"Een fusie? We hebben al genoeg andere zorgen aan onze kop"

"Een fusie? We hebben al genoeg andere zorgen aan onze kop"

Leeft de beoogde fusie tussen het ziekenhuis en de universiteit op de werkvloer?

04-12-2024 · Achtergrond

Anderhalf jaar geleden werden de fusieplannen tussen de Universiteit Maastricht en het ziekenhuis (MUMC+) wereldkundig gemaakt. Veel helderheid is er daarna niet meer gegeven, maar even onduidelijk is of en hoe dit project leeft op de werkvloer. Observant sprak zeventig medewerkers over wat misschien wel de grootste bestuurlijke en organisatorische operatie wordt sinds de oprichting van de UM, bijna vijftig jaar geleden.

Gebrekkige communicatie

“Wat weet je van de fusie?” Met die vraag viel Observant overal binnen. Bij het woord ‘fusie’ stelde overigens niemand vragen. De pers werd niet gecorrigeerd dat het ‘bestuurlijke integratie’ zou moeten heten – die benaming heeft de voorkeur van het college van bestuur.

Menigeen heeft weleens iets voorbij zien komen op intranet of in Observant, maar details? Niemand kent ze. “Al heb ik wel het gevoel dat de fusie onvermijdelijk is, in de zin van dat het toch wel doorgaat”, meent een hoogleraar van de faculteit Arts and Social Sciences (FASoS). “Zo voelt het in elk geval als je de berichten via de officiële communicatiekanalen van de UM leest. Daarin lijkt het niet de vraag óf het gaat gebeuren, maar wanneer.” De discussie wordt door de bestuurders gevoerd, is het idee, en het ‘gewone volk’ wordt niets gevraagd. “Ik zou graag input geven, maar heb niet het idee dat daar een kans voor is.” En: “Het is voor ons een ver-van-mijn-bed-show, iets wat vooral op ‘de Berg’ speelt. We hebben het er hier [economiefaculteit, red.] nauwelijks over.”

Anderen noemen het “een Randwyck-aangelegenheid”. Een specialist in het ziekenhuis, tevens hoogleraar bij de faculteit Health, Medicine and Life sciences (FHML), vergelijkt het gekscherend met een dwarslaesie: “Wat er boven in de hersenen gebeurt, belandt niet altijd bij de voeten. Het is een misverstand van bestuurders dat alles op de werkvloer landt.”

Een docent bij de faculteit Science and Engineering (FSE) reageert feller, hij noemt de gebrekkige communicatie “nogal schokkend, gezien het feit dat de fusie behoorlijk grote gevolgen zou kunnen hebben voor de hele gemeenschap”. Een collega vraagt zich af of er meer speelt, “iets dat wij niet mogen weten. Bovendien laat je hiermee zien dat je de mensen in je organisatie niet serieus neemt, alsof ze het niet zullen begrijpen.” Als het plan moet slagen, dan is meer info “prettig en noodzakelijk”, meent een hoogleraar bij de faculteit psychologie en neurowetenschappen (FPN), die daarmee het gevoel van velen verwoordt.

Overigens weten elf geïnterviewden helemaal níets. Bij een aantal willekeurige niet aan de universiteit verbonden specialisten en arts-assistenten in het MUMC+ gaat geen belletje rinkelen. “Het speelt totaal niet op de werkvloer. Of hooguit in de trant van: dit is het zoveelste plan, we wachten wel weer af.” Bovendien lijkt de communicatie daar nog summierder dan aan de UM.

Voordelen en kansen

Velen durven geen oordeel te vellen, juist omdat ze er zo weinig van weten. Maar er blijken genoeg lichtpuntjes te zijn. Hoewel: dat ze straks misschien nog maar één kerstpakket krijgen in plaats van twee (ziekenhuis en universiteit), is jammer, grinniken een aantal hoogleraren van de FHML die als medisch specialist in het ziekenhuis werken. Maar dat nemen ze voor lief als ze denken aan de praktische voordelen die een fusie vooral met zich mee zou kunnen brengen. Nog maar één toegangspas, één e-mailadres en één inlogsysteem. “Nu loop je met je UM-pas niet zomaar een ziekenhuisverdieping binnen waar collega-onderzoekers hun kantoor hebben, mag je geen gebruik maken van hun fietsenstalling, heb je niet hetzelfde mailadres”, legt een FPN-hoogleraar uit die veel patiëntenonderzoek doet. Het is dan ook meteen afgelopen met UM-mail die in het ziekenhuis af en toe in de spambox belandt.

