Maar wat die nou precies goed en minder goed vond, blijft nog even onduidelijk: de rapporten over de visitaties zijn nog niet openbaar. In 2019, na een soortgelijke visitatie, oordeelde de NVAO dat er in Maastricht een “echte kwaliteitscultuur” heerst, gebaseerd op dialoog en interactie. En wat internationalisering betreft, was de UM een best practice, klonk het destijds.
Maar wat betekent dat CeQuint-label in de praktijk? “Dat we internationalisering echt integreren in onze strategie, in de kwaliteitszorg en in het onderwijs”, zegt senior beleidsmedewerker internationalisering Rosa Becker. Een voorbeeld: “In vrijwel al onze opleidingen zijn interculturele vaardigheden als leerdoel opgenomen.” Is het ook iets voor de bühne? Een signaal naar Den Haag in tijden van bezuinigingen en kritiek op internationalisering? Dat speelde mee, beaamt ze, “maar het was niet de belangrijkste reden om voor verlenging te gaan. Het label sluit aan bij ons profiel van ‘Europese universiteit van Nederland’: wij willen zo ál onze partners en aankomende studenten laten zien dat we internationalisering serieus blijven nemen” – niet alleen de Haagse politiek.
De vruchten
Dan die kwaliteitscultuur, waarvoor de UM – net als vrijwel alle Nederlandse universiteiten – het ITK-keurmerk kreeg. Individuele Maastrichtse opleidingen profiteren daarvan, zegt senior beleidsmedewerker Marieke Peeters. Die kunnen nu met een kortere visitatie volstaan als ze hun kwaliteit laten toetsen. En ook studenten plukken er volgens haar de vruchten van “dat bepaalde dingen goed centraal geregeld zijn. Begeleiding door mentoren en coaches, aandacht voor studentenwelzijn en voorzieningen voor studenten met een functiebeperking bijvoorbeeld”.
Over de aanbevelingen voor verbeteringen houden beiden de kaken nog even op elkaar. In mei worden de rapporten volgens Becker met de universiteitsraad besproken.