“Theoretisch verfijnd, rigoureus onderzocht”, “een analyse van een complex fenomeen vanuit juridisch en criminologisch perspectief”, “relevante conclusies en aanbevelingen”, maar ook “geschreven in een uitstekende en toegankelijke stijl”. Het juryrapport over Giulia Giardis proefschrift Illegal Waste Management Activity in the Process of Bunker Fuel Production, klinkt als een klok.
Giulia Giardis (links) met prof. Sally Wyatt die de prijs uitreikte. Foto: Philip Driessen
De jury heeft niet alleen lof voor haar proefschrift, ze is ook een “uitstekend docent”. En dat blijkt als ze haar juridische verhaal aan Observant uit de doeken doet. “Er varen dagelijks duizenden vrachtschepen van en naar Europa, en die lopen allemaal op stookolie, oftewel bunkerbrandstof .” Er bestaan geen regels die bepalen aan welke normen deze brandstof moet voldoen, legt Giardi uit. Meestal gaat het om een restproduct van de raffinage van aardolie, denk aan afgewerkte olie waarin tweeduizend keer zoveel zwavel zit als in normale diesel, meer dan eens vermengd met afvalstoffen uit de petrochemische industrie. En dat laatste is funest voor het milieu en onze gezondheid.
“We weten niet om hoeveel schepen het gaat”, legt Giardi uit, al zijn er in het verleden wel rederijen in Nederland voor de rechter gedaagd. Zij liep in het kader van haar onderzoek mee met een politieteam in Amsterdam dat al tien jaar lang jacht maakt op schepen die varen op vervuilde stookolie. Zij ging mee op zogenoemde “actiedagen” op zee en bestudeerde daarnaast talloze politiedossiers.
Follow the stream
Het politieteam richt zijn pijlen op de afvalverwerkingsindustrie, want daar heeft Europa (in tegenstelling tot de productie van stookolie) wel wettelijke regels voor. “Op zee vragen ze naar de certificaten afkomstig van afvalverwerkers, daarop staat welke componenten er in de bunkerbrandstof zitten. Het gaat altijd om een mix van producten afkomstig van honderden firma’s. De stookolie zelf is heel lastig te onderzoeken, het is niet goed te zien of er wel of niet gerecyclede stoffen in zitten.” Daarna start de zoektocht: “Het is niet follow the money, maar follow the stream. Waar komt een stof vandaan, is die gaande het transport, op papier veranderd van samenstelling? Het politieteam heeft met heel veel kennis nu een systeem gebouwd waardoor ze snel trends zien en weten bij welke afvalbedrijven er vreemde dingen gebeuren. Denk aan een vrachtwagen die met een product met code S de fabriek uit rijdt, dat echter als code E (wat wel in stookolie mag) in de boeken van de schipper terechtkomt. Maar het blijft heel moeilijk om dit alles te achterhalen. Zelfs als je een firma bezoekt, is het moeilijk om te checken wat er in een vat zit. Het vraagt veel expertise, tijd en dus geld.”
“Ik kan niets over het systeem van de politie zeggen, dat is vertrouwelijke informatie. Ik kan ook niet zeggen hoeveel schepen de afgelopen jaren zijn gepakt. Ook dat is vertrouwelijke informatie.” Wel is duidelijk dat er in de afvalverwerking met de regels wordt gesjoemeld, criminele praktijken dus. “Het gaat altijd om geld. Dumpen kost immers minder dan ‘recyclen’.”
Hoe dit op te lossen?
Hoe dit op te lossen? Ze lacht. “Dat kan Nederland niet alleen. We moeten dit wereldwijd aanpakken want schepen varen en bunkeren overal, van Rotterdam tot Singapore.” Niet alleen moeten er regels komen aan welke eisen stookolie moet voldoen, ook “moeten we de handhaving van de afvalsector versterken. Er moet veel meer expertise komen. En dan zijn er de documenten, de certificaten die firma’s vaak met de pen aanpassen waardoor fraude heel makkelijk is. Het is zaak om een technologisch systeem te ontwerpen dat aanpassing van het origineel onmogelijk maakt.”
Op bijna alle fronten wil Giardi haar steentje bijdragen. Ze is inmiddels universitair docent aan de rechtenfaculteit en heeft nu samen met collega’s van de Avans Hogeschool (Brabant) een onderzoeksvoorstel geschreven om de handhaving beter aan te pakken. Daarnaast is ze ook bezig met een project om de regelgeving rondom stookolie (wat mag erin zitten en wat niet?) te versterken.
Loterij
“Ik ben blij met de erkenning”, zegt ze opgewekt in haar werkkamer in de rechtenfaculteit een paar dagen voor de diesviering op vrijdag 31 januari. Ze had wel van deze dissertatieprijs gehoord, maar wist niet dat ze überhaupt zou kunnen meedingen: “Ik was er niet mee bezig. Vergelijk het met een loterij. Ik wist niet eens dat ik loten kon kopen.”