“Deze universiteit gooit olie op het vuur”

Vergadering universiteitsraad, oktober 2024

“Deze universiteit gooit olie op het vuur”

Debat in U-raad over 'Human Rights Due Diligence toets'

23-01-2025 · Achtergrond

“Waarom nee tegen Israël en ja tegen Saoedi-Arabië en Iran?”, houdt Eliyahu Sapir, sociaal wetenschapper aan de Universiteit Maastricht, de leden van de universiteitsraad voor. Die vergaderden woensdagmiddag over een toets waarmee de UM een oordeel gaat vellen over haar partnerinstellingen in landen die zich ernstig misdragen als het gaat om bijvoorbeeld mensenrechten.

Het zogeheten Human Rights Due Diligence (HRDD)-framework is volgens collegevoorzitter Rianne Letschert nodig om een balans te vinden tussen internationale samenwerking én trouw blijven aan je eigen waarden. “Stel dat een partnerinstelling betrokken is bij ernstige mensenrechtenschendingen of andere misdaden, dan toetsen we hiermee of deze bij onze ‘familie’ moet blijven horen”, legt ze uit tijdens de U-raadsvergadering. 

Het is 22 januari 2025 en de eerste keer dat het stuk in de openbaarheid verschijnt, terwijl het door het college van bestuur al in het voorjaar van 2024 werd aangekondigd. Dit naar aanleiding van de pro-Palestijnse protesten op universiteiten, ook in Maastricht. Maar daarmee is niet gezegd, onderstreept Letschert, dat het alléén van toepassing is op Israël. Al in het najaar van 2023 boog een werkgroep zich over een global engagement policy ten opzichte van partners in ‘gevoelige’ gebieden, zoals Iran en Saoedi-Arabië, legt ze uit. Dat het door het opgelaaide conflict in het Midden-Oosten en de sterke roep om een academische boycot van Israëlische instellingen toch een van de belangrijkste dossiers is geworden voor de Maastrichtse bestuurders, valt niet te ontkennen.

Gastlezingen

In dit pilotjaar zullen alle bestaande ‘institutionele samenwerkingspartners’ (waarmee UM-bestuurders een contract hebben getekend) onder de loep worden gelegd; Letschert hoopt dat dit in oktober rond is. Israël behoort tot de eerste drie casussen. Het is aan een nieuw te vormen commissie om de beoordeling in goede banen te leiden: de Sensitive Partnerships Committee met daarin voorzitters van drie subcommissies (mensenrechten, kennisveiligheid en fossiele/gevoelige industrieën).

Voor wie is de toets bedoeld? Voor bestuurlijke partnerinstellingen. Maar ook voor individuele initiatieven, van gastlezingen tot laureaten van Europese onderzoeksbeurzen zoals de ERC? Over dat laatste maakt universitair hoofddocent Ewout Meijer (psychologie en neurowetenschappen) zich zorgen, blijkt tijdens het sprekerskwartier. Volgens hem staat de academische vrijheid op het spel. Maar voor individuele activiteiten is de toets niet verplicht, stelt Letschert hem gerust. Daarnaast vraagt Meijer zich af waarom deze universiteit denkt dat ze zelf kan onderzoeken of een land vuile handen heeft. “Is dat niet een taak van het Internationaal Strafhof? Zo’n onderzoek duurt jaren en dan zou de UM het nu zelf gaan bepalen. Is dat zorgvuldig?”

Niet slim

Het is niet aan deze universiteit om over misdaden te oordelen, om politiek te zijn, menen zowel Eliyahu Sapir als Benoit Wesly, honorair consul voor Israël in Zuid-Nederland, die ook gebruik maken van het sprekerskwartier. Sapir noemt het beleid “ethisch problematisch” en “niet slim. Het zal de reputatie van de UM schaden”. Volgens Wesly gooit de universiteit “olie op het vuur. De UM moet zich verre houden van politieke bemoeienis. Mind your own business.” Dat schiet studentlid Shari Crespi in het verkeerde keelgat. “Universiteiten zijn van oudsher politieke instituten. Ik vind het extreem ongemakkelijk dat iemand mij voorschrijft wat mijn zaken zijn en wat niet.”

België

Mark Govers, U-raadslid namens het wetenschappelijk personeel, vraagt zich af waarom de commissie eerst de landen (waar de UM partnerinstituten heeft) toetst op vuile handen, en daarna, als blijkt dat er echt iets loos is, de betrokkenheid van de partner. “Waarom eerst het land?” Letschert: “Het is een eerste drempel. Bovendien zou je anders alle instellingen met wie we bestuurlijk samenwerken moeten beoordelen, ook in België bijvoorbeeld.” Maarten van Wesel, raadslid namens het ondersteunend personeel, valt Govers bij. Hij noemt een voorbeeld van een Amerikaanse universiteit waar in het verleden mensenrechten werden geschonden terwijl de VS in principe geen ‘rode vlag’ heeft. Valt zo’n instelling dan buiten de boot? Voor dit soort gevallen blijkt er toch een oplossing: ‘klokkenluiders’ mogen hun twijfels over een partner kenbaar maken bij de speciale UM-commissie. Die bepaalt of een onderzoek nodig is, of niet.

Het uiteindelijke advies van de U-raad laat op zich wachten tot de volgende plenaire vergadering in februari. Er zijn zo’n twintig punten waar niet ieder lid het mee eens is. Er wordt digitaal gestemd, legt voorzitter Teun Dekker uit, om uiteindelijk tot één advies te komen.

Auteur: Wendy Degens

Foto: Ellen Oosterhof

Tags: hrdd, mensenrechten, misdaden, partnerinstellingen, academische vrijheid, israel, palestina, conflict, wesly, universiteitsraad, uraad, meijer

Voeg reactie toe

Klik hier voor onze privacyregels

Vanaf januari 2022 plaatst Observant alleen nog reacties van mensen wier naam bekend is bij de redactie.