De samenwerking tussen onderzoekers zal efficiënter en soepeler worden, vermoedt men bij de FHML, FPN en FSE.  De bureaucratie rondom onderzoeksaanvragen zal slinken. Nu moet een voorstel dat het stempel ‘multicenteronderzoek’ krijgt, als er twee instellingen bij zijn betrokken, door de molens van zowel de universiteit als het ziekenhuis: denk aan onder andere twee keer een presentatie geven, twee ethische commissies, twee keer juridische beoordeling van de contracten. “Dat wil je niet, zoveel regels waaraan je moet voldoen en dus meer werk”, verzucht een onderzoeker. “Het is nu een hoop gedoe om personeel over en weer aan te stellen”, vertelt een ander. “De betalingen zijn gedoe, dat houdt op als we straks één CAO hebben.” Of die er komt, is zeer de vraag. Het ziekenhuis is royaler, dus dat gaat de UM zo’n 20 miljoen extra per jaar kosten, zegt een ingewijde.

Daarnaast zal de toegang tot de labs én patiënten makkelijker worden, menen sommigen. Sowieso zal het Maastrichtse onderzoek door een fusie zichtbaarder worden, denkt een hoogleraar van FPN. Een hoogleraar bij FASoS hoopt – ze weet niet zeker of een fusie iets verandert – dat wetenschappers van het ziekenhuis en de universiteit sneller weet hebben van elkaars onderzoek: “Nu zie je vaak nog dat ze in Randwyck alleen per toeval op ons onderzoek stuiten, op thema’s die ook voor hen relevant zijn. Dan lijken ze vaak verbaasd dat er in de binnenstad ook onderzoek naar deze onderwerpen wordt gedaan, dat er nuttige expertise zit. Het ziekenhuis kan van ons leren, wij van het ziekenhuis.” Denk bijvoorbeeld aan medische antropologie en het recyclen van ziekenhuismaterialen.

Haken en ogen

Een enkeling ziet kansen als het gaat om innigere samenwerking op allerlei wetenschapsgebieden: “Het komt het onderzoek ten goede.” Maar vooral de clinici die al veel met het ziekenhuis samenwerken, en die vaak door anderen genoemd worden als degenen die het meeste profijt ervan zullen hebben, verwachten dat er inhoudelijk weinig zal veranderen: “Wij werken al samen, ik zie niet direct iets veranderen.” Op het gebied van onderwijs zijn “we praktisch al gefuseerd”, menen twee docenten bij geneeskunde. “Personen met complementaire kennis op onderwerpen zoeken en vinden elkaar al”, stelt een FHML-hoogleraar. Dus dat een fusie daar verandering in zou brengen, noemt hij een “loos argument”. Een ander: “Dat je daarna pas een écht universitair medisch centrum zou zijn, is vooral symbolisch.”

Wat als het gaat over meer samenwerking met de binnenstad? Neem gezondheidsrecht. “Dat vakgebied an sich is voor beide faculteiten, FHML en rechten, belangrijk genoeg om in stand te worden gehouden, ook zonder fusie”, klinkt het bij de juristen.

Ook lijkt niet iedereen overtuigd dat het minder bureaucratie en meer efficiëntie oplevert. “Je wordt opeens een hele grote organisatie. Dat bespoedigt de zaken vaak niet, zeker in de eerste jaren na zo’n fusie”, zegt een klinisch onderzoeker. Sommige OBP’ers vrezen een “papieren construct”. Bovendien: “Bij zaken als databeheer komt zoveel kijken, dat verandert niet zomaar als je op papier één organisatie wordt.” 

“In ons vak hoor je: heb je vier ratten in een kooi en zet je er op vrijdag eentje bij, dan heb je er op maandag nog maar één over. De sterkste wint. Het ziekenhuis wordt dominant”

Wegen de eventuele voordelen wel op tegen alles wat bij zo’n fusietraject komt kijken, vragen meerdere geïnterviewden zich af. Men wijst erop dat het “veel geld, menskracht, tijd en energie” gaat kosten. “Je moet deze operatie heel goed kunnen rechtvaardigen, anders is het een te grote investering”, meent een docent bij rechten. “Ik zou dat geld liever steken in onvoorziene omstandigheden”, vult een FHML-hoogleraar aan.

Er zijn veel zorgen: wat verandert er als de UM en het MUMC+ straks één bestuur delen? Hoe zit het bijvoorbeeld met de verdeling van het geld of het bepalen van de koers? De belangen van een universiteit en een ziekenhuis willen nog weleens verschillen. Wie heeft er straks het meeste in de melk te brokkelen? “In ons vak hoor je: heb je vier ratten in een kooi en zet je er op vrijdag eentje bij, dan heb je er op maandag nog maar één over. De sterkste wint”, zegt een hoogleraar bij de FHML. En met meer werknemers en hogere inkomsten zal het ziekenhuis de sterkste blijken, vrezen velen. “Zij worden dominant.”

