Ik ben thuis de kok. Koken is een van mijn passies, Nature interviewde me ooit voor een artikel over hoe wetenschappers hun lab-vaardigheden in de keuken inzetten. Het is namelijk ook een beetje chemie. Neem het perfecte gekookte ei: dat draait om de juiste balans tussen het wit en de dooier, en die krijg je niet als je dat ei gewoon kookt. Je moet de temperatuur laten schommelen, daar is een studie over gepubliceerd die ik wil nabootsen. Tijdrovend, maar ik ga het proberen.
"Ik wil alles héél goed doen. De keerzijde is dat ik me vaak afvraag óf ik het wel goed doe"
Mijn vrienden waarderen… dat ik dingen organiseer om elkaar te zien. En dat ik mijn vriendschappen graag vier met eten: op zaterdagavond iets speciaals maken en spontaan mensen uitnodigen, dan hebben we een topavond. Aan de andere kant denk ik dat ze mij geen geweldige luisteraar vinden. Niet dat ik níet luister, maar ik begin altijd meteen oplossingen te bedenken. Zo zit ik in elkaar: heb je hulp, oplossingen of contacten nodig? Zeg het maar.
Ik pieker te veel. Wat ik ook doe, ik ga er vol voor, wil alles héél goed doen. Misschien omdat ik de oudste dochter ben en mijn moeder altijd zei: ‘Ik heb nooit mogen werken, maar jij moet zorgen dat je voor jezelf kunt zorgen.’ De keerzijde is dat ik me vaak afvraag óf ik het wel goed doe, dingen moeilijk kan loslaten. Die drive heb ik altijd gehad en ik ben wel bang om die kwijt te raken. Mijn vader was ook heel gedreven, hij reorganiseerde laboratoria voor DSM. Toen hij stopte met werken, werd hij depressief: hij had het gevoel niets meer bij te dragen aan de wereld. Dat risico loop ik ook, maar het verschil is dat ik er nu al over nadenk: wanneer wil ik stoppen? Wie ben ik als ik niet meer werk? En wat ga ik dan doen? Gewoon lekker koken, denk ik, misschien in een bejaardenhuis. En kookworkshops geven, daar heb ik nu geen tijd voor.
"Niets zo saai als routine. Stranden op vakantie? Heerlijk, maar ik ga dan wel ’s ochtends én ’s middags zwemmen. Als je zwemt, raak je in een cadans, daar word ik rustig van"
Niets zo saai als… Gezapige mensen. En routine – ik kook een recept bijvoorbeeld maximaal twee keer, daarna vind ik er niets meer aan. Ik houd ook niet van alleen maar uitrusten op vakantie. Stranden? Heerlijk, maar ik ga dan wel ’s ochtends én ’s middags zwemmen. Als je zwemt, raak je in een cadans, daar word ik rustig van.
Wat zie je als je in de spiegel kijkt? Dat ik nog best oké ben. En dat ik moet afvallen, daar werk ik aan. Maar ik kijk vooral of ik nog vrolijk ben, en dat ben ik! De meeste mensen schatten mij jonger in, omdat ik nog iets kinderlijks opgewekts heb. Er zijn mensen die zeggen: ‘Yvonne, als je bijna 60 bent, kun je geen lang haar meer hebben of een rode broek dragen.’ What the fuck, denk ik dan: laat iedereen lekker in zijn waarde. Ik vind het juist leuk om nog op te vallen.
Ik ben bang voor… ziektes. Soms denk ik ineens: ik voel iets en dat moet nú onderzocht worden, anders ben ik te laat. Niet voor mezelf, ik wil er zo lang mogelijk voor mijn kinderen zijn. Eigenlijk ben ik bang om dood te gaan: dat dat het dan was, dat je nooit meer terugkomt en er zoveel dingen zijn die je nooit hebt kunnen doen. Boerin worden bijvoorbeeld. Het lijkt me heerlijk om elke dag alleen maar voor je planten en dieren te hoeven zorgen, fysiek bezig te zijn en aan het eind van de dag lekker moe te zijn.
"Ik bewonder collega's die arts zijn. Dat ze tijdens een bespreking zeggen: ‘Deze patiënt gaat nog snel trouwen voor hij overlijdt.’ Hoe kun je dat aan, denk ik dan?"
Het lab is het mooiste wat er is. Ja! Als promovendus genoot ik er al van om mijn eigen laboratoriumbank te hebben. Weten welke experimenten je die week gaat doen, nauwkeurig werken, kwaliteitscontroles uitvoeren, resultaten uitwerken… heerlijk! Ik doe tegenwoordig bijna geen labwerk meer. Dat is niet erg, alles er omheen is ook mooi: er zijn, collega’s spreken, problemen van patiënten oplossen… Die patiënten zelf zie ik trouwens liever niet. Ik kijk echt met bewondering naar collega’s die arts zijn. Dat ze tijdens een bespreking zeggen: ‘Deze gaat nog snel trouwen voor hij overlijdt.’ Hoe kun je dat aan, denk ik dan? Laat mij maar lekker achter de schermen puzzels oplossen.
Liefde op het eerste gezicht bestaat. Ik dacht na mijn huwelijk dat ik nooit meer een nieuwe partner zou krijgen. Maar die kwam er toch. René wilde mijn kookwebsite volgen op Facebook, maar stuurde me per ongeluk een vriendschapsverzoek. Hij zocht een recept, ik gaf het en hoorde niets meer. Toen ik vroeg hoe het geworden was, bleek dat er een fout in stond waardoor het veel te zout geworden was. Ik schaamde me zó, al helemaal toen hij zei dat hij hartpatiënt was... Om het goed te maken zijn we koffie gaan drinken. Ik dacht, waar begin ik aan, maar er was meteen een klik, hij straalde vriendelijkheid en betrouwbaarheid uit. Ik vond het allemaal even aantrekkelijk en inmiddels wonen we samen.
"Ik wil een vlieg op de muur zijn in het Oval Office, bij Trump. Ik wil weten of het echt zo erg is als ik denk"
Als ik een vlieg op de muur kon zijn… dan zat ik in het Oval Office, bij Trump. En misschien ook op het Binnenhof. Niet de leukste plekken, maar politiek is belangrijk en ik wil weten of het echt zo erg is als ik denk. En anders in de repetitieruimte van mijn favoriete band, U2. Die zag ik voor het eerst op mijn veertiende, op Pinkpop, toen het nog kleine mennekes waren. Fenomenaal!