“Nog even en dan ben ik lekker vrij”, vertelt Noé Breeur opgetogen, terwijl hij hardop uitrekent hoeveel studieloze dagen hij in het vooruitzicht heeft. “Een maand of zo, ik heb geen lessen in januari. Ik moet wel een opdracht afronden, dat doe ik met medestudenten en die zal ik zeker zien. Maar dat is het dan wel.”
De student uit Luik kijkt uit naar het laatste tentamen dat hij nog moet maken voor hij de deur van de universiteit achter zich dicht kan trekken. Een goed resultaat kan hij wel gebruiken. “Ik heb mijn eerste tentamens niet gehaald. Dat is een ervaring op zich”, moet hij erkennen. “Maar in het vervolg heb ik wel vertrouwen.”
In augustus vertelde Breeur aan Observant dat hij had gehoord dat zijn studie zwaar zou zijn en het is inderdaad niet meegevallen. “Je krijgt heel veel informatie te verwerken in het Engels, wat niet mijn moedertaal is. Ik moet er meer moeite voor doen, het kost tijd.” Maar, zo geeft hij eerlijk toe, de eerste periode had er - ondanks die uitdaging - misschien wel meer ingezeten. “Ik ben wat achteloos geweest, dacht te makkelijk over wat ik moest doen en leren.”
Daarin bleek hij niet de enige. “Van de zevenhonderd eerstejaars hebben maar 24 studenten alles gehaald. Daar werd ik wel wat onzeker van.” Daarnaast duurde het even voor hij zijn draai had gevonden op de rechtenfaculteit. “Ik had wat meer binding verwacht met mijn onderwijsgroepje, er was weinig contact.”
Vooruitkijken
Breeur kijkt vooral uit naar de tijd die nog moet komen. “Ik ben benieuwd naar het tweede jaar waarin we meer de diepte ingaan, daarna kan je nog gerichter kiezen wat je eigenlijk wilt, ook met een master.” Met name de praktische kant van zijn opleiding spreekt hem aan. “Ik hou er wel van om verschillende onderwerpen en zaken te bestuderen. Nu concentreren we ons vooral op de basis. Ik zou niet willen zeggen dat ik dat heel leuk vind, maar wel genoeg om door te gaan.”
Noé Breeur bij de INKOM in augustus
Om het zichzelf rond de tentamenweek wat makkelijker te maken, woont hij tijdelijk in een studentenappartement vlakbij het station. “Lekker praktisch, het is de woning van een bekende die er een paar weken niet is.” Als die straks terug is, moet Breeur weer vanuit Luik naar Maastricht reizen. Omdat hij te laat was met het aanmelden voor een kamer, zat er niks anders op dan elke dag de trein te pakken, zei hij afgelopen zomer tegen Observant. “Dat doe ik nog steeds. In mijn eerste periode stond ik om half zes op als ik om half negen moest beginnen. Het is moeilijk om ertussen te komen op de woningmarkt, ik vind het heel bureaucratisch en ook duur, zeker in het centrum. Je moet haast buiten de stad gaan wonen om nog iets te kunnen betalen. Ik wil nu eerst aan mijn ouders laten zien dat ik me inzet en dan kan ik misschien een beroep op hen doen, voor een bijdrage.”
Zolang hij nog heen en weer reist, staat de sociale kant van het studentenleven op een heel laag pitje. “Ik heb er geen tijd voor en mijn vrienden, die psychologie studeren, al helemaal niet. Ik kom niet verder dan de bibliotheek en de faculteit en weet eigenlijk niks van Maastricht, behalve dan dat de kerstmarkt heel mooi is. Zoiets hebben wij niet.”