Nederlandse universiteiten hebben zich sinds 2010 massaal aangepast aan het motto ‘hoe internationaler, hoe beter’, beginnen prof. Jos Swanenberg en universitair hoofddocent Massimiliano Spotti, beiden van de universiteit van Tilburg, hun artikel The Monolingual Campus and the Bilingual Campus. Te midden van de hele discussie rond de verengelsing van het hoger onderwijs, legt het duo de gevolgen bloot van het taalbeleid aan hun eigen universiteit en die van de TU Eindhoven. Wat betekent het om (in de praktijk) alleen maar Engelstalig te zijn? Wat doet dat met de Nederlandse staf en studenten en wat betekent het voor de Nederlandse taal en cultuur? De onderzoekers analyseerden beleidsdocumenten, interne communicatie en publieke uitspraken van beide instellingen.
Sinds universiteitsbestuurders steeds meer hun blik op het buitenland wierpen, in het kader van ‘globalisering’, groeide het aantal Engelstalige studies, omarmde men een tweetalenbeleid of stapte men zelfs volledig over op het Engels. Het zou drempels wegnemen voor buitenlandse studenten en medewerkers, bijvoorbeeld om alle beleidsdocumenten te kunnen lezen en alle vergaderingen bij te wonen, schrijft het duo. Zo deed de TU Eindhoven, waar Engels de primaire taal is, ‘aanbevelingen’ aan docenten. De onderzoekers citeren: “Begin je les of vergadering niet met de opmerking ‘Zijn er internationale studenten of kunnen we in het Nederlands spreken?’ of zinnen van gelijke strekking of bedoeling. Ga ervan uit dat de les of vergadering in het Engels moet beginnen. Als je in een vergadering zit en er is een pauze, ga dan verder in de taal waarin je die vergadering hield, wat voor de duidelijkheid altijd in het Engels zou moeten zijn.”
Maastricht
Hoewel de Universiteit Maastricht niet wordt meegenomen in hun studie, is deze net als Tilburg officieel tweetalig met als uitgangspunt ‘Nederlands, tenzij’, hoewel het in de praktijk meer op ‘Engels, tenzij’ lijkt. Neem de vergaderingen van de medezeggenschapsraden aan de UM. Zowel de universiteitsraad als de meeste faculteitsraden, vaak met buitenlandse leden, vergaderen volledig in het Engels. Beleidsstukken verschijnen in het Engels, discussies worden in het Engels gevoerd en van Nederlandstalige ambtenaren die te gast zijn in de universiteitsraad, omdat ze een nota moeten toelichten, wordt ‘verwacht’ dat ze niet in hun moedertaal spreken, maar Engels.
Toch lijkt zich de laatste maanden een kentering af te tekenen in Maastricht. De speech tijdens de opening van het academisch jaar, afgelopen september, van UM-collegevoorzitter Rianne Letschert, was – vrij uitzonderlijk – in het Nederlands. De nieuwjaarsreceptie in januari idem dito. En dan de nieuwe Nederlandstalige campagne voor studiekiezers en de taal op de open dag. Sinds oktober kan een nieuwsgierige scholier kiezen voor een informatiebijeenkomst in het Engels óf het Nederlands. Daarover zei Letschert eerder tegen Observant: “Wat de Engelstalige voorlichting aan Nederlandse studiekiezers betreft, zijn we doorgeschoten, zonder goed te peilen of het Engels wel voor iedereen werkt.”
Tolken
Terug naar het artikel van de Tilburgse wetenschappers. Daarin benadrukken ze het gevaar van tweetalig beleid, laat staan van de keuze, zoals in Eindhoven, om het Nederlands te ‘negeren’. Het leidt tot ongelijkheid en stelt het Engels boven alle andere talen. De Nederlandse Taalunie, een politiek overlegorgaan dat onder andere de stand van zaken van de Nederlandse taal in Nederland, Vlaanderen en Suriname monitort, heeft geconcludeerd dat het Nederlands in het hoger onderwijs in Nederland zware concurrentie ondervindt van het Engels, aldus de onderzoekers. Ook ontstaat er een te grote kloof tussen de samenleving en de wetenschap.
De oplossing? “Een verfijnder taalbeleid”, stellen ze. “Engels is niet de enige optie”, kies voor meertaligheid, voor zowel lokale als meerdere internationale talen. Voorbeelden die ze noemen zijn een presentatie in het Nederlands met visuele ondersteuning in een andere taal of conversaties met behulp van tolken. Of laat studenten en staf, die een op elkaar lijkende taal als Noors en Deens spreken, daarin communiceren. Mensen moeten op zoek gaan naar talen die ze gemeenschappelijk hebben, luidt hun credo.