“Een workaholic? Dat voelt niet zo, maar ik stond wel op het randje van een burn-out”

Dirigent van het Universiteitsorkest Raymond Spons

“Een workaholic? Dat voelt niet zo, maar ik stond wel op het randje van een burn-out”

Serie: Zing, vecht, huil, bid, lach, werk en bewonder

25-03-2025 · Interview

Raymond Spons (Eijsden, 1970) | Slagwerker bij PhilZuid en dirigent van o.a. het Universiteitsorkest Maastricht | Burgerlijke staat: getrouwd, drie kinderen | Woont in: Maastricht

Als kind was ik… Altijd bezig met muziek. Hoorde ik een liedje op de radio, dan wilde ik het op de piano kunnen naspelen. Muziek was en ís mijn grootste passie. Mijn ouders stimuleerden dat ook, maar dat ik naar het conservatorium wilde, was wel een dingetje. Mijn moeder zei: als dat je passie is, doe dan maar, maar mijn vader vond muziek een mooie hobby en zei dat ik ‘een vak’ moest leren. Ik heb veel te danken aan de toenmalige directeur van het conservatorium, die me graag wilde hebben en met mijn ouders ging praten. Dat zo iemand enthousiast over me was, gaf de doorslag. Later zat ik in het Nationaal en het Europees Jeugdorkest, dat vonden ze helemaal geweldig. Toen mijn vader eenmaal zag dat ik het als professioneel musicus ging halen, was het geen discussiepunt meer.

"In de laatste uren van zijn leven dronk ik met mijn vader een pilsje. ‘Het is goed geweest’, zei hij, ‘ik heb een mooi leven gehad.’ Ik hoop dat ik dat straks zelf ook zo kan zeggen"

Dirigeren of musiceren? Ze zeggen weleens dat je niet ‘met een been op de dirigentenbok en een been in het orkest’ kunt staan. Maar ik denk dan: als dirigent musiceer je ook, je legt zo’n orkest toch een bepaalde interpretatie van een werk op. Ik ben nu de helft van de tijd slagwerker, de andere helft van de tijd geef ik wat les en dirigeer ik. De passie voor dirigeren zat er altijd al in, ik heb altijd wel iets van leiderschap in me gehad. Niet dat ik bazig was, maar ik houd ervan als iemand in een groep initiatief neemt – en als niemand dat doet, doe ik het.

Als ik geen musicus was, was ik… werktuigbouwkundige. Ik ben een bèta-jongen, vakken als natuur- en scheikunde vond ik heerlijk. Dat was mijn pretpakket: ik snapte het, hoefde er weinig aan te doen en dus had ik tijd om muziek te maken. Ik zou wel iets met instrumentenbouw zijn gaan doen – er staat hier in Limburg een grote instrumentenfabriek waar ik af en toe kom, ik vind het mooi om te zien hoe ze daar nadenken over wat ze maken. Maar eigenlijk kan ik me geen leven zonder muziek voorstellen, ik ben blij dat ik deze vraag nooit heb hoeven beantwoorden.

"Ik mekker als het niet goed is, maar zeg het ook als het dat wel is. Als iemand een compliment verdient, moet je dat durven geven"

Vaders- of moederskind? [Lacht] Volgens mijn moeder dat laatste, maar ik deed ook altijd heel graag dingen met mijn vader. Kort voordat hij stierf, hadden we nog een paar heel goede gesprekken. Geen lange, maar alles wat gezegd moest worden, is gezegd. In de laatste uren van zijn leven dronken we samen een pilsje. ‘Het is goed geweest’, zei hij, ‘ik heb een mooi leven gehad.’ Ik hoop dat ik dat straks zelf ook zo kan zeggen.

Het laatste compliment dat je kreeg. Dat kwam van een PhilZuid-collega, die vond dat ik mooi speelde. Dat relativeer ik dan meteen: ik ben een professional, het móet ook mooi klinken. Al is het wel fijn om te horen, hij hoeft het niet te zeggen. Ik ben zelf ook zo: ik mekker als het niet goed is, maar zeg het ook als het dat wel is. Als iemand een compliment verdient, moet je dat durven geven.

Deze componist moet iedereen kennen. Eentje? Oh jee… [denkt na]. Richard Strauss. Hij kan zó goed een sfeer weergeven in geluid. Zijn Alpensymfonie is de verklanking van een bergwandeling. De zonsopgang, de aankomst op de top, de gletsjer… je ziet het zo voor je! Ik dirigeer zijn werk ook graag, al doe ik dat niet vaak: het is voor amateurs heel moeilijk uit te voeren. Het moeilijkste stuk ooit met het Universiteitsorkest? De tweede symfonie van Brahms, begin dit jaar. Daar werkten we een half jaar aan en net voor kerst dacht ik: dit gaat lukken. Dat deed het ook en dat geeft een heel goed gevoel.

"Nee zeggen vind ik moeilijk. Ooit moest ik voor de Belastingdienst een overzicht van mijn werkzaamheden maken, toen kwam ik erachter dat ik een tijd lang zeven dagen per week gewerkt had"

Over tien jaar… ben ik nog steeds slagwerker bij PhilZuid, maar waarschijnlijk niet langer dirigent van het Universiteitsorkest. Ik zit daar nu al twintig jaar, ik ben tegen die tijd 65, te oud om met weer een nieuwe generatie studenten te werken. Misschien kan ik het stokje doorgeven aan mijn zoon. Hij is nu 17, heeft een goed paar oren en wil ook dirigent worden. Ik vind dat hartstikke leuk, maar ook wel moeilijk, als je ziet hoezeer de cultuursector in Nederland onder druk staat. [Lacht] Inderdaad, dezelfde zorg die mijn vader ooit over mij had...

Wat ik nog wil leren. Grenzen stellen, ik vind het moeilijk om nee te zeggen. Ooit moest ik voor de Belastingdienst een overzicht van mijn werkzaamheden maken, toen kwam ik erachter dat ik een tijd lang zeven dagen per week gewerkt had. Een workaholic? Dat voelt niet zo, maar ik heb weleens op het randje van een burn-out gestaan, heb met vallen en opstaan moeten leren dat je in drukke periodes rustmomenten moet inplannen. Doe ik dat niet, dan word ik kribbig, kan ik heftig reageren op mensen in mijn omgeving, en dat wil ik voor zijn. Het is de keerzijde van mijn drive.

Foto: Joey Roberts

Categoriëen: nieuws_boven, Mensen
Tags: Zingbid,Universiteitsorkest Maastricht,PhilZuid,Raymond Spons,Muziek

Voeg reactie toe

Klik hier voor onze privacyregels

Vanaf januari 2022 plaatst Observant alleen nog reacties van mensen wier naam bekend is bij de redactie.