Toch geen taaltoets voor bestaand Engelstalig bacheloronderwijs

Toch geen taaltoets voor bestaand Engelstalig bacheloronderwijs

UM-collegevoorzitter Rianne Letschert: "Dit is echt goed nieuws"

27-05-2025 · Nieuws

NEDERLAND/MAASTRICHT. Universiteiten en hogescholen mogen zelf bepalen welke bacheloropleidingen Engelstalig blijven en welke op het Nederlands overschakelen. Dat heeft een meerderheid van de Tweede Kamer besloten. Een opluchting voor de Universiteit Maastricht waar de zorgen groot waren. 

Het kabinet wilde alle Engelstalige bacheloropleidingen aan universiteiten en hogescholen aan een toets onderwerpen: zijn er goede redenen om deze opleiding in het Engels te doen of kan het beter in het Nederlands?

Lange tijd steunden de vier regeringspartijen PVV, VVD, NSC en BBB dit plan. Ze willen minder buitenlandse studenten naar Nederland laten komen en ‘minder Engelstalig onderwijs’ is een makkelijke manier om dit voor elkaar te krijgen.

Onzekerheid

Maar de plannen stortten universiteiten en hogescholen in onzekerheid, bovenop de kabinetsbezuinigingen en de krimp van het aantal studenten. 

Vorige week maakte NSC de ommezwaai en inmiddels heeft ook de VVD dat gedaan. Zij zijn medeondertekenaars van een CDA-motie die de aangekondigde ‘toets anderstalig onderwijs’ voor bestaande bacheloropleidingen schrapt en die deze dinsdagmiddag een meerderheid gaat krijgen.

Een van de redenen: de instroom van buitenlandse bachelorstudenten is al aan het dalen. Bovendien hebben de universiteiten een voorstel gedaan om zelf de internationalisering in goede banen te leiden, waarmee ze in de politiek veel waardering oogstten.

"Dit is echt goed nieuws", laat UM-collegevoorzitter Rianne Letschert aan Observant weten. De politiek laat volgens haar hiermee zien veel oog te hebben "voor het massale tegengeluid vanuit allerlei partijen, en zeker ook vanuit de grensregio's zoals de onze. Een tegengeluid dat was gebaseerd op de harde noodzaak van genoeg internationaal talent, van kunnen blijven opereren in een internationale setting vanuit onze euregio." De aangenomen motie is een goede stap, gaat ze verder. "Nu is de minister aan zet om deze belangrijke boodschap van de Kamer om te zetten in realiteit."

Wijzigen

De ondertekenaars verzoeken de regering om het wetsvoorstel ‘Internationalisering in Balans’ te wijzigen. In plaats van die taaltoets zou de minister van Onderwijs tot een ‘bindend bestuurlijk akkoord’ met de onderwijsinstellingen moeten komen.

PVV, VVD, NSC en BBB wilden aanvankelijk 293 miljoen euro per jaar op buitenlandse studenten bezuinigen. Na een compromis met de christelijke oppositie en JA21 werd dat 168 miljoen euro per jaar. Die bezuiniging lijkt al zo ongeveer behaald.

Voor nieuwe bacheloropleidingen blijft de onderwijstaal overigens wel een punt van discussie: een commissie voor de ‘doelmatigheid’ van het hoger onderwijs gaat voortaan ook nut en noodzaak van ‘anderstalig’ onderwijs beoordelen voordat een nieuwe opleiding van start mag.

HOP/ WD

Auteur: Redactie

Foto: Observant

Categoriëen: nieuws_boven, Nieuws
Tags: taaltoets,bacheloropleidingen,tweede kamer, rianne letschert, internationalisering, wib, wet

Reacties

Henk Reinsma

Ik begrijp de opluchting over het schrappen van de Taaltoets Anderstalig Onderwijs (TOA). Dit voorkomt veel bureaucratische rompslomp en behoudt de internationale aantrekkingskracht de UM. Tegelijkertijd zijn de fundamentele problemen daarmee natuurlijk niet opgelost. Zonder toets of duidelijke nationale richtlijnen blijft het risico bestaan dat onderwijsinstellingen Engelstalige programma’s vooral inzetten om het teruglopende aantal Nederlandse studenten — als gevolg van demografische krimp — te compenseren, zonder dat daar duidelijke onderwijsinhoudelijke of arbeidsmarktrelevante redenen voor zijn. Veel internationale studenten volgen immers opleidingen in sectoren waar geen tekorten zijn, zoals de sociale en geesteswetenschappen.

Voor regio’s als Zuid-Limburg bestaat bovendien het risico dat internationale opleidingen weliswaar zorgen voor een tijdelijke toename van studentenaantallen — en daarmee ook van institutionele en financiële groei — maar dat de maatschappelijke meerwaarde beperkt blijft als er geen doordachte strategie is voor regionale inbedding. Engelstalige opleidingen kunnen ertoe leiden dat studenten na hun afstuderen vertrekken, zonder blijvende bijdrage aan de lokale economie of samenleving.
Wat is momenteel het blijfpercentage van afgestudeerde internationale studenten bij bestaande opleidingen? En naar welk blijfpercentage zou de UM willen én kunnen streven — ook bij opleidingen buiten de bètarichtingen? Welke concrete stappen zetten opleidingen om dat percentage te verhogen?

Daarnaast geldt dat voor nieuwe bacheloropleidingen wél een taaltoets blijft bestaan. Dit creëert een ongelijk speelveld. Instellingen kunnen daardoor geneigd zijn om bestaande Engelstalige programma’s in stand te houden of licht aangepast opnieuw aan te bieden, in plaats van te investeren in een evenwichtiger verhouding tussen Engels- en Nederlandstalig onderwijs.
Hoe denkt de UM in de toekomst bij te dragen aan de positie van het Nederlands als onderwijstaal binnen de eigen instelling — en dus niet alleen in de vorm van cursussen zoals ‘Social Dutch’? Ziet de UM hierin nog een actieve rol voor zichzelf weggelegd, of laat zij dit vraagstuk volledig aan andere universiteiten over? Met welke inzet/ visie gaat de UM hierover afspraken maken met andere universiteiten en de overheid in het kader van de eveneens aangenomen motie-Soepboer, die beoogt verdere verengelsing van het hoger onderwijs tegen te gaan?

Voeg reactie toe

Klik hier voor onze privacyregels

Vanaf januari 2022 plaatst Observant alleen nog reacties van mensen wier naam bekend is bij de redactie.