weinig zal veranderen: “Wij werken al samen, ik zie niet direct iets veranderen.” Op het gebied van onderwijs zijn “we praktisch al gefuseerd”, menen twee docenten bij geneeskunde. “Personen met complementaire kennis op onderwerpen zoeken en vinden elkaar al”, stelt een FHML-hoogleraar. Dus dat een fusie daar verandering in zou brengen, noemt hij een “loos argument”. Een ander: “Dat je daarna pas een écht universitair medisch centrum zou zijn, is vooral symbolisch.”
Wat als het gaat over meer samenwerking met de binnenstad? Neem gezondheidsrecht. “Dat vakgebied an sich is voor beide faculteiten, FHML en rechten, belangrijk genoeg om in stand te worden gehouden, ook zonder fusie”, klinkt het bij de juristen.
Ook lijkt niet iedereen overtuigd dat het minder bureaucratie en meer efficiëntie oplevert. “Je wordt opeens een hele grote organisatie. Dat bespoedigt de zaken vaak niet, zeker in de eerste jaren na zo’n fusie”, zegt een klinisch onderzoeker. Sommige OBP’ers vrezen een “papieren construct”. Bovendien: “Bij zaken als databeheer komt zoveel kijken, dat verandert niet zomaar als je op papier één organisatie wordt.”
“In ons vak hoor je: heb je vier ratten in een kooi en zet je er op vrijdag eentje bij, dan heb je er op maandag nog maar één over. De sterkste wint. Het ziekenhuis wordt dominant”
Wegen de eventuele voordelen wel op tegen alles wat bij zo’n fusietraject komt kijken, vragen meerdere geïnterviewden zich af. Men wijst erop dat het “veel geld, menskracht, tijd en energie” gaat kosten. “Je moet deze operatie heel goed kunnen rechtvaardigen, anders is het een te grote investering”, meent een docent bij rechten. “Ik zou dat geld liever steken in onvoorziene omstandigheden”, vult een FHML-hoogleraar aan.
Er zijn veel zorgen: wat verandert er als de UM en het MUMC+ straks één bestuur delen? Hoe zit het bijvoorbeeld met de verdeling van het geld of het bepalen van de koers? De belangen van een universiteit en een ziekenhuis willen nog weleens verschillen. Wie heeft er straks het meeste in de melk te brokkelen? “In ons vak hoor je: heb je vier ratten in een kooi en zet je er op vrijdag eentje bij, dan heb je er op maandag nog maar één over. De sterkste wint”, zegt een hoogleraar bij de FHML. En met meer werknemers en hogere inkomsten zal het ziekenhuis de sterkste blijken, vrezen velen. “Zij worden dominant.”
En hoe zit het met de academische vrijheid? Gezondheid is veel meer dan alleen medische zorg, klinkt het veelal bij de niet-klinische vakgroepen, die zich bezighouden met onderwerpen als preventie, gezond leven en zorg buiten het ziekenhuis. “Er heerst hier echt de angst dat de bredere gezondheidsfocus gereduceerd zal worden tot een medische focus”, zegt een hoogleraar uit de gezondheidswetenschappelijke hoek. Bovendien, stelt een ander, “nu kunnen we ook kritisch zijn over het MUMC+. Is dat straks ook nog zo? Zal de buitenwereld ons dan nog als onafhankelijke wetenschappers zien? Blijven onze huidige samenwerkingen met andere (gezondheids-)instellingen overeind?”
“Gaat zorgverzekeraar CZ straks meepraten over de financiering van de economiefaculteit?”
Ook buiten de FHML leeft de vraag of men na een fusie ‘in dienst’ van de medische zorg moet gaan werken. “Volgens mij worden ziekenhuizen heel anders gefinancierd dan universiteiten”, zegt een wetenschapper bij de School of Business and Economics (SBE). “Gaat zorgverzekeraar CZ straks meepraten over de financiering van de economiefaculteit?” Een collega vult aan: “En wat als het financieel even niet goed gaat met het ziekenhuis, wat zijn dan de gevolgen voor de UM?” Het gevaar bestaat dat de politiek het als “een MUMC++, met twee plusjes dus” of een “ziekenhuis met universiteitje” gaat zien, waarbij de universiteit in tijden van bezuinigingen een makkelijk doelwit wordt.
Een ‘gezondheidsuniversiteit’ wordt de UM niet, heeft bestuursvoorzitter Rianne Letschert meermaals benadrukt, maar daar is lang niet iedereen gerust op. “Een universiteit met een eenzijdige focus? Dat moeten we niet willen”, waarschuwt een docent bij de FSE. Een collega bij FASoS zag in Amerika, waar ze jarenlang werkte, veel liberal arts colleges omgevormd worden tot ‘polytechnische’ universiteiten. “Vervolgens moesten veel vakgebieden opeens het STEM-onderzoek [science, technology, engineering, mathematics, red.] gaan dienen, waardoor ze aan vrijheid en relevantie verloren. De context in Maastricht is anders, maar we moet opletten dat hier niet iets vergelijkbaars gebeurt.”
Maar ’s nachts ervan wakker liggen? Nee, zo ver is het (nog) niet bij de meesten. Daarvoor moet er eerst meer duidelijkheid zijn. “En we hebben al genoeg andere zorgen aan onze kop”, is een veelgehoorde uitspraak. De voorgenomen bezuinigingen en het internationaliseringsdebat vindt men veel dreigender en urgenter. Een onderzoeker bij de SBE besluit: “Waarom zou je, tegen die achtergrond van grote onzekerheid, een nog complexere situatie met nóg meer onzekerheid creëren?”
Wendy Degens, Riki Janssen, Dennis Vaendel