Welke arts is volgens jou de beste leermeester? Dat is lastig, je komt zoveel artsen tegen, je neemt van iedereen wel iets mee, in positieve of negatieve zin. Soms merk je dat een dokter zijn dag niet heeft, dat hij een patiënt in de rede valt, of dat hij zijn co liever kwijt dan rijk is. Je wordt dan niet echt bij het spreekuur betrokken. ‘Kruk zitten’ noemen we dat onder coassistenten. Maar de goeden, en dat zijn er veel, nemen veel tijd voor de patiënt en de co. Ik vind het knap dat ze de patiënt alle ruimte geven zonder dat het spreekuur enorm uitloopt én dan ook nog tijd maken om ons een lichamelijk onderzoek te laten uitvoeren, of je erbij halen als er een interessante patiënt met een zeldzaam ziektebeeld op het spreekuur komt. Mag ik echt maar één naam noemen? Ik heb heel veel geleerd van gynaecoloog Joep Kortekaas van het Elkerliek in Helmond. Je voelt je welkom op zijn poli. Je bent bij hem nooit een nummer, hij doet zijn best om te onthouden wie je bent, wat je bezighoudt. Je bent eerder een collega dan een stagiair. Maar dat gevoel krijg ik bijvoorbeeld ook bij het team van dermatologie in het VieCurie in Venlo.
Als kleuter plakte ik al pleisters en legde ik verbanden aan. Ik was vijf of zes jaar toen ik een huisartsenpraktijk tekende, ik heb geen idee waar dat vandaan kwam. Mijn moeder is diabetesverpleegkundige, dus de zorg zit wel in de familie. Ik heb een tijd getwijfeld tussen mensendokter en dierendokter, ik heb veel open dagen bezocht, ook gekeken naar studies biologie, psychologie en de talen. Lesgeven op een middelbare school leek me ook leuk. Maar gelukkig werd ik ingeloot voor geneeskunde.
Ik ga ieder weekend naar huis. Ja, ik heb nog een eigen kamer in het huis van mijn ouders, al ben ik nu meer ‘op bezoek’ dan vroeger. Ik heb een bijbaantje in het nabijgelegen Sevenum, bij Jansen-Noy, een kledingzaak. Nee, ik geef de klanten geen tips, ik sta achter de kassa. Mijn vriend studeert in Wageningen en komt ook ieder weekend naar Noord-Limburg.
Wanneer heb je voor het laatst gehuild? Vannacht. Ik droomde dat er iemand in mijn kamer stond, dat was heel eng. Ik werd huilend wakker en was even ontroostbaar. Ik vond het vooral erg voor mijn vriend, die werd wakker door mij. Hij was bezorgd, hij kan me goed troosten.
Het was liefde op het eerste gezicht. Nee, Pim is een jongen uit een dorpje verderop, uit Swolgen. We kennen elkaar al heel lang, middelbare schoolvrienden van mij waren bevriend met zijn vriendengroep en mijn zusje heeft een relatie met Pims beste vriend. We kwamen elkaar vaak tegen en anderhalf jaar geleden sprong de vonk over. Hij is heel ondernemend, hij doet aan Lacrosse, zat op voetbal, doet een master in Wageningen, heeft een baantje en hij is grappig en lief.
Stad of dorp? Ik woon in een studentenhuis in Maastricht, ik heb veel vrienden hier met wie ik vaker samen eet. Het is heel gezellig allemaal, maar ik ben niet gemaakt voor de stad, ik vind het leven hier te individualistisch. Ik wil later buiten wonen, terug naar een dorp, dat hoeft overigens niet Kronenberg te zijn. In een dorp zeggen de mensen ‘hoi’ als je elkaar tegenkomt op straat, ken je elkaar, kun je de buren om een kopje suiker vragen. In Kronenberg ben ik omringd door natuur, woont veel familie, en heb je een paar clubjes. Ik speelde lange tijd altsaxofoon bij de fanfare. Maar dat is nu niet te combineren.
Wat is het ergste dat je ooit hebt meegemaakt? Ik heb twee jaar geleden mijn peettante verloren, tante Truus. Ik zag haar bijna iedere week, ze paste vroeger vaker op mij, mijn zusje en broertje. Zij was heel nuchter, had humor, een zorgzaam iemand bij wie je altijd welkom was. Het was ook een pittige dame die wist wat ze wilde, een sterke vrouw. Ze kreeg op haar zeventigste een hersenbloeding, het was moeilijk om haar zo kwetsbaar te zien. Ze kon niet meer praten. Ik heb gelukkig wel afscheid kunnen nemen.
Over tien jaar … hoop ik een eigen huis en een gezinnetje te hebben. Ik wil graag kinderen. Het idee dat je iemand volgens jouw waarden kunt opvoeden en zo de wereld wat mooier maakt, spreekt me aan. Welke waarden dat zijn? Allereerst: je hebt maar een aarde, wees er zuinig op. En: heb waardering voor de gemeenschap, je bent niet alleen op de wereld. Maar ook: wees goed voor dieren en besef waar je eten vandaag komt. Dus ja, ik wil een moestuin en huisdieren, en uiteraard spreken we thuis Limburgs dialect. Ik hoop dat mijn kinderen straks net als ik op de fiets naar hun ooms en tantes kunnen gaan, want familie is heel belangrijk.