In Den Haag vindt men dat de internationalisering te ver is doorgeslagen; men wil minder Engelstalige studies en meer aandacht voor het Nederlands. In aantocht is de zogeheten Toets Anderstalig Onderwijs waarmee anderstalige (bestaande en toekomstige) opleidingen strenger worden beoordeeld – in hoeverre is het nodig dat de voertaal in deze studie Engels is? Waarom niet in het Nederlands? Dat uitleggen aan de minister zou een gigantische administratieve klus betekenen.
De veertien universiteiten willen niet aan de goden zijn overgeleverd en komen daarom met een ‘zelfregieplan’, een pakket maatregelen waarmee er vanaf volgend jaar ongeveer tweeduizend minder internationale bachelorstudenten instromen (ten opzichte van academisch jaar 2022-2023), schrijven ze vandaag in een gezamenlijk persbericht.
Maar ze hebben een belangrijke voorwaarde: de Toets Anderstalig Onderwijs voor bestaande opleidingen moet van tafel. Of dat Onderwijsminister Eppo Bruins gaat lukken, is maar de vraag. Want wat is zijn politieke slagkracht in een coalitie waar regelmatig geruzied wordt, wantrouwen heerst en iedereen vooral met de eigen achterban bezig is?
Randstad
Alle universiteiten doen een duit in het ‘zelfregie-zakje’ en bij de een zal het meer pijn doen dan bij de ander. Neem de Randstad-universiteiten, daar worden complete Engelstalige psychologieopleidingen omgevormd tot Nederlandstalige. In Maastricht blijft de psychologiebachelor tweetalig. Wel is onlangs besloten de fixus voor beide tracks zodanig aan te passen dat de Nederlandse track aantrekkelijker wordt.
Kijkend naar het aantal internationale studenten dat de UM met haar ingrepen ‘verliest’, mag het Maastrichtse college van bestuur in zijn handjes knijpen. De Engelstalige track geneeskunde verdwijnt, maar daar stroomden de laatste jaren ‘slechts’ zo’n vijftig studenten in. Daarbij levert de European Law School (ELS) ook geen heel grote aantallen in met een numerus fixus van 550.
Dat de pijn meevalt, beseft UM-collegevoorzitter Rianne Letschert, “tegelijkertijd, en dat kan ik niet genoeg benadrukken, moet je meewegen dat een behoorlijk deel van de internationale studenten aan de UM uit de euregio komt. Als we daarop worden gepakt, wordt deze universiteit, wordt deze regio veel te kwetsbaar.” Bovendien: “Maatregelen zijn nodig daar waar zich de grootste problemen [denk aan huisvesting] voordoen, en die zijn niet hier, niet in de krimp- en grensregio’s. Dit zie je terug in ons zelfregieplan, en daar zijn we uiteraard heel blij mee.”
Taaltrainingen
Alle universiteiten willen werk maken van de Nederlandse taalvaardigheid van buitenlandse studenten. Dit om de blijfkans te vergroten. Studenten kunnen aan de UM al gratis cursussen Social Dutch volgen, maar momenteel onderzoekt een werkgroep wat er meer, wellicht minder vrijblijvend, mogelijk is. Denk aan extra curriculaire taaltrainingen en varianten binnen een curriculum, toegespitst op het vakjargon. Wat de staf betreft: de UM heeft in 2018 een taalbeleid ingevoerd. Van medewerkers wordt verwacht dat ze zowel het Engels als Nederlands onder de knie hebben. Het gaat om het vrij eenvoudige B1 niveau voor activiteiten buiten het onderwijs en het bijna native speaker C1-niveau voor wie onderwijs geeft.