“Radicaal-rechts heeft nu de juiste formule gevonden”

“Radicaal-rechts heeft nu de juiste formule gevonden”

Mag je politici als Trump en Wilders fascistisch noemen?

15-01-2025 · Achtergrond

Wordt een van de machtigste landen ter wereld vanaf volgende week geleid door een fascist? Of is dat een te rabiate uitspraak? Observant vroeg het aan historicus Pablo del Hierro, universitair hoofddocent aan de faculteit Arts and Social Sciences (FASoS), gespecialiseerd in de geschiedenis van (neo)fascisme.

Om maar meteen met de deur in huis te vallen: is Donald Trump, die komende maandag geïnaugureerd wordt als de 47ste president van de Verenigde Staten, een fascist? Niet alleen politieke tegenstanders als Kamala Harris classificeerden hem al zo, onder meer wijzend op zijn openlijke geflirt met antidemocratische en nationalistische ideeën. Ook sommige academici deden dit. “Dat laatste gebeurde echter vooral voorafgaand aan de eerste verkiezing van Trump in 2016, gestuurd door politieke overwegingen, in de hoop hem te beschadigen en kiezers te waarschuwen”, zegt Del Hierro. “Een strategie waarvan overigens is gebleken dat die niet werkt. Het woord ‘fascist’ resoneert in de VS veel minder dan in Europa, waar het fascisme geboren is en steviger in het collectieve geheugen zit. Al zie je dat hier ook afzwakken bij jongere generaties. En als we dit label maar op iedereen plakken, van Trump tot Poetin, van Wilders tot Orbán, dan verliest het begrip ook steeds meer betekenis.”

Ook in academische zin is Del Hierro terughoudend om Trump en zijn beweging, het trumpisme, fascistisch te noemen. “Ja, er zijn overeenkomsten met fascisten als Mussolini, Hitler en Franco. Maar ik denk dat er ook verschillen zijn. Fascisten verzamelden zich in één partij, een massale organisatie met lidmaatschappen en paramilitaire groepen. Zo’n type mobilisatie zie je nu niet. Men richt zich meer op het veranderen van de politiek van binnenuit. Daarnaast ontbreekt de revolutionaire retoriek. Het gaat altijd over een nieuwe beweging of golf, niet over een revolutie. Ook is het antisemitisme weggezakt, Trump steunt Israël bijvoorbeeld juist onvoorwaardelijk.”

Wereldwijd fenomeen

Het zijn kenmerken die ook voor veel radicaal-rechtse partijen in Europa en Zuid-Amerika gelden. “Het is overduidelijk een wereldwijd fenomeen”, zegt Del Hierro. “Het wordt regelmatig aangeduid met New Right of simpelweg far-right [uiterst rechts, een overkoepelende term voor zowel radicaal-rechts als extreemrechts].” Hoewel de term fascisme uit de naam is verdwenen, vloeit deze huidige stroming er wel uit voort, zegt de historicus. “Na de Tweede Wereldoorlog veranderde het fascisme geleidelijk in het neofascisme. Aanhangers hiervan meenden dat de strijd met geweld gestreden moest worden op straat, via bommen en coups. Maar die strategie mislukte. In de jaren ’70 en ’80 ontstond langzaam het besef: we moeten juist het vertrouwen van de kiezer winnen.”

De oprichting van de Franse politieke partij Front National (inmiddels omgedoopt tot Rassemblement National) door Jean-Marie Le Pen in 1972 is volgens Del Hierro een perfect voorbeeld hiervan. “De tactiek, bedacht door de Franse filosoof Alain de Benoist, was ‘de-demonisering’, het mainstream maken van hun ideeën, het bewust niet meer gebruiken van het woord fascisme.” De resultaten daarvan zijn nu duidelijk te zien, al was daar een lange aanloop voor nodig. “Er is meer onderzoek nodig om te begrijpen hoe dit gelukt is. Wat was bijvoorbeeld de invloed van het einde van de Koude Oorlog? Ik denk dat met het wegvallen van het communisme als belangrijke bedreiging, men moest zoeken naar een nieuwe vijand, wat voornamelijk de islam werd.”