En hoe zit het met de academische vrijheid? Gezondheid is veel meer dan alleen medische zorg, klinkt het veelal bij de niet-klinische vakgroepen, die zich bezighouden met onderwerpen als preventie, gezond leven en zorg buiten het ziekenhuis. “Er heerst hier echt de angst dat de bredere gezondheidsfocus gereduceerd zal worden tot een medische focus”, zegt een hoogleraar uit de gezondheidswetenschappelijke hoek. Bovendien, stelt een ander, “nu kunnen we ook kritisch zijn over het MUMC+. Is dat straks ook nog zo? Zal de buitenwereld ons dan nog als onafhankelijke wetenschappers zien? Blijven onze huidige samenwerkingen met andere (gezondheids-)instellingen overeind?”

 “Gaat zorgverzekeraar CZ straks meepraten over de financiering van de economiefaculteit?”


Ook buiten de FHML leeft de vraag of men na een fusie ‘in dienst’ van de medische zorg moet gaan werken. “Volgens mij worden ziekenhuizen heel anders gefinancierd dan universiteiten”, zegt een wetenschapper bij de School of Business and Economics (SBE). “Gaat zorgverzekeraar CZ straks meepraten over de financiering van de economiefaculteit?” Een collega vult aan: “En wat als het financieel even niet goed gaat met het ziekenhuis, wat zijn dan de gevolgen voor de UM?” Het gevaar bestaat dat de politiek het als “een MUMC++, met twee plusjes dus” of een “ziekenhuis met universiteitje” gaat zien, waarbij de universiteit in tijden van bezuinigingen een makkelijk doelwit wordt.

Een ‘gezondheidsuniversiteit’ wordt de UM niet, heeft bestuursvoorzitter Rianne Letschert meermaals benadrukt, maar daar is lang niet iedereen gerust op. “Een universiteit met een eenzijdige focus? Dat moeten we niet willen”, waarschuwt een docent bij de FSE. Een collega bij FASoS zag in Amerika, waar ze jarenlang werkte, veel liberal arts colleges omgevormd worden tot ‘polytechnische’ universiteiten. “Vervolgens moesten veel vakgebieden opeens het STEM-onderzoek [science, technology, engineering, mathematics, red.] gaan dienen, waardoor ze aan vrijheid en relevantie verloren. De context in Maastricht is anders, maar we moet opletten dat hier niet iets vergelijkbaars gebeurt.”

Maar ’s nachts ervan wakker liggen? Nee, zo ver is het (nog) niet bij de meesten. Daarvoor moet er eerst meer duidelijkheid zijn. “En we hebben al genoeg andere zorgen aan onze kop”, is een veelgehoorde uitspraak. De voorgenomen bezuinigingen en het internationaliseringsdebat vindt men veel dreigender en urgenter. Een onderzoeker bij de SBE besluit: “Waarom zou je, tegen die achtergrond van grote onzekerheid, een nog complexere situatie met nóg meer onzekerheid creëren?”

Wendy Degens, Riki Janssen, Dennis Vaendel

 

Welke rol speelt de U-raad?

Universiteitsraad in vergadering met in het midden voorzitter Teun Dekker, foto Ellen Oosterhof

“Wij zijn er voor de belangen van de hele universiteit”, benadrukt Teun Dekker, voorzitter van de universiteitsraad. Het belangrijkste medezeggenschapsorgaan van de UM kan uiteindelijk ja of nee tegen een fusie zeggen. “We hebben nog geen positie ingenomen, eerst zullen alle puzzelstukjes bij elkaar moeten komen.” Op dit moment buigt een ad hoc U-raadscommissie zich (achter gesloten deuren) over de plannen. Het is wachten op de zogenoemde officiële adviesvraag van het college van bestuur. Die is verplicht als het gaat om “intensieve samenwerkingsverbanden met derden”, staat er in het reglement van de universiteitsraad. Hierop kan de raad reageren met een ja, nee en allerlei mitsen en maren. Daarna komt stap twee: instemmingsrecht. Dat hebben de leden als het gaat om een verandering in het bestuursmodel, zoals een ander college van bestuur, andere raad van toezicht, mandaat aan decanen, et cetera, en dat zal in dit geval zeker zo zijn. Daarnaast mogen ze hun zegje doen over een nieuw strategisch plan, investeringen en arbeidszaken (samen met het Lokaal Overleg waarin de vakbonden vertegenwoordigd zijn).

Stand van zaken “bestuurlijke integratie”

Heel veel blijft nog in het vage als het gaat om de mogelijke fusie tussen het MUMC+ en de UM. Dat beseft collegevoorzitter Rianne Letschert als geen ander, zegt ze desgevraagd. Maar zolang de onderhandelingen tussen de partijen lopen en de medezeggenschap zich er nog over moet buigen, houdt ze de lippen op heel veel punten op elkaar.

