Ik heb dan wel ja gezegd tegen dit interview, maar… ik sta niet graag in het middelpunt, ook al hebben mensen vaak een ander beeld van me. Ik was 16, 17 jaar toen op het station van Nuth een onbekend meisje op me af kwam en zei: ‘Wat ben jij zelfverzekerd.’ Ik straal dat blijkbaar uit, maar van binnen voelt dat niet altijd zo. Ik moet als directeur vaker speeches houden, dat vind ik verschrikkelijk. Ik bereid ze goed voor, maar ik krijg het niet voor mekaar om het spontaan te brengen. Het is een soort podiumangst. Maar dat betekent niet dat ik geen zelfvertrouwen heb, dat heb ik zeker, maar op het ene vlak meer dan het andere. Mijn kracht ligt in de relaties met mensen, daarom zit ik ook bij FS, denk ik. Ik geef mensen veel aandacht en een beetje liefde, dat vind ik makkelijk.
Je kunt niet alles helen met een beetje liefde. Ik ben de zevende directeur van FS in tien jaar, de eerste vrouwelijke. Het is een heel interessante dienst, er werken ongeveer tweehonderd mensen op verschillende locaties en met uiteenlopende taken. Iedere groep – van vastgoed, inkoop of de zogenoemde ‘soft services’ zoals catering en receptie – heeft een eigen cultuur. Ik kan ze nooit allemaal persoonlijk liefde geven, al zou ik dat wel willen, want daar worden we beter van. Soms moet ik ook in staat zijn om een moeilijke boodschap te brengen, dat vind ik lastig, maar ik doe het wel. En als er iets speelt, dan zet ik de mensen bij elkaar aan tafel en zeg: ‘Jullie weten het, er moet gepraat worden.’
Een dagboek bijhouden? Daar heb ik geen tijd voor. Mijn eerste dagboekaantekening dateert uit 1976, ik was elf. Ik schrijf nog steeds. Inmiddels heb ik 74 dagboeken vol, die bewaar ik in grote plastic kisten. Ik worstel al jaren met de vraag: wat doe ik ermee? Er staat van alles in waarvan ik niet wil dat anderen het lezen. Mijn moeder zei altijd: ‘Catharien, doe ze weg.’ Zij had als kind in een schuilkelder gezeten waar ook dozen van de bewoners stonden. Iemand had er een dagboek uitgevist en was gaan voorlezen. Vreselijk. Maar ja, wegdoen? [Lachend] Ik heb al eens geopperd dat ze met mij het graf in kunnen, maar dan wordt de kist ontilbaar. Toen dacht ik: verbranden. Maar dat krijg ik niet voor elkaar. Afgelopen kerst ben ik toch begonnen met vernietigen. Eerst de meest recente. Er zijn er al veertien door de papierversnipperaar gegaan. Ik weet niet of het me lukt om die tussen mijn 18e en 30ste te ‘vershredderen’. Dat is de tijd dat ik volwassen werd, er gebeurde zoveel. Het is toch alsof je je eigen leven aan het uitgummen bent.
Ik lijk het meeste op… mijn vader. Fysiek dan. Ik kom uit een warm nest met vier dochters, ik ben nummer twee. Mijn ouders hadden een huwelijk waarop je zelf hoopt, ze waren een twee-eenheid. Pap was een wat ruwere man die uit een groot, hardwerkend gezin kwam. Mijn moeders familie zat in het onderwijs. Ze was onderwijzeres, deed daarnaast de administratie van mijn vaders transportbedrijf en zorgde voor het gezin. Zij was de zachte kant. Als hij kwaad was op een chauffeur en vond dat die kon vertrekken, trad mijn moeder op als verbinder. Dat verbinden heb ik van haar.
Wat doe je als eerste als je thuiskomt? Ik trek mijn schoenen uit en ga koken. Ik heb daar een hekel aan. Ik maak lange dagen, ik begin vroeg, ik ben een ochtendmens, en kom rond zes, zeven uur thuis. Bert kookt niet, hij kan en wil het niet. Hij is heel slim en grappig, stofzuigt iedere zaterdag het hele huis, maar koken? Nee, hoe lief ik dat ook zou vinden. Ooit had hij een kok geregeld, een Italiaanse mevrouw die één keer per week bakjes met eten bracht voor een paar dagen. Maar na een paar maanden waren we die bakjes zat. Ik heb ook HelloFresh geprobeerd, maar dan moet je zoveel schillen en raspen, voordeel was wel dat we groente aten.
Grote liefde? Pieter, mijn zoon. Ik kom uit een gezin van vrouwen, ik wilde graag een aantal zonen, maar kreeg een paar miskramen, dat is een stille rouw. Toen Pieter geboren werd, was ik zo gelukkig, dat gevoel is nooit weggegaan. Hij is mijn alles, met geen andere liefde te vergelijken. We zijn heel close, ook nu hij het huis uit is en studeert in Leiden. Hij lijkt op zijn vader: heeft humor en een groot rechtvaardigheidsgevoel, is slim, eerlijk, lief, en een doorzetter.
Als ik geen directeur van FS zou zijn, dan… was ik boerin op een groot boerenbedrijf, stond ik iedere ochtend om 04.00 uur op om spek en ei en bloedworst voor de knechten te bakken, de rest van de dag stond ik niet achter het fornuis, en ging ik met mijn man op de tractor het veld op. Heerlijk buiten, zonder stress. Mijn baan is geen eenvoudige, ik ben er eigenlijk altijd mee bezig, dan ga je verlangen naar iets in de natuur waar het leven eenvoudig is.
Ik ben gek op … chocolade. Weet je hoeveel een reep Côte d’Or kost? 4,69 euro. Belachelijk duur, maar ik eet er niet minder om. Hoeveel? Sowieso te veel. [Even later komt een collega langs met een stuk rijstevlaai. Hartelijk lachend zegt CK: “Ik zou een bordje met ‘Niet voederen’ aan mijn deur moeten hangen”] Ik houd ook van parfum, nu draag ik Aromatics Elixer van Clinique, een favoriet van mijn moeder. Ik heb een la vol parfum, iedere geur heeft een link met iemand. Bert is Chanel n°5. Die droeg ik toen ik hem leerde kennen. Ik bedenk ’s ochtends en ’s avonds waar ik zin in heb en doe dan een paar druppels op. Ook ’s avonds. [Grinnikt] Wat droeg Marilyn Monroe in bed? Chanel n°5.