Slimme strategieën

Wat de geschiedenis in elk geval heeft aangetoond, meent Del Hierro, is dat het beeld van radicaal-rechtse politici als dommig, incompetent en op eigen houtje opererend niet klopt. “Er zitten slimme strategieën achter en ze laten zien dat ze zich goed kunnen aanpassen. Als een strategie niet werkt, laten ze deze gemakkelijk vallen. Ze blijken heel pragmatisch en opportunistisch. Zo hoor je niemand meer over het uit de Europese Unie stappen nadat bleek dat de Brexit niet uitpakte zoals gehoopt. Nu hebben politici als Viktor Orbán en Giorgia Meloni het opeens over het veranderen van Europa van binnenuit en zie je meer samenwerking tussen radicaal-rechtse partijen in Europa.”

Na dit “lange proces van vallen en opstaan” heeft far-right nu de wind mee, met verkiezingsoverwinningen in Europa en Amerika. “Ze hebben de juiste formule gevonden, terwijl traditionele partijen niet goed weten hoe ze er mee om moeten gaan. Die formule wordt in verschillende landen op verschillende manieren toegepast. Maar globaal zijn ze op hetzelfde uit. Het is een geëvolueerde, aangepaste versie van het fascisme. Ze verlangen naar een homogene, nationalistische samenleving zonder etnische en culturele diversiteit. Maar ze geloven dan wel weer in economische diversiteit, in een klassensysteem. Zo denken ze terug te keren naar een mythisch verleden, dat nooit bestaan heeft.”

Autoritaire democratie

Het uithollen van de democratie staat eveneens op het wensenlijstje. “Far-right vindt de liberale democratie maar niks. Men wil geen lange processen, maar snelle beslissingen, zonder onderhandelen of controlemechanismen. Liever hebben ze een meer autoritaire democratie, waarin de scheiding der machten troebeler is, met minder macht voor het parlement en rechters. Met weinig pluralisme, zonder protesten. Trump is daar redelijk open over, ik denk dat hij graag het voorbeeld van Orbán in Hongarije deels volgt. Illustratief is dat een techondernemer als Elon Musk hem gaat adviseren over overheidsefficiëntie. Bedrijven werken immers efficiënter dan overheden, omdat daar uiteindelijk de baas het voor het zeggen heeft.”

Ook de bezuinigingen op de universiteiten en het inperken van het aantal buitenlandse studenten in Nederland moet men in dat licht zien, stelt Del Hierro. “Natuurlijk, er zijn ook andere factoren die meespelen, maar het gaat wel in de door radicaal-rechts gewenste richting. Ze willen geen diversiteit, ze willen geen kritische denkers. Universiteiten moeten in hun ogen apolitieke arbeiders opleiden. Niet voor niets worden de sociale en geesteswetenschappen het hardste geraakt.”

Schrap zetten

Hoe effectief politici als Trump gaan zijn in het waarmaken van hun ideeën is afwachten, zegt Del Hierro. “Historici zijn slecht in voorspellen, maar ik zou zeggen: zet je schrap. In sommige landen zullen ze het langzamer of voorzichtiger willen aanpakken, op andere plekken – zoals bijvoorbeeld de VS – gaat het misschien sneller.”

Wat valt er voor andere partijen tegen te doen? “Historisch gezien boeken radicale partijen meer succes als andere partijen niet duidelijk afstand nemen van hun standpunten. Voor centrumrechtse partijen is het dus zaak om voorzichtig te zijn in het omarmen van radicaal-rechts beleid. En sowieso geldt voor alle partijen: focus niet alleen op het demoniseren van politieke tegenstanders, maar kom met hoopvolle, alternatieve ideeën en neem de zorgen en angsten van kiezers – waar radicaal-rechts handig op inspeelt – serieus. Maar het moet niet alleen van de politiek komen. Ook in het publieke debat moet het belang van de liberale democratie benadrukt blijven worden, via demonstraties, boeken, films. De protesten tegen de onderwijsbezuinigingen waren hopelijk slechts een begin.”