Eerst even wat recht zetten. Het gaat niet om een fusie tussen ziekenhuis en universiteit maar om een “bestuurlijke integratie”, benadrukt Letschert. Het ziekenhuis en de universiteit blijven aparte rechtspersonen die zeggenschap houden over hun financiën en die hun eigen besluiten kunnen nemen. Tegelijkertijd willen de twee de krachten bundelen om “te komen tot een geïntegreerde kennisorganisatie die risico’s buiten de deur kan houden – zowel de positie van de UM als het ziekenhuis is landelijk in het geding, beide zien bezuinigingen op zich afkomen -, maar ook kansen kan pakken. Kijk bijvoorbeeld naar de uitdagingen in de zorgsector waarvoor we niet alleen inzichten uit de geneeskunde en gezondheidswetenschappen nodig hebben, maar juist ook uit faculteiten als psychologie en neurowetenschappen, Science and Engineering en Arts and Social Sciences. Onze integratie van het ziekenhuis met de hele universiteit is echt iets unieks in het Nederlandse landschap.”

Collegevoorzitter Rianne Letschert, foto Loraine Bodewes

De afgelopen maanden spraken de twee besturen iedere week over actuele thema’s, zegt de collegevoorzitter. “Daar hadden we behoefte aan. We wilden kijken welk dossier op welke tafel hoort: bij de faculteiten, de universiteit of juist het ziekenhuis? Je krijgt zo een beter zicht op de verantwoordelijkheden van een overkoepelend bestuurscollege.”

Op dit moment ligt er een soort 'hoofdlijnenakkoord’ op tafel waarin de belangrijkste thema’s voor onderzoek, onderwijs en maatschappelijke impact zijn opgenomen. “Dit gaat over de inhoud, waarom wij deze veel innigere samenwerking willen”, aldus Letschert die nog niets over de thema’s kwijt wil zolang niet alle raden zich erover hebben gebogen. Wel is al in het beginstadium van de onderhandelingen de nadruk gelegd op twee onderwerpen: gezonde samenleving (preventie, gezonde voeding en data-gedreven zorg) én nieuwe (medische) technologie.
De decanen hebben al groen licht gegeven op het “strategisch kader”, voor Kerst is de Raad van Toezicht wat de UM betreft aan de beurt, in het nieuwe jaar kan de medezeggenschap (van beide instellingen) zich erover uitspreken. Dat wordt een eerste goed- of afkeuring.

Komend voorjaar komt het volgende en laatste punt aan bod: “De governance, dus hoe gaan we dit doen, wat betekent dit voor de bestuurlijke structuur? Wie is waarvoor bevoegd, waar gaat het geld naartoe, hoe bewaak je de eigenheid van de instellingen en de broodnodige autonomie waarop je uiteraard allebei wat inlevert?” Ook hier moet de medezeggenschap ja of nee zeggen. Uiteindelijk verwacht Letschert dat er voor de zomer een go of no go komt.

In de universitaire begroting van 2025, die deze maand op de agenda van de universiteitsraad staat, wordt “geen verdergaande integratie tussen UM en MUMC+/azM” als een van de zeven grote risico’s genoemd.

Hoe ging de redactie te werk?

De afgelopen weken sprak de redactie aan beide zijden van de Maas willekeurige UM-medewerkers (wetenschappers en ondersteunend personeel) in hun kantoor, op de gang en bij de koffiecorners. Daarnaast stuurden we tal van mailtjes. In totaal gaven zeventig mensen antwoord op de vraag: weet je van de fusie en zo ja, wat vind je ervan?  We noemen geen namen in het artikel omdat nogal wat stafleden liever anoniem blijven en een veelheid aan namen de leesbaarheid niet bevordert.
Het plan was om ook ziekenhuismedewerkers te vragen, maar dat verliep moeizaam, uiteindelijk werd het een handvol - van internist, laborant tot verpleegkundige. Niet alleen zijn de kantoren niet vrij toegankelijk met een UM-pas, maar belangrijker: het MUMC+ wil niet dat medewerkers met de pers praten zonder tussenkomst van de afdeling persvoorlichting. Niet om “journalisten dwars te zitten”, laat men per mail weten, maar “zodat we kunnen meedenken over bijvoorbeeld het voordragen van geschikte experts”, en “om medewerkers te begeleiden met verwachtingen en afspraken met de pers”. Observant heeft echter, zeker bij een verhaal als het onderhavige, een sterke voorkeur voor rechtstreekse en ongefilterde contacten met zegslieden; dat kan op deze manier niet.

Auteur: Redactie

Illustraties: Simone Golob

Tags: fusie,bestuurlijke integratie,ziekenhuis,azm,mumc+,um,universiteit,rianne letschert,mumc

Voeg reactie toe

Klik hier voor onze privacyregels

Vanaf januari 2022 plaatst Observant alleen nog reacties van mensen wier naam bekend is bij de redactie.