In de common room, de centrale ruimte van het UCM, heerst op maandag 24 februari rust: studenten werken op hun laptops of eten wat, een enkeling doet op een van de banken een middagdutje. De kalmte contrasteert nogal met het verhaal dat Hanna Slozanska (hoogleraar aan de Pedagogische Universiteit van Ternopil) en Larysa Chovnyuk (hoofd van het International Office van de Nationale Universiteit van Kyiv) aan een van de tafels doen. Ze zijn als deel van een delegatie van vijf Oekraïense universiteiten te gast in Maastricht, om bij onder meer het UCM inspiratie op te doen voor de liberal arts-programma’s die ze met EU-steun opzetten.
Bitterheid en hoop
Op deze dag gaat het onvermijdelijk vooral over de oorlog met Rusland, dat op de kop af drie jaar eerder zijn buurland binnenviel. Het voelt raar, klinkt het, om juist op deze dag niet in Oekraïne te zijn. Een mix van bitterheid en hoop noemt Slozanska het. Bitterheid over de nog altijd woedende oorlog én de geopolitiek: de Amerikaanse president Trump noemde zijn Oekraïense ambtsgenoot Zelensky een dictator en onderhandelt met Moskou over vrede in Oekraïne zonder Kyiv daarbij te betrekken. En hoop omdat ze met het opzetten van een liberal arts-opleiding aan de toekomst van haar land wil bouwen. Oekraïne zal winnen, is de stellige overtuiging, en dan zijn er open en kritisch denkende mensen nodig om het land weer op te bouwen. “Een liberal arts-opleiding draagt daaraan bij.” Chovnyuk knikt instemmend: “Niet iedereen kan naar het slagveld. Wij leiden de mensen op die nu en na de oorlog ook een belangrijke bijdrage leveren. Zo dragen wij een steentje bij aan de overwinning.”
Luchtalarm
Dat opleiden gaat niet zonder slag of stoot. De oorlog trekt al vanaf het begin een zware wissel op het universitaire leven in Oekraïne. Universiteiten in het bezette oosten moesten verhuizen, sommige zelfs twee keer naarmate de Russen verder oprukten. Geld van de overheid is schaars, instellingen overleven met steun uit het buitenland en nieuwe studenten werven is moeilijk omdat veel Oekraïense jongeren hun land ontvluchtten. Boven het hele land hangt bovendien de dreiging van aanvallen met drones en raketten: in Oekraïne is “niemand helemaal veilig”, zegt Slozanska.
In Kyiv gaat het luchtalarm enkele keren per dag af, vertelt Chovnyuk. Zodra de sirene klinkt, stoppen de colleges en zoeken studenten en stafleden de schuilkelders op. “We zijn verplicht die te hebben. We mogen ook niet méér studenten op de campus hebben dan we kunnen laten schuilen. Dat betekent dat de helft online onderwijs krijgt. Er is nu een generatie die nog nooit collegezalen vanbinnen heeft gezien.”
En dan zijn er nog de studenten en stafleden die wel de wapens opnamen en naar het slagveld trokken. Elke Oekraïense universiteit heeft inmiddels een plek waar de eigen gesneuvelden worden herdacht. “De laatste pagina van dat boek is helaas nog niet geschreven”, zegt Slozanska.
"Onze vorm van verzet"
Hun studenten hebben volgens de twee met dit alles leren omgaan, hoe moeilijk dat soms ook is. “Ze maken grappen over het luchtalarm, zingen liedjes in de schuilkelders. Je kunt niet voortdurend gespannen zijn”, zegt Chovnyuk. Er is wel een grote behoefte aan contact met anderen, merkt Slozanska, zeker onder studenten die op kamers wonen en hun familie niet veel zien. Dat verandert ook haar eigen rol: “Niet elke student zal met een psycholoog praten, dus gaan ze naar hun tutor of andere stafleden. Wij zijn nu psycholoog, tutor, hulpverlener, ouder…”
Je zou van minder de moed opgeven en denken dat het geen zin heeft om zoveel werk in een nieuwe liberal arts-opleiding te steken. Chovnyuk schudt het hoofd, zegt strijdbaar: “Het is precies andersom. Veel universiteiten worden juist actiever in plaats van te blijven zitten en klagen. De situatie is heel slecht, maar hoe raar het ook klinkt, dat is ook een impuls voor veranderingen.” “We proberen het universitaire leven zoveel mogelijk voort te zetten”, voegt Slozanska toe. “Iedereen vindt zijn eigen vorm van verzet, dit is de onze.”