Eerder dit jaar besloot het FPN-bestuur om vanaf het academisch jaar 2026-2027 maximaal 120 studenten tot de master Mental Health toe te laten. Dan studeren de eerste studenten af die in september zijn begonnen aan de vernieuwde bachelor psychologie. Wie daarbinnen het klinische traject volgt, hoeft niet meer, zoals voorheen, eerst de eenjarige master psychologie te doen om in aanmerking te komen voor Mental Health.
Hoe selecteren?
Nu dus de vraag hoe de 120 gelukkigen te selecteren. Het bestuur stelt een mix van selectie en loting voor. De procedure kent straks twee fases. In fase één moet iedereen die zich aanmeldt bewijs aanleveren van voldoende kennis en vaardigheden, de juiste studiehouding en reflectievermogen. Dit kan door middel van een motivatiebrief en een portfolio met daarin cijfers en extra-curriculaire activiteiten zoals bijbaantjes, onderzoeksprojecten en vrijwilligerswerk. Ook moet men zich over een casus buigen en daar een rapport van schrijven.
Uiteindelijk wordt hieraan een puntentotaal toegekend. Wie minder dan 70 van de beschikbare 100 punten haalt, valt automatisch af. De overige kandidaten gaan door naar fase twee. Hierin krijgt de top 20 procent (die dus het hoogste heeft gescoord in fase één) meteen een plek toegewezen. De rest van de plekken wordt verloot onder de overige 80 procent van de kandidaten die meer dan 70 punten haalden.
Arbitrair
De FPN-raad is blij met deze mix van selectie en loting, maar vroeg zich donderdag wel af waarom er voor 20 procent is gekozen. Of voor de score van minstens 70 punten om fase één te doorlopen. “Dat voelt arbitrair”, zei Michael Capalbo, lid namens het WP. “Is iemand die 69 punten scoort dan zo ongeschikt dat we die niet willen hebben? Wat als we minder dan 120 aanmeldingen hebben? Gaan we dan alsnog mensen wegsturen?”
“Misschien scoort wel niemand lager dan dat”, zei Anke Sambeth, vice-decaan onderwijs, die toegaf dat er wat giswerk aan te pas was gekomen. “We hebben dit immers nog nooit gedaan. Liever zou ik met marges werken, maar ik dacht dat de raad graag concrete getallen zou willen horen.” De raad verzekerde haar dat dit niet het geval was. Uiteindelijk sprak men af tijdens het eerste selectiejaar data te verzamelen over hoe de kandidaten scoren en daar het percentage dat meteen door mag en de minimale score op te baseren.
Weging
Studentlid Dominik Eberle Martinez vroeg zich verder nog af hoe de verschillende onderdelen van de selectieprocedure gewogen gaan worden. “Iemand die bijvoorbeeld tijdens de bachelor voor een zieke ouder moet zorgen, heeft misschien geen tijd voor extra-curriculaire activiteiten.” Dat is nog niet bepaald, zei Sambeth. Ze beloofde de raad bij dat proces te betrekken.